Bouwen in het buitengebied

Via verschillende thema’s en in samenwerking met diverse andere organisaties wordt vanuit WZNH gewerkt aan kennis over ontwikkelingen in het buitengebied. Zo draagt WZNH financieel bij aan een onderzoek van de TU-Delft naar de geschiedenis en de structuur van kleine kernen in Noord- en Zuid-Holland en Zeeland. Deze studie richt zich vooral op de vraag wat er met de kleine nederzettingen in de loop der tijd is gebeurd en hoe ze tot dusver op nieuwe tijden en contexten hebben gereageerd. Nu wederom sprake is van ingrijpende veranderingsprocessen is bovendien van belang te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om op de in verschillende perioden ontwikkelde kenmerken voort te bouwen.

De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in de “Atlas van twintig kleine nederzettingen in Nederland”, waarin een verzameling dorpen en kleine stadjes is bijeengebracht in de vorm van een “plannenmap”. Daarin worden hun ontstaan en verschijningsvorm beschreven maar ook de samenhang met het landschap en het gebruik van het land. Gekozen is voor nederzettingen die klein zijn gebleven zodat de oorspronkelijke vorm nog goed herkenbaar is. Bedoeling is inzicht te krijgen in de ontstaansgrond en de bestaansgrond van dorpen en steden, in de processen die de dynamiek bepalen, maar vooral ook inzicht in de mogelijkheden van het stedenbouwkundig ontwerp om ruimtelijke processen te sturen of te initiëren.
Daarnaast is een drietal deelstudies uitgebracht over de “Ruimtelijke transformatie in kleine nederzettingen van West-Nederland van 1850-2000”. In deel 1 komen kwantitatieve aspecten aan de orde als hoeveel kleine nederzettingen zijn er, hoeveel inwoners, is hierin veel veranderd en zijn er trends te zien. Op basis van een analyse van kaartgegevens en statistische data wordt geconcludeerd dat de kleine nederzetting een factor van betekenis was en is in de ruimtelijke ordening van West-Nederland. Deel 2 gaat over de geleidelijke groei, een kenmerk van de meeste kleine nederzettingen. Vijf dorpen worden hierin aan een nader onderzoek onderworpen in de vorm van een historische studie, gekoppeld aan een stedenbouwkundige analyse om zo de samenhang in beeld te brengen tussen sociaal-economische veranderingen en de ruimtelijke structuur van dorpen. Deel 3 belicht “de uitbreidingswijk”, de vorm waarin de meeste nederzettingen groeien. Deze studie laat zien wat er mis kan gaan en maakt een aantal algemene uitgangspunten voor het ontwerp van uitbreidingswijken inzichtelijk.

Behalve dit onderzoek van de TU-Delft is ook een onderzoek gaande naar bestemmings-plannen in het buitengebied en is een inventarisatie in voorbereiding van planologische samenwerkingsprojecten tussen gemeenten in Noord-Holland. En tenslotte is studie gemaakt van het instrument ŽBeeldkwaliteitplanŽ voor het buitengebied.

Al deze deelstudies zijn in het voorjaar van 2008 afgerond en vormden het uitgangspunt voor een door WZNH  en de VNHG georganiseerd symposium op vrijdag 30 mei 2008 over ontwikkelingen in het buitengebied van Noord-Holland.