
Een nieuwe
logica voor
bedrijven-
terreinen
stichting Welstandszorg Noord-Holland
Een nieuwe
logica voor
bedrijven-
terreinen
Uitgave
stichting
Welstandszorg
Noord-Holland
Alkmaar, maart 2005
Eindredactie: N. de Vreeze
Tekstbijdragen van D. Sijmons,
F. ten Cate, C. van Esch,
H.C. Meinsma, A. Mudde,
J. Rodermond, G. Urhahn
Inhoud
WZNH De Nieuwe Logica van Bedrijventerreinen 5
7
Voorwoord
8
Probleemstelling
11
Prijsvraagopgave
12
Prijsvraag inzendingen
20
Juryrapport
21 Eerste prijs:
REGI E/O
27 Gedeelde tweede prijs:
5m en Living on the edge
37
Derde prijs:
Nota Ruimte Extra
43
Eervolle vermelding:
Werken aan water
47 Een nieuwe logica
50 Terugblik van de juryleden
55 Bedrijvenlandschap
57 Bijlagen

Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
6
Paradox van schoonheid
ir. M. Oostenbrink, Amsterdam
inzending nr. 55
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 7
Voorwoord
F. ten Cate
Federatie Welstand, voorzitter van de jury
Op bedrijventerreinen tocht het altijd. Er waait zand langs je benen, stoep-
In strijd met de titel van de prijsvraag waren er nogal wat voorstellen waarin het
randen zijn door vrachtwagens stuk gereden, het ruikt er vreemd naar nieuw
bedrijventerrein verstopt werd achter bomen of onder de grond, kennelijk om-
linoleum en afgewerkte olie, de Herashekken voor onbebouwde kavels zijn
dat de inzenders zich erbij neerleggen dat `gewone' bedrijventerreinen het aan-
scheefgezakt, maar bovenal: het is er allemaal zo deprimerend lelijk. Zo liefde-
zien niet waard kunnen zijn. Gelukkig was lang niet iedereen zo pessimistisch.
loos, gierig en op de penning tot stand gebracht. Een enkel bedrijf wil nog wel
In deze publicatie treft u de inzendingen aan waarvan de jury meent dat een
eens wat representatiever voor de dag komen. Men laat dan de voorgevel don-
groot publiek er kennis van zou moeten nemen omdat ze elementen bevatten
kerbruin metselen (de zij- en achtergevels blijven van plaatstaal), er komt een
die de discussie over de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen op een ho-
luifel voor de voordeur met pilaartjes eronder, de stratenmaker legt de klinkers
ger niveau kunnen brengen. Maar uw speciale aandacht vraag ik natuurlijk voor
in een rond patroon en heel soms zie je een zielig fonteintje een paar zwerfkeien
de vier prijswinnaars en voor de inzender die een eervolle vermelding kreeg.
bewateren. Dat is de representativiteit van Gamma en Europatuin.
Dit is geen karikatuur, het is praktijk op alle `gewone' bedrijventerreinen. Natuur-
lijk, er bestaan ook minder afzichtelijke bedrijventerreinen, er zijn voorbeelden
waar de inrichting heel zorgvuldig is uitgevoerd en de toelatingsregels streng
zijn, maar dat is verre van gebruikelijk. In het onderzoek `De logica van de
lelijkheid' van de stichting Welstandszorg Noord-Holland wordt beschreven
hoe het komt dat de ruimtelijke kwaliteit op de meeste bedrijventerreinen zo
bedroevend is (Meinsma, augustus 2004). Het zit `m in een keten van besluiten
en besluitjes en soms juist in het uitblijven van besluiten, in de belangen van de
één versus de belangen van de ander, waarvan de vanzelfsprekende optelsom
leidt tot lelijkheid.
Het was een goede gedachte van de opdrachtgever van dat onderzoek, de
stichting Welstandszorg Noord-Holland, om niet alleen de vinger op de zere
wonde te leggen, maar ook een speurtocht te ondernemen naar een nieuwe
logica, door het uitschrijven van een ideeënprijsvraag voor `... bedrijventerrei-
nen die het aanzien waard zijn'.
Er werd niet gevraagd om een tekentafelontwerp van een schitterend bedrijven-
terrein; dat is immers de kunst niet. Nee, het gaat om die lumineuze ideeën
waarmee de uitkomst van het hele proces tussen behoefteramingen en de
oplevering van de laatste loods op het inmiddels gerealiseerde terrein radicaal
kan worden beïnvloed. Waardoor alle partners in het proces zich inspannen om
een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.
Ontwerpideeën waren uiteraard niet verboden: intelligente stedenbouwkundige,
architectonische of landschappelijke concepten kunnen immers wel degelijk bij-
dragen aan het doorbreken van vastgeroeste gewoontes en werkwijzen. Maar
de jury was vooral ook benieuwd naar andere inzendingen: naar bestuurs-
kundige ideeën die creatief ingrijpen in de verhouding tussen de verschillende
overheden, naar voorstellen die het belang van een goede arbeidsatisfactie van
werknemers als uitgangspunt hanteren, voorstellen die inspelen op duurzaam-
heid en intensief ruimtegebruik. Kortom: geen invalshoek was te gek als het
gaat om een beter eindresultaat.
Het aantal reacties was overweldigend. Vele honderden verzoeken om nadere
informatie bereikten het WZNH-kantoor in Alkmaar en tenslotte zijn er bijna
honderd inzendingen ontvangen. Natuurlijk voldeden niet alle inzendingen aan
onze verwachting en natuurlijk werden we ook verrast door voorstellen die
nogal utopisch, al te utopisch waren. Maar over het algemeen was de kwaliteit
hoog: zorgvuldig, intensief en energiek is er aan de voorstellen gewerkt.
Het onderwerp leeft.
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
8 Probleemstelling
In het rapport `De logica van de lelijkheid' van de
stichting Welstandszorg Noord-Holland, dat in mei
2004 werd gepubliceerd, beschrijft H.C. Meinsma
procedures en werkwijzen waarmee bedrijven-
terreinen tot stand komen. Het rapport was het
resultaat van een zoektocht naar verklaringen voor
de veelal schrale en armoedige ontwerpkwaliteit
van deze gebieden. Het geeft een beeld van de
oorzaken van de planologische problematiek die bij
de ontwikkeling van bedrijventerreinen zichtbaar
wordt: ze ontstaan vaak op delicate plekken,
schijnbaar in het wilde weg langs provinciale en
rijkswegen, in het open landschap tussen steden
en dorpen. Het wordt normaal gevonden dat iedere
afzonderlijke gemeente de behoefte aan nieuwe
bedrijventerreinen royaal bedient, terwijl tegelijker-
tijd op oude bedrijventerreinen leegstand en verval
ontstaan.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 9
Vijf Noord-Hollandse bedrijventerreinen werden in `De logica van
gingsplaats ondervindt, gemakkelijk om een nieuw perceel in dezelfde of in een
de lelijkheid' beschreven op basis van documentenstudie en
aangrenzende gemeente te kopen. Daardoor is het vaak financieel aantrekkelij-
interviews met betrokkenen. Uit de beschrijvingen blijkt een
ker om te verhuizen dan om problemen ter plaatste op te lossen. Het gevolg is
onthutsende oppervlakkigheid van de planvormingsprocessen
vroegtijdige en dus niet duurzame afschrijving van het gebouw. En een bedrijf
waarin ze tot stand kwamen. Wie de procedures bij de ontwik-
dat zijn gebouw als `wegwerpproduct' beschouwt, zal weinig belangstelling
keling van bedrijventerreinen vergelijkt met de procedures
voor onderhoud hebben. Noch voor het eigen vastgoed, noch voor het open-
waarin VINEX-locaties tot stand komen, zal moeten erkennen
bare gebied op het terrein, zal die belangstelling er zijn.`
dat in de woningbouw veelal een veel grotere inzet wordt
(E.Louw e.a., 2004, blz. 120)
geleverd om architectonische, stedenbouwkundige en land-
schappelijke kwaliteit te realiseren dan bij een doorsnee bedrij-
Het onderzoek van Louw e.a. is tot stand gekomen in een brede samenwerking
venterrein. De ruimtelijke kwaliteit van woongebieden is natuur-
tussen de Technische Universiteit Delft, de Universiteit van Nijmegen en enkele
lijk belangrijk maar voor de ruimtelijke kwaliteit van bedrijven-
onderzoek- en adviesbureaus. De auteurs gebruiken het begrip `padafhan-
terreinen kan uit oogpunt van leefbaarheid ook een pleidooi
kelijkheid' als samenvattende karakteristiek voor het planningsmechanisme,
worden gehouden. In recente literatuur wordt gewezen op het
dat ten grondslag ligt aan de totstandkoming van bedrijventerreinen en dat de
grote economische èn maatschappelijke belang van bedrijven-
oorzaak is van de veelal schrale ruimtelijke kwaliteit. Het begrip `padafhankelijk-
terreinen: er komt een groot deel van het nationale product tot
heid' is in 1990 door de Engelse planoloog North geïntroduceerd en staat voor
stand, een aanzienlijk deel van de uitvoer wordt er verdiend,
de aaneenschakeling van gebeurtenissen en gedragingen die maakt dat een
èn er werkt naar schatting 45% van de Nederlandse beroeps-
planningspraktijk ontstaat en blijft voortbestaan ook al veroorzaakt dat grote
bevolking! Daar zou toch in het ontwerp iets van tot uitdrukking
problemen. Zelfs als er alternatieven voor handen zijn wijkt men niet gemakkelijk van het
moeten komen...
oorspronkelijke pad af, omdat ale betrokkenen zich zodanig gedragen dat de gangbare
planningspraktijk steeds opnieuw als vanzelf en onvermijdelijk blijft voortbestaan.
Het rapport van de stichting WZNH beschrijft enkele van de achterliggende
Het pad dat met de planning en ontwikkeling van bedrijventerreinen sinds
mechanismen waarmee bedrijventerreinen tot stand komen. Gemeenten
de wederopbouw in Nederland is ingeslagen is zo'n diep spoor geworden,
hebben een eigen financieel en maatschappelijk belang om bedrijven binnen
dat voor de hand liggende alternatieven buiten beeld blijven. Dat belemmert
hun gemeentegrenzen te kunnen vestigen. Ze opereren in concurrentie met
het zoeken naar en het introduceren van nieuwe oplossingen voor bestaande
buurgemeenten en de regio, door grond voor nieuwe bedrijfshuisvesting zo
problemen. Het belemmert zelfs velen in te zien dat zich serieuze problemen
goedkoop mogelijk uit te geven. Het financiële voordeel van deze ontwikkeling
voordoen, en dat er alternatieve procedures bestaan waarvan betere resultaten
wordt niet gerealiseerd in de grondopbrengst maar vooral in de OZB, die in de
verwacht kunnen worden.
toekomst kan worden geheven. Een steeds groter deel van de gemeentebegro-
ting is afhankelijk geworden van deze bron van inkomsten. Door de onderlinge
Er zijn veel redenen om de gangbare procedures rond de totstandkoming van
concurrentie tussen gemeenten is de grondprijs een te verwaarlozen bedrag
bedrijventerreinen kritisch te bezien en naar alternatieven te zoeken. Vanuit de
geworden in de totale investeringskosten die een bedrijf maakt bij het realiseren
stichting WZNH is vooral nadruk gelegd op schrale en ongewenste ruimtelijke
van een nieuwe bedrijfshuisvesting. Als grond gemakkelijk, goedkoop en snel
resultaten. Het gaat dan vooral om gebrekkige landschappelijke inpassing, de
te verkrijgen is, zijn er weinig prikkels om de grond efficiënt te gebruiken en er
schrale stedenbouwkundige compositie en de geringe kwaliteit van de open-
blijven in de grondexploitatie weinig publieke middelen over om te investeren in
bare ruimte en de afzonderlijke gebouwen.
de openbare ruimte en de landschappelijke inpassing.
Maar er is meer aan de hand. In allerlei publicaties is kritiek verwoord met
betrekking tot het weinig efficiënte ruimtegebruik, de mono functionaliteit, de
Maar bestemmingsplannen, stedenbouwkundige programma's van eisen en
overproductie, waardoor vooral oudere bedrijventerreinen snel verloederen en
de voorwaarden bij gronduitgifte zijn voor de meeste bedrijventerreinen buiten-
alleen met veel overheidsgeld kunnen worden opgeknapt, en de ongewenste
gewoon simpel en ruim te interpreteren. Alle betrokken partijen zijn elkaar ter
effecten op de automobiliteit door het ontbreken van een regionale regie in de
wille,ten behoeve van een zo gemakkelijk en goedkoop mogelijke productie van
locatiekeuze. Er is ook kritiek op het geringe inzicht in de werkelijke vraag naar
grond en gebouwen.
bedrijventerreinen. Wordt de behoefte niet teveel gemotiveerd vanuit de steeds
Afzonderlijke gemeenten en de provinciale overheid lijken er uitsluitend op uit
goedkopere alternatieven die gemeenten aanbieden en gaat het dan niet vooral
te zijn de behoefte aan goedkope bedrijfsruimte te faciliteren, zonder zich al
om bedrijfsverplaatsingen en nauwelijks om uitbreiding van de werkgelegenheid
te veel zorgen te maken over planologische, landschappelijke, stedenbouw-
en groei van de economie?
kundige of infrastructurele neveneffecten.
Overproductie is misschien wel de centrale factor die binnen de gangbare
Tegelijk met `De logica van de lelijkheid' verscheen een studie onder de titel
procedures van de totstandkoming van bedrijventerreinen tot ongewenste
`Planning van bedrijventerreinen' waarin de Nederlandse planningspraktijk
resultaten in de kwaliteit van inrichting en landschappelijke inpassing leidt.
uitvoerig wordt beschreven en vergeleken met enkele buitenlandse tradities.
In hun rapport over `Nut en noodzaak van Moerdijkse Hoek' geven Louw en Ol-
Daarin staat het zo: `...If something is as cheap as dirt, then people use it
den van de TU Delft de volgende kritiek op het beleid dat hieraan ten grondslag
as dirt. Deze Amerikaanse uitdrukking is van toepassing op de Nederlandse
ligt: `De nadruk moet liggen op hergebruik van de bestaande voorraad en niet
bedrijventerreinen. Het is voor een bedrijf, dat problemen op zijn huidige vesti-
op het opnieuw aanleggen van een groot areaal nieuwe bedrijventerreinen.

Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
10
Op dit punt is duidelijk een keuze nodig. Mikken op de aanleg van 23.000 ha.
Een grotere schaarste zal een stijgende publieke opbrengst per ha. tot gevolg
nieuw terrein en op het herstructureren van 21.000 ha. bestaand terrein
kunnen hebben door stijgende grondprijzen en daardoor zou het financiële
(Zie: Nota Ruimte, Den Haag, april 2004) is wedden op twee paarden,
draagvlak voor investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte kunnen
die elkaar voor de voeten lopen. Dat kunnen nooit winnaars zijn. Kiezen voor
toenemen. En tenslotte zal een grotere schaarste een stimulans kunnen zijn
het op grote schaal ontwikkelen van nieuwe terreinen betekent dat de voorraad
voor een intensiever, intelligenter en meer overwogen grondgebruik. Het ont-
verouderde terreinen verder zal toenemen. Omdat de uitbreidingsvraag beperkt
wikkelen van bedrijventerreinen kan dan pas weer een ontwerpopgave worden
is, zal er leegstand ontstaan op bestaande bedrijventerreinen. Deze fungeren
op alle niveaus: regionaal en lokaal, en van verkaveling en kavelinrichting tot
immers veelal als donorgebied voor de nieuwe terreinen. Een beter alternatief
gebouwontwerp. Op dit moment is de ontwerpinspanning bij de ontwikkeling
is daarom accent te leggen op herstructureren en op minder ruimhartig ter
van bedrijventerreinen veelal wel erg minimaal. Hierbij hoort een intensievere
beschikking stellen van nieuwe bedrijventerreinen. Dat dit de economische
regionale en provinciale regie, zowel kwantitatief als kwalitatief. Bedrijventerrei-
groei zou belemmeren is een angst die nergens op is gebaseerd. Integendeel,
nen lijken nu zomaar overal te kunnen ontstaan zonder planologische restricties
een recente analyse suggereert een relatie tussen de omvang van het aanbod
en zonder effectieve stedenbouwkundige en landschappelijke waarborgen voor
en de ruimteproductiviteit, d.i. de gerealiseerde toegevoegde waarde per ha.
kwaliteit. Een onbelemmerde concurrentie tussen afzonderlijke gemeenten leidt
bedrijventerrein. In perifere gebieden, waar het aanbod aan bedrijventerreinen
tot steeds snellere consumptie van grond en gebouwen, zonder dat in termen
relatief groot is, is deze ruimteproductiviteit laag. De ruimteproductiviteit neemt
van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit prestaties worden geleverd `...die
toe naarmate het aanbod schaarser wordt.' (E. Louw en H. Olden, TU Delft,
de moeite van het aanzien waard zijn.' Dat is de titel van de ideeënprijsvraag
november 2004, blz.6)
waarover in dit rapport verslag wordt gedaan.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 11
Prijsvraagopgave
De jury heeft de inzendingen beoordeeld op een
serie criteria, waarin de breedte van de
problematiek wordt gekenschetst:
- originaliteit en algemene toepasbaarheid;
- de zorg die besteed wordt aan en de waarborgen
die geboden worden voor landschappelijke
inpassing en voor een goede relatie met de
omgeving;
- de kwaliteit en de duurzaamheid van
stedenbouwkundige structuur en inrichting van
het terrein;
- (de waarborgen voor) de kwaliteit van ontwerp
en inrichting van de openbare ruimte en de privé
buitenruimte;
- (de waarborgen voor) de kwaliteit en de
duurzaamheid van ontwerp en uitvoering van
de afzonderlijke gebouwen;
- beheeraspecten op de lange termijn;
- de mate waarin en de manier waarop de
presentatie en de inhoud van de inzending bij
kan dragen aan een maatschappelijk en politiek
draagvlak voor realisatie
Met het uitschrijven van een ideeënprijsvraag in mei 2004 begon voor de
gevraagd voor de onderlinge samenhang van uiterlijke verschijningsvorm, plan-
stichting WZNH een tweede fase in het project over de ontwikkeling van bedrij-
ning, financiering en procedures bij de totstandkoming.
venterreinen in Noord-Holland. Het WZNH-rapport `De logica van de lelijkheid'
werd op grote schaal verspreid, er werden op lokaal niveau diverse lezingen
In de toelichting werd nog benadrukt dat het niet hoeft te gaan om concrete
over gehouden en de regionale en landelijke pers besteedde er aandacht aan.
oplossingen voor één bepaalde locatie; er zou juist gezocht moeten worden
Zelfs tijdens het debat in de Tweede Kamer over de `Nota Ruimte', waarin het
naar een nieuwe conceptuele en planologische logica die voor verschillende
nieuwe beleid voor de ruimtelijke ordening wordt beschreven, werd er door
`gewone' bedrijventerreinen zou moeten kunnen gelden. Met `gewoon' bedoel-
diverse sprekers naar verwezen.
de de stichting WZNH dat er vooral gezocht moet worden naar alternatieven
voor bedrijfshuisvesting zoals die nu overal aan de randen van allerlei steden en
Daarop volgend publiceerde de stichting WZNH de ideeënprijsvraag onder de
dorpen en langs provinciale en rijkswegen ontstaan, zonder bijzondere locatie-
titel `Bedrijventerreinen die het aanzien waard zijn'. Het was een oproep om
eigenschappen of uitdagende en uitzonderlijke programmatische of financiële
voor één of meerdere problemen en aandachtspunten een aansprekende,
uitgangspunten. In die zin werd met de prijsvraag opgeroepen alternatieve
maar vooral logische en bruikbare oplossing uit te werken. Zo'n oplossing zou
concepten, procedures, ideeën en plannen voor `gewone' bedrijventerreinen
uiteindelijk moeten bijdragen aan een betere planning van en meer ontwerp-
te ontwikkelen.
aandacht voor bedrijventerreinen in Nederland. Hoewel de titel van de prijs-
vraag suggereerde dat het vooral om de uiterlijke verschijningsvorm en dus om
ontwerpideeën zou gaan, werd in de toelichting op de opgave vooral aandacht
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
12 Prijsvraag
inzendingen
De termen in de rubricering, die hierna worden ge-
hanteerd om inzendingen te karakteriseren, kunnen
niet helemaal los van elkaar worden gezien. Wie zich
ingezet heeft voor een meer herkenbare identiteit
van bedrijventerreinen, zal veelal ook aandacht
hebben moeten besteden aan de gebouwconcepten
en de landschappelijke verankering, omdat daarin
karakter en identiteit tot uitdrukking kunnen komen.
Ideeën over een regionale planning van bedrijven-
terreinen kunnen niet zonder uitspraken over het
proces van totstandkoming en de organisatie van
de besluitvorming. In sommige inzendingen worden
dergelijke verbanden inderdaad gelegd.
Er is dus wel wat af te dingen op de hier gepresen-
teerde rubricering, maar het werkt wel als hulp-
middel bij de ordening van de enorme hoeveelheid
materiaal en als leidraad bij de kennismaking met
alle aangeleverde ideeën en concepten.
Hoe kunnen meer dan zeshonderd pagina's tekst en tekeningen van 98
Veel inzenders spreken zich ook niet uit over de proceskant van het vraagstuk,
prijsvraaginzendingen worden beschreven? De jury heeft allereerst een selectie
over de planologische dimensie, over de relatie tussen nieuwe en bestaande
gemaakt van inzendingen, die ieder jurylid afzonderlijk voldoende doordacht,
bedrijventerreinen, over de belangen van de gebruikers of over een strategie ten
voldoende bijzonder, voldoende uitgewerkt en voldoende realistisch vond. In de
aanzien van opdrachtgevers en eigenaren van bedrijfsgebouwen.
discussie daarover konden enkele veel voorkomende kritische kanttekeningen
worden genoteerd. Veel inzendingen vallen af omdat naar het oordeel van de
Na de eerste selectie bleven eerst 36 en na een eerste bespreking 20 inzen-
jury ernstig betwijfeld moet worden of er een zekere mate van realiseerbaarheid
dingen over, inclusief de prijswinnaars, die van belang werden geacht om te
te verwachten valt. Bij veel inzendingen staat alleen een stedenbouwkundige
beschrijven in deze publicatie. Ze bevatten elementen die voor de toekomstige
visie of een stedenbouwkundig ontwerp centraal zonder dat wordt ingegaan op
ontwikkeling van bedrijventerreinen van belang kunnen zijn. De essentie van
de breedte van de probleemstelling en de opgaven die daaruit kunnen worden
deze inzendingen bleek samengevat te kunnen worden in zeven rubrieken, die
gedestilleerd.
staan voor wat genoemd zou kunnen worden `een nieuwe logica voor bedrij-
venterreinen'.


WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 13
Het individuele particuliere opdrachtgeverschap, dat kenmer-
kend is voor de gangbare ontwikkeling van bedrijventerreinen
Proces, organisatie,
in Nederland, kan niet zomaar met het lanceren van nieuwe of
zelfs verleidelijke architectonische concepten op een hoger
financiering en
niveau worden gebracht. Buitenlandse voorbeelden laten zien
dat er vooral een andere organisatievorm en een andere proces-
exploitatie
planning nodig is, waarin het opdrachtgeverschap en het beheer
worden geprofessionaliseerd. De formule van het Engelse
Parkmanagement biedt wat dit betreft wellicht een wenkend
perspectief.
In de inzending onder de titel `KERNH' wordt een voorstel gedaan voor een
stimuleringsprogramma met een projectorganisatie, onder directie en mede-
financiering van de Provincie Noord-Holland, van waaruit lokale overheden,
ontwikkelaars, ondernemers en burgers worden geïnspireerd en ondersteund
bij de realisatie van nieuwe bedrijventerreinen. `Ze werkt aan de bewustwording
van de problematiek, draagt oplossingen aan, ze onderzoekt, publiceert en
communiceert. De organisatie levert uiteenlopende producten zoals werk-
conferenties, bijdragen aan stedenbouwkundige programma's, publicaties,
onderzoek, en prijzen voor de best ingepaste terreinen. Centraal staan een
of meerdere pilotprojecten, die een spraakmakende voorbeeldfunctie hebben
en publiciteit genereren.(....) De toonzetting van alle communicatie is positief.
Het onderwerp moet niet zijn `de gruwelijke vernietiging van landschappelijke
omgevingen', maar de zorgvuldige ontwikkeling van nieuwe ruimte voor econo-
mische activiteit. Uitgangspunt moet zijn dat de schoonheid van het landschap,
nu en in de toekomst, een positieve bijdrage levert aan het economische
(vestigings-)klimaat van de provincie. Een voorbeeld zou kunnen zijn: publicatie
van de gids `Architectuur voor ondernemers - het nieuwe bedrijfsgebouw', die
aan iedere ondernemer met nieuwbouwplannen kan worden uitgereikt. (...)
Wanneer het stimuleringsprogramma in haar opzet slaagt, kan de projectorga-
nisatie na verloop van tijd ondergebracht worden bij de stichting Welstandszorg
NH, en daar verdere invulling geven aan het werk van de stichting, gericht op
bedrijventerreinen. Het gaat dan niet om toetsend werk achteraf, maar om
adviserend werk vooraf `.
In `Mooi werk op de grond' wordt een nieuw systeem van financiering en ex-
ploitatie van de grond op basis van een variabele grondprijs voorgesteld, waarin
met een puntensysteem een korting op een pachtsom kan worden verkregen in
ruil voor door ondernemers toe te voegen kwaliteiten op de bedrijfslocatie. De
kwaliteit van gevelontwerp, beplanting, kavelinrichting en verlichting zouden op
die manier vanuit een systeem van financiële prikkels kunnen worden bevor-
derd. Zo'n systeem zou ook via een collectieve ondernemersvereniging kunnen
worden opgezet.
boven: KERNH
J.M.van der Toorn, Amsterdam
onder: Mooi werk op de grond
Witteveen + Bos, Deventer






Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
14
Regionale planning
boven en rechts: (Ver)dubbel grondgebruik
J. Hovenier, Amsterdam
onder: Werken aan water
buro LUST, -s Gravenhage
Sommige inzenders gaan impliciet of expliciet uit van de wense-
lijkheid van een regionale, niet aan afzonderlijke gemeenten
2030
gekoppelde ontwikkeling van bedrijventerreinen. Daardoor kan,
met een zekere schaalvergroting, ook een betere planologische
Tak aan op bestaande linies
spreiding en een grotere ontwerpinspanning worden gereali-
en graaf uit. Het langste
bedrijventerrein ter wereld?
seerd.
De koppeling van de ontwikkeling van bedrijvenlocaties aan de EHS in
`(ver)dubbel grondgebruik' is daar een voorbeeld van, en ook de suggestie
om de ontwikkeling van bedrijventerreinen te concentreren langs het Noord
Hollands Kanaal `Werken aan water' impliceert een oproep om een regionale
ontwikkeling te initiëren. Ook de inzender van `Industriële vormgeving' stelt
regionale planvorming centraal: een regionaal overheidsorgaan zou samen met
planologen en stedenbouwkundigen een masterplan voor een groot gebied
moeten opstellen en de uitwerking daarvan op lokaal niveau zou nauwlettend
door een `onafhankelijke kwaliteitsbewaker' met een politiek draagvlak moeten
worden bewaakt. Daarbij zou ook moeten worden bevorderd dat afzonderlijke
ondernemers meer samenwerken aan het bedrijventerrein als geheel, zodat de
collectieve kwaliteit kan uitgroeien tot een collectief visitekaartje.
`Den Helder Zuid: de groene werkstad' schetst het visioen van de fi ctieve
maar ambitieuze onderneming van twee wethouders in Den Helder en het
Samenwerkingsverband Noordwest8. Zij zullen samen een Bureau voor Ruim-
telijke Ontwikkeling het initiatief laten nemen tot een stedenbouwkundige visie
voor Den Helder Zuid: `De groene werkstad'. Uitgangspunt is een regionale
samenwerking tussen gemeentebesturen, ondernemers en ontwerpers. Het
BURO zal planologische kennis combineren met de creativiteit van ontwerpers
en deze symbiose kan leiden tot innovatieve stedenbouwkundige visies. Zo zul-
len bedrijven in november 2005 tijdens ontwerpsessies met elkaar afgesproken
hebben `...dat voor de specifi eke inrichting van het park een landschapsarchi-
tect wordt aangesteld en dat voor de inrichting en het beheer van het park een
gezamenlijk fonds in het leven wordt geroepen'.
links: Industriële vormgeving
Noordwestzes L.Trap J.Poel, Alkmaar
rechts: Den Helder Zuid: De groene werkstad
Ontwerpburo LIKE + drs. M.Willems, Amsterdam



WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 15
In veel discussies over de kwaliteit van bedrijventerreinen wordt
de geringe inzet aan de orde gesteld om het stedenbouwkundig
Landschappelijke
ontwerp af te stemmen op de landschappelijke karakteristieken.
In feite wordt het terrein vaak als een leeg terrein beschouwd,
verankering
zonder waardevolle aanknopingspunten in de oorspronkelijke
kavelstructuren, landschappelijke elementen of cultuurhistori-
sche artefacten. Daardoor krijgen dergelijke terreinen vaak een
onbetekenend karakter: er worden kansen gemist om door
middel van een zekere cultuurhistorische continuïteit identiteit
aan het terrein te geven.
De inzending `XRS' gaat expliciet op dit manco in. De inzenders maken gebruik
van het verschil tussen stedelijke kavelpatronen en dorpse patronen. Begrip
voor de historische karakteristiek van landschappen en het centraal stellen van
kleinschalige occupatiestrategieën zou wellicht de grootschalige vernietiging
van landschappelijke karakteristieken kunnen worden voorkomen, dat is de
hypothese van die in de inzending wordt uitgewerkt. De inzender stelt dat, van-
wege het belang van het behoud en de ontwikkeling van karakteristieke natuur,
op dorpse schaal in en rond bedrijventerreinen nieuw landschap ontwikkeld
zou moeten worden, waarin een landschappelijke sfeer centraal staat, zodat de
bedrijfsbebouwing niet overheersend wordt. Het nieuw ontwikkelde landschap
zou een voor de hand liggende begrenzing moeten vormen voor de bedrijfsbe-
bouwing. Wellicht zou ook water daarbij een belangrijke rol kunnen spelen.
`De dubbele lijn' behelst het voorstel om bedrijventerreinen te realiseren langs
de lintbebouwing waar nu vaak al omvangrijke agrarische erven zijn ontstaan.
Door parallel aan deze linten een tweede ontsluitingsweg te realiseren kun-
nen langs deze linten veel nieuwe kavels voor woningen en bedrijfsgebouwen
ontstaan zonder dat de karakteristiek van het landschap wordt aangetast.
Nieuwe ruimte voor woningen en bedrijven kan zo samenvallen met verbetering
van het buitengebied door een goede landschappelijke integratie van agrari-
sche loodsen, bedrijfsgebouwen en woningen. Deze vorm van functiemenging
kan volgens de inzender een nieuwe impuls voor het buitengebied op lange
termijn opleveren en kan wellicht voor een groot deel voorzien in de behoefte
aan nieuwe bedrijventerreinen, waarbij zorgvuldige landschappelijke inpassing
uitgangspunt kan zijn. Het idee sluit aan bij de oorspronkelijke kolonisatie van
polders en veenkoloniën en biedt zeker bij kleinschalige regionale ontwikkeling
interessante perspectieven.
boven en links: XSR
LUX Architecten, Amsterdam
onder: De dubbele lijn
Twan Jütte, Delft



Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
16
Een van de meest gehoorde klachten over bedrijventerreinen is
wel het extensieve grondgebruik met een zeer matige gebrui-
Gebruiksintensiteit:
kersintensiteit en nauwelijks enige functiemenging. Het zijn
mono - functionele gebieden waar 's nachts niets te beleven valt
dichtheid en
en waar zelfs overdag nauwelijks mensen te bekennen zijn. Het
opvoeren van dichtheid en functiemenging zijn dan ook veel
functiemenging
gelezen doelstellingen in beleidsnota's op alle niveaus.
Een heel radicaal en visionair idee wordt in de inzending `BXL 040' gepresen-
teerd. Er vanuit gaande dat woningbouw in schaal, maat en architectonische
verzorging beter in het landschap past dan grote hoge bedrijfshallen en lood-
sen, wordt voorgesteld een ondergrondse infrastructuur voor bedrijfshallen aan
te leggen, op het dak waarvan als nieuw maaiveld een complete woonwijk kan
worden gerealiseerd. De onderruimte zou de vorm kunnen hebben van een vrij
in te vullen kolommenstructuur op een grid van 20m x 20m die de basis vormt
voor een geperforeerde betonplaat, waardoor de bedrijfshallen daglicht krijgen.
Op de vloerplaat, die het nieuwe maaiveld vormt, kan zich een `normaal'
stedelijk weefsel ontwikkelen met hier en daar spontane verbindingen tussen
woningen en de bedrijfsruimten daaronder.
Een ander voorstel voor een meer multifunctionele programmering van bedrij-
venterreinen wordt gepresenteerd in `Brand me'. Het betreft het vestigen van
sportverenigingen op bedrijventerreinen. De sportfaciliteiten zouden door de
op een terrein gevestigde bedrijven moeten worden gesponsord. Er is vaak
veel ruimte op en rondom bedrijventerreinen en er is een zekere infrastructuur
van wegen en parkeerplaatsen die 's avonds en in de weekenden nauwelijks
gebruikt worden; de inzender ziet mogelijkheden om een en ander te koppelen
en bedrijven zouden daarvan ook kunnen profiteren door naamsbekendheid en
identiteit te ontlenen aan hun inzet voor sportaccomodaties.
links: BXL 040
T.van Herk & P. Casier, Brussel, België
onder: Brand me
K.Tran, Amsterdam
In de inzending `Paradox van schoonheid' worden verschillende verdich-
tingscenario's voor bestaande bedrijventerreinen onderzocht. In feite wordt
voorgesteld om samen met ondernemers de totale ruimtelijke potentie van vrije
grond tussen gebouwen te onderzoeken en vrij te geven voor verdichting. Ook
bij vervanging van gebouwen zouden veel grotere volumes en andere functies
dan de gangbare toegestaan moeten worden. Hierdoor zou een verstedelij-
kingsproces kunnen ontstaan, op basis van een veel compactere bebouwing
en een veel grotere functiemenging, en met meer expressieve en verrassende
visuele kwaliteiten.
Scenario's voor verdichting zijn in verschillende opzichten natuurlijk verleidelijk,
maar daarvoor is wel een zekere schaarste aan grond nodig. Zo lang er zó
gemakkelijk en zó goedkoop alternatieven voor handen zijn, is er maar een
beperkte markt voor dit soort scenario's.
links: Paradox van schoonheid
ir. M. Oostenbrink, Amsterdam





WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 17
Een van de grootste opgaven bij de ontwikkeling van bedrijven-
terreinen zou uit maatschappelijk en milieupolitieke overwegin-
gen de duurzaamheid en dus de toekomstige ontwikkelingsmo-
Duurzaamheid:
gelijkheden van gebouwen en verkavelingen moeten zijn.
groeiscenario's en
De neutrale rechthoekige verkaveling voor distributiebedrijven, die in de in-
flexibiliteit
zending onder de titel `Van blauw naar wit' wordt voorgesteld, lijkt in latere
jaren getransformeerd te kunnen worden tot een kantorenwijk in een duurder
marktsegment, waarbij ook voor groenvoorzieningen en parkeerplaatsen een
logische ruimte is voorzien. Daartoe zou de draagconstructie van de bedrijfs-
gebouwen zodanig moeten zijn ontworpen dat deze later voor andere functies
gebruikt kunnen worden. Deze benadering veronderstelt wel extra aanvangsin-
vesteringen en een zekere neutraliteit in het gebouwontwerp.
Een andere vorm van het benutten van ontwikkelingsmogelijkheden binnen
bestaande bedrijventerreinen is het toevoegen, verder verdichten en benutten
van de vaak omvangrijke `restcapaciteit' van bedrijventerreinen. Volgens de
visie van de inzenders van `Fill-it-up' kunnen het onbenutte daklandschap van
bestaande bedrijfsgebouwen en de ruimtes tussen loodsen en bedrijfshallen
benut worden voor kleinschalige units, die als een soort parasieten lege ruimtes
opvullen en daardoor ook een zekere levendigheid bevorderen door kleinscha-
lige activiteiten en functies onderdak te bieden. Omdat de units demontabel en
verplaatsbaar kunnen zijn, kan steeds worden ingespeeld op nieuwe ruimtebe-
hoeftes. Als het initiatief wordt genomen door één leverancier zou van verhuur
sprake kunnen zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van startende ondernemers.
Omdat grond en de infrastructuur voor kabels en leidingen in principe al betaald
is, kunnen de verhuurprijzen laag zijn en de exploitatiemarges redelijk.
onder: Van blauw naar Wit
rechts: Fill-it-up
M. Seelen (Bureau voor architectuur en Advies),
2by4-architects, R. Remijnse & R. Reukema,
Benthuizen
Rotterdam

Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
18
Uit alle literatuur over de kwaliteit van bedrijventerreinen blijkt
dat het stedenbouwkundige voorwerk in de vorm van bestem-
Karakter en identiteit
mingsplannen en stedenbouwkundige programma's van eisen
vaak beneden de maat is. De meeste plandocumenten en
ontwerprichtlijnen zijn globaal, voor vele interpretaties vatbaar
en niet erg bestand tegen de wens of de noodzaak om met
afzonderlijke ondernemers compromissen te sluiten.
Niettemin had de jury wel waardering voor de eenvoud en de helderheid van de
stedenbouwkundige structuur die werd gepresenteerd in de inzending onder
de titel `Park Zijtwende'. Heldere rooilijnen langs een eenvoudig patroon
van gekromde lanen, in combinatie met enkele accenten op vanzelfsprekende
plaatsen in het plan, kunnen een stevige ordening en samenhang waarborgen.
De routes door het plan hebben een vanzelfsprekende hiërarchie en de kavels
kunnen in verschillende grootte worden uitgegeven. De grote brede singels
kunnen het plan een aangename identiteit geven. De jury karakteriseert het plan
als `...netjes en zorgvuldig ontworpen, maar niet vernieuwend.' Karakter en
identiteit blijken sleutelwoorden te zijn in het jargon van ontwerpers om ruimte-
lijke kwaliteit aan te duiden.
Park Zijtwende
E.Siersema, Bouwfonds Ontw. regio Noord-West, Haarlem



WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 19
Uit onderzoek blijkt dat veel bedrijfsgebouwen worden ontwik-
Bijzondere
keld vanuit een specifiek bedrijfsprogramma, terwijl het toch
vaak alleen gaat om m3 bedrijfsruimte zonder al te veel pro-
gebouwconcepten
grammatische specificaties. Het is een sector waar particulier
opdrachtgeverschap de toon aangeeft en waar het bouwen van
neutrale bedrijfshallen voor een anonieme markt ongebruikelijk
is. In veel inzendingen komt de wens naar voren om via het
concept van gebruiksneutraliteit juist tot architectonische en
stedenbouwkundige articulatie te komen.
Zo'n concept is `Idee van Bill', waarin een langgerekte licht gebogen strip
langs een dubbelzijdige ontsluiting een karakteristieke vorm kan krijgen. De be-
drijfshallen zijn in feite als rijtjeswoningen langs de ontsluitingswegen geplaatst.
Zo'n standaardgebouw in een grote serie zou qua m3 goedkoper kunnen zijn,
waardoor financiële ruimte ontstaat voor een fraaie en wellicht bedrijfseigen
afwerking van de gevels.
In het verleden zijn bedrijfsverzamelgebouwen vaak succesvol gebleken als
afzonderlijke ondernemers voordeel konden hebben van een gemeenschap-
pelijke exploitatie van gemeenschappelijke delen van het complex. Dan konden
allerlei vormen van onderhoud en services gemeenschappelijk gefinancierd
worden en dus goedkoper zijn, en er kon een aantrekkelijke architectonische
karakteristiek gerealiseerd worden die kon bijdragen aan een positief gewaar-
deerde bedrijfsidentiteit. In die zin had de jury ook waardering voor de inzending
onder het motto `Glasnost', waarin eenvoudige uniforme units als individuele
bedrijfsgebouwen zijn geplaatst in een alles omvattende glasconstructie, waar-
door een transparant en de omgeving weerspiegelend complex ontstaat met
een veel grotere visuele aantrekkelijkheid dan de afzonderlijke dozen.
boven: BILL
M.P.S.Oskam, Rotterdam
links: Glasnost
de Waal & Wellerdieck architecten, Amsterdam
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
20 Juryrapport
De jury selecteerde uit alle inzendingen uiteindelijk
vijf projecten, die voor een prijs in aanmerking komen.
Na uitvoerige bespreking van deze inzendingen
ontstond de volgende argumentatie om tot een
volgorde in de prijstoekenning te komen.
De jury heeft, na individuele bestudering van alle inzendingen,
Hoewel ontwerpsuggesties voor afzonderlijke gebouwen
vergaderd op 16 november 2004 in Alkmaar. In de eerste
wellicht geen adequate reactie zijn op de gestelde opgave,
ronde werden enkele algemene noties uitgewisseld, waarmee
constateert de jury dat er in deze categorie toch ideeën zijn
het materiaal als geheel kon worden gekarakteriseerd. De
gelanceerd die een goed alternatief kunnen vormen voor de
tweede ronde leidde tot een selectie van inzendingen die door
gangbare loodsen en bedrijfshallen. Met sommige inzendingen
tenminste twee juryleden interessant werden gevonden omdat kan overtuigend worden aangetoond dat het de moeite kan
daarin in een of ander opzicht een antwoord wordt geformu-
lonen om het bedrijfsgebouw ook op zichzelf, los van context
leerd op de opgave. Uiteindelijk werden twintig inzendingen
en specifieke programma's, opnieuw conceptueel te doorden-
door de jury van voldoende kwaliteit gevonden om in de
ken.
publicatie te worden beschreven. In de laatste ronde ontstond
daaruit een selectie van vier plannen die als prijswinnaars
De jury vindt het opvallend dat maar weinig inzenders uitgaan
werden aangewezen en één plan kreeg een eervolle vermel-
van de gebruiker van bedrijventerreinen. Als, zoals uit onder-
ding. Tenslotte werd de volgorde van de prijswinnaars vastge-
zoek blijkt, ca. 45% van de huidige beroepsbevolking in dit
steld.
type omgevingen werkt, dan is vanuit het programma en de
vormgeving meer aandacht gewenst voor een aantrekkelijke
De jury is onder de indruk van de hoeveelheid inzendingen,
verblijfskwaliteit. En zoals de gebruiker veelal buiten beeld
maar constateert dat slechts enkele inzenders de probleem-
blijft, zo is er ook weinig aandacht voor de motieven en wen-
stelling in de volle breedte hebben kunnen doorgronden.
sen van ondernemers c.q. voor mogelijke opdrachtgevers. Het
Er zijn er maar een paar die de opgave benaderen vanuit de
realiteitsgehalte van welke suggestie dan ook staat of valt met
notie dat bedrijventerreinen in eerste instantie een planolo-
de mate waarin en de manier waarop juist zij verleid kunnen
gisch en organisatorisch probleem vormen. Er worden veel
worden om suggesties realistisch en aantrekkelijk te vinden.
ontwerpsuggesties gedaan die een gering realiteitsgehalte
Er zijn nauwelijks suggesties gedaan voor een interactieve
hebben omdat er nogal specifieke vormconcepten aan ten
beleidsvorming met direct betrokkenen.
grondslag liggen. In de categorie ontwerpstudies gaan veel
inzenders uit van de wenselijkheid van landschappelijke
Slechts enkele inzendingen geven enig inzicht in de mogelijk-
camouflage; de jury vindt veel van dit type suggesties onwaar-
heid van ontwikkelingsscenario's over een langere periode,
achtig; bedrijventerreinen worden daardoor onzichtbaar, terwijl waarin nieuwe functies en vormen kunnen worden geabsor-
ze juist ook een uitdrukking van onze cultuur zouden moeten zijn.
beerd en waarin een zekere multifunctionaliteit kan ontstaan.
Daarbij lijkt het de jury vooral van belang aandacht te hebben
voor routes dóór bedrijventerreinen heen, waarmee een zekere
functionele ruimtelijke verankering in de regio kan ontstaan.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 21
1
Eerste prijs:
REGI E/O
De analyse en de voorstellen in deze inzending zijn breed en
bruikbaar. De inzender geeft er blijk van de problematiek van
bedrijventerreinen goed te doorgronden en besteedt aandacht
aan alle schaalniveaus. Het inzicht om in planologische zin
schaarste te bevorderen moet worden onderschreven als één
van de belangrijkste randvoorwaarden om uiteindelijk kwaliteit
op bedrijventerreinen te bevorderen. De inzending is, anders
dan bijna alle andere inzendingen, gebaseerd op het grote
belang van een bestuurlijke en organisatorische aanpak waarin
ontwerpconcepten een plaats krijgen maar niet het uitgangs-
punt vormen.








Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
22
Imoss Bureau voor Stedenbouw
R
ism. Me ee Deng
ken en iDo enE/O
Kwaliteit in de
kiem gesmoord
Er zijn een 7-tal planningsniveaus te onderscheiden die
een rol spelen rond planning, ontwerp, realisatie en
beheer van bedrijvenlocaties in Nederland. Te samen
biedt dit `stelsel' echter geen garantie voor kwaliteit op
locatie. Het kan goed gaan, maar het goed gaan wordt
niet door het stelsel afgedwongen.
Een bevlogen ondernemer kan samen met een goede
ontwerper op kavelniveau heel mooie dingen tot stand
brengen. Daarvan zijn vanuit het verleden en het heden
vele goede voorbeelden aan te wijzen. En dat komt
eigenlijk tot stand los van het bestaan of de inhoud van
hogere planningsniveaus. Als de wil er is, het creatieve
Rijk
vermogen en geld om dingen te realiseren, dan kun-
nen er heel mooie dingen ontstaan.
Provincie
Regio
Gemeente
Terrein
Terreinindeling
Kavel





WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 23
Regi E/O
Helaas zijn niet alle ondernemers `bevlogen ondernemers' en ze nemen
Daar gaat het in de praktijk vaak mis. En vaak juist in die gevallen waarbij
doorgaans geen goede ontwerpers in de arm om hun bedrijfsbebouwing
de gemeente als ontwikkelaar optreedt, gaat het fout: snelle realisatie, dus
vorm te geven. En dan gaat er veel fout, als er geen hoger planningsniveau
uitgifte van zoveel mogelijk terrein krijgt al gauw de hoogste prioriteit
is dat iets afdwingt.
waarvoor een aanvankelijke inzet op kwaliteit moet wijken. Het opportu-
Er kunnen op het niveau van het terreindeel of het terrein heel mooie
nisme van kostenminimalisatie en opbrengsten-maximalisatie.
dingen ontstaan als een bevlogen gemeente of projectontwikkelaar samen
Een hoger planningskader kan in de huidige Nederlandse planningsver-
met goede ontwerpers aan de slag gaat om een bedrijven- of kantorenter-
houdingen dit opportunisme niet of nauwelijks beteugelen. Binnen de
rein te ontwerpen. De combinatie van de wil tot, voldoende creatief
kaders van een correcte juridische plantoetsing door hogere overheden
vermogen en geld, kan tot prachtige dingen leiden zonder dat een hoger
(provincie, inspectie RO), kan door lagere overheden nog veel lelijks
planningsniveau dat afdwingt.
geschapen worden.
Zonder de aanwezigheid van een wil tot -, creatieve vermogen en geld, is
Sterker nog: het hogere planningsniveau van rijk, provincie en regio, geeft
het lastig om binnen het huidige stelsel consistente kwaliteit van bovenaf
rond het thema bedrijvenlocaties eerder een impuls aan het opportunisme
af te dwingen. Een bestemmingsplan of een beeldkwaliteitsplan staat of
en dus aan de lelijkheid, dan dat zij trachten om dit daadwerkelijk te
valt met een consistente wil tot toepassen.
beteugelen. Ziet men daar überhaupt wel een rol voor zichzelf weggelegd,
is zelfs de vraag.




Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
24
Schaarste als stuurmiddel
Het ontbreekt in het actuele planningsstelsel aan instrumentarium om de
behoefte aan en dus de planning van bedrijvenlocaties goed te schatten en
dus te doseren. Het immer gehanteerde `ijzeren voorraad' model, is een
puur kwantitatief stuurmiddel. Uitgiftehoeveelheden uit het verleden
worden simpel doorgetrokken naar de toekomst. De differentiatie in
uitgifte- of vestigingspatronen en de aard van de onderliggende behoeften,
is niet of nauwelijks onderwerp van studie, laat staan dat er sprake is van
een doorwerking in de ontwikkeling van instrumentarium. Gevolg: hogere
planningskaders komen doorgaans niet verder dan het formuleren van
behoeftecijfers aan vierkante meters/hectaren.
De enige kwaliteitssturing gaat uit van het streekplan met de allocatie van
plekken in de ruimte (waar wel, waar niet). Kwaliteit op terreinniveau staat
daar echter ver vanaf. Het gekke is dat landen waar juist de marktwerking
als stuurmiddel wordt gehanteerd betere resultaten worden geboekt. Dat
komt door de heilzame werking van het schaarste mechanisme. Voor de
markt ontwikkelen brengt grote risico's met zich mee. Men oriënteert zich
daarom veel beter op de aard van de behoefte en speelt daar doelbewust
op in. Ergo, schaarste werkt. In Nederland moeten we dit schaarstemodel
omarmen. Elk nieuw terrein kannibaliseert bestaande terreinen, met alle
gevolgen van dien: leegstand, verpaupering, hoge herstructureringskosten.
Daarom moeten we een ruimtelijk `stand-still beginsel' invoeren. Vanaf,
zeg 2010, moet de opvang van de ruimtebehoefte geheel plaatsvinden
binnen het aantal dan beschikbare aantal netto-hectares bedrijvenlocaties.
Nieuwe terreinen kunnen nog wel, maar alleen direct gekoppeld aan
sanering (herbestemming) van bestaande terreinen, elders. Groei kan
slechts worden opgevangen door middel van intensivering op nieuwe en
bestaande terreinen. De schaarste zorgt voor hogere vastgoedwaarden en
dus hogere rendementen voor beleggers en vormt daarmee een mecha-
nisme dat de basis vormt voor kwaliteitsverhoging.
Segmentering per regio
Is schaarste genoeg? Nee. Op regionaal niveau moet er sturing komen
door middel van een regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) die i.p.v.
de afzonderlijke gemeenten, verantwoordelijk wordt voor de (her)
ontwikkeling van terreinen en het beheer daarvan. Zo'n ROM moet de
vorm krijgen van een publiek private samenwerking met aan de ene kant
de inliggende gemeenten en aan de andere kant (institutionele) beleggers.
Partijen die beide baat hebben bij schaarste, het oplopen van vastgoed-
waarde en daarmee van rendementen. Om het beheer van terreinen en
van vastgoed op die terreinen een impuls te geven, worden de
inkomsten uit het zakelijk deel van de OZB (onroerende zaakbelasting)
geheel of voor een groot deel verschoven van de gemeenten naar deze
ROM's. De ROM moet deze fondsen geheel investeren in het ruimtelijk
beheer d.m.v. participaties in parkmanagement-organisaties op terreinni-
veau.Een ROM geeft sturing tot op het niveau van terreinen en terreinde-
len. De eigenlijke ontwikkeling en realisatie wordt gedelegeerd aan private
partijen / projectontwikkelaars. De ROM stelt kaders wat betreft kwaliteit,
gewenste ruimte-intensivering en de beoogde doelgroep.Terreindelen
worden afzonderlijk openbaar aanbesteed en gegund op basis van toets
aan de hand van de gestelde kaders (criteria). Terreindelen moeten qua
omvang zo gekozen worden dat ze direct voor een manifeste behoefte
(klanten) ontwikkeld kunnen worden. Er wordt dus niet op voorraad
ontwikkeld.
Een derde hoofdtaak van de ROM betreft het verwerven van diepgaand
marktinzicht in de aard van ruimtebehoefte van bedrijven en de vertaling
van die behoefte in een adequate `terreinsegmentering'. Vraag vertalen in
gewenste productspecificaties. Marketing dus. Die marketing moet dan wel
beschikken over een taal die iets kan zeggen over kwaliteit en over de
gewenste differentiatie in kwaliteitsniveaus. Daarvoor wordt door ons de
aanzet gegeven voor een segmenteringmatrix die gewenste ruimtelijke
kwaliteiten koppelt aan soorten bedrijvigheid. Door aanbod en vraag in
die matrix te matchen ontstaat een basis voor het formuleren van de
beoogde planningskaders voor (her-)ontwikkeling van terreinen of
terreindelen in termen van gewenste kwaliteiten.

WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 25
Hoogwaardig
Fatsoenlijk
Laagwaardig
Kantoor
Research & development
Handel
Productie
Zware industrie













Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
26
Beeldtaal
Om tussen alle belanghebbenden rond bedrijventerreinen tot een gesprek
te komen over gewenste kwaliteit is een taal nodig die iedereen aan-
spreekt. Dat zou een beeldtaal kunnen zijn die is gebaseerd op een visuele
uiteenrafeling van afzonderlijke bedrijven.
Elk bedrijf is opgebouwd uit meerdere elementen van deze beeldtaal.
Door bij elk element afzonderlijk een differentiatie in kwaliteitsniveaus
te formuleren, ontstaat een `blokkendoos', waarmee de segmenten van de
matrix kunnen worden gedefinieerd in eenduidige terrein-typologieën.
Typologieën waarmee ontwikkelaars en uiteindelijk ontwerpers uit de
voeten kunnen.
Kantoren
Parkeren
Opslag
Groen
Hekwerk/camera
Showroom
Hal
Energie
Installaties
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 27
2
Gedeelde tweede prijs:
5m en Living
on the edge
In beide inzendingen worden ontwerpconcepten voor bedrijfs-
gebouwen en daaraan toe te voegen volumes voor andere
functies gepresenteerd, gebaseerd op duurzaamheid, flexibili-
teit, verdichting, ontwikkelingsscenario's en menging van
functies. De ontwerpen laten zien dat het de moeite loont in
conceptuele en programmatische zin de dichtheid op bedrijfs-
terreinen te vergroten en functiemenging van het begin af aan,
of juist langzaam maar zeker, te bevorderen. De hypothese is
dat veel bedrijventerreinen, juist ook in de periferie bij dorpen
en langs randen van steden, aan kwaliteit kunnen winnen als
de verkavelingstructuur en de afzonderlijke gebouwen meer
ontwikkelingsmogelijkheden toe laten. Daarmee kan de relatie
met de bestaande bebouwing van dorpen en steden worden
versterkt en kan door een meer intensief gebruik van de
locatie de sociale veiligheid worden bevorderd.



Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
28
Ben Wellerdieck (architect, Amsterdam)
Marian van der Waals
(van der Waals/Zeinstra architecten)
motto: 5m
5 meter hoge ruimte
Bedrijfsterreinen
We beseffen dat we de logica van de lelijkheid hier niet
alleen mee tegen gaan maar ook in de kaart spelen.
die het leven waard zijn
Wat is lelijk? We maken van de nood een deugd.
Er is een groot verschil tussen leefbare lelijkheid en
doodse lelijkheid.
Nadat de laatste tijd met veel moeite het werken in
Vaak zijn die plannen waar men z'n best op heeft ge-
woonwijken enige aandacht begint te krijgen wordt het
daan het ergste, een hoekverdraaiing hier een accentje
nu tijd dat we weer kunnen wonen op bedrijfsterreinen.
daar. Willekeur en gezelligheid in plaats van dat de
De monofunctionaliteit van de bedrijfsterreinen is het
bestaande landschapsstructuur de basis vormt.
spiegelbeeld van de monotonie van de Vinex wijken.
Er is een schreeuwende behoefte aan plekken waar
Als inzending voor de prijsvraag sturen we een eerder
mensen nog kunnen experimenteren.
gemaakt voorstel in tot het bouwen van 5 meter hoge
Vrij hun gang kunnen gaan of, zoals sommigen zullen
ruimten, ruimten die inzetbaar zijn om bedrijvigheid in
zeggen, wat aan kunnen rotzooien.
woonwijken te brengen, maar vooral ook gebruikt
Bedrijfsterreinen lijken daartoe bij uitstek geschikt:
kunnen worden om leven op bedrijfsterreinen te
de grond is goedkoop, een eerste vereiste, en je mag
genereren. Wanneer bedrijfsterreinen ook voor klein-
er meer.
schalige activiteiten en wonen worden gebruikt, zal er
vanzelf meer zorg voor ontstaan.
Het idee is ook heel goed toe te passen op de verwaar-
loosde terreinen waarnaar in de `logica van de lelijk-
heid' wordt verwezen. Daarbij kunnen ook de bestaan-
de gebouwen een nieuw leven krijgen. Gelukkig
gebeurt dit soms al.
Mooi of lelijk?






WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 29
casco 86 m2
Regelgeving
Het zal in bestemmingsplannen mogelijk gemaakt moeten worden dat er
(weer) bedrijfswoningen komen. Nadrukkelijk moet vastgelegd worden dat
mensen niet over overlast kunnen klagen. Waarschijnlijk is in veel
gevallen een zekere zonering reëel.
Onze stelling is dat bedrijfsterreinen een enorme potentie hebben als ze
bevrijd worden uit hun monofunctionaliteit. Ze kunnen een proeftuin
worden voor nieuwe stedelijkheid.
Er kan van de `lelijke'bedrijfsterreinen een nieuw elan uitgaan:
de levendigheid die we zo waarderen in de oude binnensteden, maar die
daar ten offer is gevallen aan de autovrije koopgoten en wat dies meer zij,
zou hier opnieuw kunnen ontstaan. Een schemergebied waar niet
helemaal duidelijk is wat wel en niet mag is een goede broedplaats voor
creativiteit.
100 m2
Atellierwoning beeldhouwer, industrieterrein amsterdam Noord
5 Meter hoog: veel ruimte
voor weinig geld
De stad is een plek waar van oorsprong wonen en werken, groot en klein,
goedkoop en duur samengaan. Mede onder economische druk zijn typisch
stedelijke gebieden verdwenen en herontwikkeld tot nette woongebieden.
116 m2
Veel oude gebouwen, sobere, maar vaak spannende ruimten zoals loodsen
en oude schoolgebouwen, waarin bovendien ook voor weinig geld grote
ruimten waren te bemachtigen zijn verdwenen.
De gemeente Amsterdam heeft in een poging dit probleem te ondervangen
het begrip broedplaatsen geïntroduceerd. Daarbij wordt vooral aan
kunstenaars gedacht Het vinden van een goede, stimulerende en goed-
kope ruimte is natuurlijk voor meer mensen een probleem.
Wiij willen een duurzaam, maar goedkoop casco ontwikkelen.
Een plek waar je zo in kunt trekken, maar waar door een overmaat aan
ruimte van alles mogelijk is en die een ieder geheel naar eigen wens kan
invullen zo sober of chique als hij/zij maar wil.
- De ruimten zijn extra hoog: het is mogelijk tussenvloeren aan te
brengen.
Binnen het bestaande volume kan het vloeroppervlak worden vergroot,
Er zijn hoge en lage ruimten er kan gekozen worden voor een open
plattegrond of juist voor kamertjes. Het scala aan mogelijkheden voor
gebruik en bewoning wordt hierdoor enorm vergroot.
132 m2
- Het gebruik van de ruimten is vrij: wonen, werken, wat je maar wilt,
met natuurlijk wel beperkingen aan de hoeveelheid overlast die je mag
veroorzaken.
- Het casco wordt in principe gebruiksklaar, met minimale voorzieningen
opgeleverd; de basisinstallatie is minimaal, `low tech': zet maar eens een
raam open, of trek een warme trui aan;
- De casco's zijn schakelbaar zodat ook grotere eenheden kunnen
ontstaan.
Ons concept is zeer geschikt om in te zetten daar waar de functiesplitsing
wat te ver is doorgeschoten en om een herstel van de menging van wonen
en werken te stimuleren.
Al naar gelang de vraag kunnen er verschillende typen ontstaan.
Amsterdam, februari, maart 2004



Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
30
Bewoonbare bedrijfsruimten met goedkope vierkante meters eventueel te combineren met op de eerste
verdieping: kleine hoge ateliers/werkruimten, ca 45 m2 aan een middengang.
De ontsluiting blijft relatief eenvoudig; er is een keuze tussen grote en kleine ruimten.
In te zetten op kantoor en bedrijfsterreinen waar gestreefd wordt naar een gemengde ontwikkeling
Barrieres in de regelgeving
Er wordt gepleit voor deregulering, maar door de steeds toenemende vraag naar (rechts)zekerheid
is er steeds minder mogelijk.
Bouwbesluit 2003:
Gebruiksfuncties
Hoge ruimte: woning
De eisen die in het bouwbesluit worden gesteld zijn gerelateerd aan het gebruik dat van het gebouw
Hoge ruimte: wonen + studio
gemaakt wordt / zal worden. Dit staat flexibiliteit in de weg.
Werkenentresol in de kast
Hoogte
In het bouwbesluit 2003 is voor de gebruiksfunctie wonen een minimale hoogte van 2.6 m geeist voor
verblijfsruimten en een minimale hoogte van 2.3 m voor verkeersruimten en deuren. Voor andere
gebruiksfuncties geldt dit raar genoeg (nog) niet.
Het is vreemd dat terwijl eisen zoals de aanwezigheid van een buitenruimte of een berging aan de markt
worden overgelaten, deze eis wat betreft de hoogte nu wordt ingevoerd. De 2.6 m hoogte gaat er van uit
dat een ruimte minder leefbaar is als het plafond vlak boven je hoofd zit. Maar een lage ruimte is zeer
leefbaar en zelfs prettig wanneer een een ander deel van de ruimte juist extra hoog is. Deze mogelijkheid
van de beleving van ruimtelijke contrasten wordt door het huidige bouwbesluit uitgesloten.
De beschutte lage ruimten van zolders en tussenverdiepingen -vaak de charme van oude huizen- zijn
verdwenen. Wij pleiten ervoor dat een gemiddelde hoogte van 2.6 m. met een minimale hoogte van 2.1 m.
of desnoods 2.3 m, als gelijkwaardig wordt beschouwd. Zonodig kan dit project met een experimenteer-
status gerealiseerd worden, de gelijkwaardigheid zal dan blijken.
Erfpacht en onroerendgoedbelasting In het erfpachtstelsel/onroerendgoedbelasting zal een nieuwe
categorie moeten komen waarin meervoudig gebruik wordt geregeld.
GIW garanties
GIW garanties kunnen niet van toepassing zijn bij dit project.







WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 31
casco 65 m2
82 m2
115 m2
115 m2

Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
32
2by4-architects
L
R. Re iukevma &i R. n
Remij g
nse
on
the edge
Alkmaar
Haarlem
Hoorn
Schagen
Volendam
Wormerveer
Sinds de industriële revolutie is de planologie de weg
Door in deze rand van bedrijven woningen te integreren ontstaat een
ingeslagen van functiescheiding waarbij de gemeenten
functiemenging die de kwaliteiten van beide programma's kan benutten.
de regie voeren. Wat hierdoor ontstaan is zijn mono-
De woningen vormen samen met ondergelegen loodsen een nieuwe duide-
functionele bedrijventerreinen met een introvert ka-
lijke maar programmatisch diverse rand. Het vormt de overgang tussen
rakter en inefficiënt ruimtegebruik. De veelheid aan
het bedrijventerrein en haar omgeving en bepaald daarmee de identiteit
vormen en kleuren van de bedrijven geven een rom-
van het terrein.
melig aanzicht en er ontbreekt identiteit.
De woning wordt ontsloten via het bedrijventerrein en kent een uniek
Maar is deze functiescheiding nog steeds een nood-
uitzicht op het omliggende landschap waarin het zich verankerd. De
zaak? Kan het mengen van functies geen meerwaarde
goede ontsluiting van bedrijventerreinen op het hoofdwegennet levert
vormen voor het terrein en zo het aanzien van het
tevens een kwaliteit op voor het wonen. De permanente aanwezigheid van
bedrijventerrein verbeteren?
mensen en hun betrokkenheid bij de directe leefomgeving levert op haar
beurt een positieve bijdrage aan de sociale veiligheid op het bedrijventer-
Kenmerkend voor bedrijventerreinen is dat zij veelal
rein. Door de relatief lage grondprijzen op bedrijventerreinen ten opzichte
grenzen met één zijde aan de stad en met een andere
van woongebieden en het meervoudige ruimtegebruik kunnen grote
zijde aan het omliggende landschap. Toch is er vanuit
woonoppervlakten worden gerealiseerd. Zo ontstaat een riante loftwoning
de ontwikkeling van de terreinen weinig tot geen
die op haar beurt zorgt voor differentiatie in het woning aanbod.
aandacht voor de relaties tussen het bedrijventerrein
en haar directe omgeving.
Het idee berust op de behoefte van bedrijven aan vrij indeelbare ruimte.
Kolomvrije overspanningen kunnen alleen gerealiseerd worden door grote
Juist deze rand is interessant omdat deze de ontmoe-
constructie hoogte. In deze anders nutteloze constructieruimte worden de
tingsplek vormt tussen twee gebieden. In dit ontwer-
woningen gesitueerd. Door de constructie als dubbel vakwerkspant uit te
pend onderzoek is de rand van een bedrijventerrein
voeren ontstaan los van elkaar liggende langgerekte woningen die aan
opnieuw vormgegeven.
twee zijden over de (smalle) zijde van de loods heen kijken. Tevens
ontstaat, bestaat door deze constructie de mogelijkheid om van daglicht
toe te laten treden toetreding in de loods. Door het vakwerk te laten
uitkragen ontstaat een gunstige momentenlijn waarbij het vakwerk
opdeelbaar en daarmee transportabel wordt voor prefabricage.



WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 33
Ruimtelijke bufferzone
wonen
Eén identiteit
ma/vrij 18.00 - 8 uur en za/zo
werken
ma/vrij 8 - 18.00 uur
recreëren
Ontsluiting voor fiets en voetganger
ma/vrij 18.00 - 22.00 uur en za/zo
De bedrijven zijn dusdanig georganiseerd dat twee bedrijven één parkeer-
voorziening en laad- en losplekken delen. In het weekend en s'avond kan
door de bewoners van de woningen en recreanten van het omliggende
landschap gebruik worden gemaakt van deze parkeervoorziening. Deze
oplossing is niet alleen ruimtebesparend maar maakt de plek tevens
sociaal veiliger. De parkeervoorziening ligt binnen de rooilijn van de
bouwmassa waardoor een smal straat profiel kan worden gemaakt dat een
bijdrage levert aan het stedelijke karakter. De assen van de wegen op het
Verdichte industrie
bedrijventerrein worden visueel, over het parkeervlak, naar het omlig-
gende landschap doorgetrokken zodat een onderlinge relatie tussen de
twee gebieden ontstaat.
Stedelijkheid door wonen
Bedrijven etaleren zich hoofdzakelijk in één gevel waarbij de overige
gevels bijna geheel gesloten zijn. Deze gesloten gevels kunnen benut
worden door de woning. De doorsnede die hierdoor ontstaat, geeft volop
variatie mogelijkheden waarbij een kantoor of kleine onderneming aan
huis goed realiseerbaar is.












Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
34
Bestaande situatie
Nieuwe situatie
Deze nieuwe configuratie van woningen en bedrijven kan een interessante
Met dit onderzoek is getracht aan te tonen dat wonen op bedrijventerreinen
markt zijn voor private ontwikkelaars en voorkomt een snelle devaluatie
goed mogelijk is en een duurzame meerwaarde kan vormen voor zowel de
van de opstallen. Bedrijven uit de lichte milieuhinder categorie, zoals de
specifieke plek als de stad als geheel.
veel voorkomende distributie en opslag bedrijven, vormen daarbij een
goede doelgroep. De bedrijfsruimten zijn vrij indeelbaar door het ontbreken
van kolommen en kan daardoor eenvoudig aangepast worden aan nieuwe
gebruikers.
380 euro/m2 x 150 m2 = 57.000 euro - woonwijk
190 euro/m2 x 300 m2 = 57.000 euro - bedrijventerrein
Riante loftwoning met binnenpatios
(190:2 gebruikers) euro/m2 x 600 m2 = 57.000 euro
Veel ruimte voor weinig geld. Dat willen we toch allemaal!
Centraal parkeren op de grens met
Reclame opgevel van het hurend bedrijf
Zicht as naar omgeving doorbreekt de introversie
Door de ontwikkelaar te ontwerpen gevel
meer sociale veiligheid













WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 35
Gebouw
Loodsen
Het constructieve idee van wonen in de constructie
Woning
Multifunctioneel gebruik parkeervoorziening
Variatiemogleijkheden binnen een structuur
Dwarsdoorsnede loftwoning en loods
Plattegrond loftwoning






Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
36
Langs doorsnede
Dwars doorsnede
Overzichts macquette
Sfeerbeelden interieur
Materiaalgebruik
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 37
3
derde prijs:
Nota Ruimte
Extra
Hoewel de jury het niet met alle beweringen en stellingen uit
deze inzending eens kan zijn, is er waardering voor de poging
om bedrijventerreinen opnieuw te interpreteren met een nieuw
specifiek op bedrijventerreinen toegespitst begrippenkader dat
niet leunt op oude stedelijke paradigma's van schoonheid
en samenhang. Er zou minder geredeneerd moeten worden
vanuit het externe perspectief van incidentele bezoekers en
meer vanuit de dagelijkse gebruiker in de context van de
gebruikskwaliteit van de bedrijfsgebouwen. Het idee om met
een korting op de pachtprijs (of de OZB) een verantwoorde
inrichting van de bedrijfskavels te bevorderen zou in algemene
zin wel eens een effectief instrument voor kwaliteitsbevorde-
ring kunnen zijn. De jury vat vooral de oproep om het instru-
mentarium van de grondpolitiek opnieuw te doordenken op,
als een waardevolle bijdrage aan het debat over bedrijven-
terreinen, zonder dat dit overigens in deze inzending al volledig
in detail en vanuit allerlei praktische implicaties is doordacht.



Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
38
Bureau BIQ: Hans van der Heijden, Rick Wessels,
N
Barb o
ara Ktloa
mp Ruimte
Extra
2005-2008
Naar een ecologisch- liberale ruimtelijke ordening
Concept samenvatting voorrapportage ten
behoeve van het pre-advies Nota Ruimte- Extra
linksboven: Hoge dichtheid, functioneel terrein: veel asfalt en parkeerplaatsen
rechtsboven: Minder asfalt en meer groen in infrastructuur. In ecologisch en visueel opzicht een duurzame
oplossing
rechtsonder: Ontwerp wordt bepaald door PR
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 39
Ontwerp de oplossing?
Opponent
De titel van het wedstrijdprogramma van de ideeënprijsvraag `Bedrijven-
Wat is eigenlijk de opponent, wie is die vijand die bestreden moet worden
terreinen die het aanzien waard zijn' klinkt als een wanhoopskreet.
en hoe gedraagt hij zich? Laten we hem/haar niet ironiseren en de
Gevraagd wordt om voorstellen, plannen en ideeën als antwoord op de
discussie over de vermeende lelijkheid van nieuwe bedrijventerreinen
`logica van de lelijkheid' van deze terreinen.De vraag is of een nieuwe
openlaten. Bedrijventerreinen zijn structureel verweven met een economi-
generatie bedrijventerreinen wel ontwerpbaar is. De moderne stad is
sche praktijk. Interessanter karakteristieken dan de esthetiek van de
immers gefragmenteerd. Zij is historisch gelaagd, maar ook verknipt in
bedrijventerreinen zijn:
zijn beginselen. De historische kernstad is voor Monumentenzorg, de
nieuwe woonstad voor Welstand, de toekomstige werkstad voor het
- Duurzaamheid: het ontwerp van opstallen en terreininrichting wordt
Bedrijfsleven. De recente Nota Ruimte bevestigt een voortschrijdende
bepaald door veranderbaarheid, restwaarde en PR, niet door duurzaam
praktijk van deregulering en marktwerking. De ontwerpwereld begaat een
heid.
vergissing als zij denkt binnen deze condities meer dan een verleidelijk
- Locatieconsumptie: bedrijven kopen goedkoop bouwgrond, bebouwen,
beeld te kunnen ontwerpen.
gebruiken en verontreinigen die en laten tenslotte de grond vervuild
achter, waarna elders hetzelfde proces opnieuw begint. De herstelkosten
Ontwerp het probleem?
worden afgewend op de overheid.
- Bezettingsgraad: de bedrijfseconomie verlangt directe beschikbaarheid
van bouwgrond, leegstand hoort structureel bij deze economie.
Dat wil helemaal niet zeggen dat er geen probleem is.Dit concept Nota
- Functiescheiding: door bedrijven apart in de stad te lokaliseren, worden
Ruimte Extra [R-Ex] levert geen kant-en-klare oplossing voor de veron-
ze in het politieke leven niet genormaliseerd: op micro-niveau is geen
derstelde `lelijkheidslogica'. Door een alternatief paradigma op te stellen
sprake van een gezonde verhouding tussen verstandige buren.
wordt de beperkte reikwijdte van het ontwerp in de actuele situatie
- De relativiteit van de plek: het belang van de vestigingsplaats is voor
verhelderd. Het actuele ontwerpprobleem wordt als het ware `van bui-
moderne bedrijven relatief, de keuze voor een plek heeft een regionale
tenaf' begrensd. De implementatie van R-Ex vraagt tijd en zal pas na
of zelfs landelijke schaal.
enkele decaden zichtbaar zijn.
- Grondpolitiek: het adagium "wie de grond heeft, bepaalt" is niet meer
aan de overheid besteed, de grondpolitiek is overwegend gericht op
Waarom een
maximalisatie van de beginopbrengsten (door verkoop) en niet op
langdurige, terugkerende inkomsten (b.v. via erfpacht).
nota Ruimte Extra?
- Hoge dichtheid: het dogma van de compacte stad maakt zo onderhand
van alle uitleggebieden (of dit nu woon- of werkgebieden zijn) steen-
woestijnen waar slechts goed gedoseerde sprieterige aanplant de
Deze aanvulling op de Nota Ruimte uit 2004 richt zich volledig op de
straatklinkers en gevelstenen verlevendigen, radicale verdunning van de
ruimtelijke ordening van bedrijventerreinen en biedt gemeenten en
nieuwste stad levert de fysieke ruimte voor een hoogwaardige groene en
provincies instrumenten om de beleidsdoelen uit de Nota Ruimte na te
stenen infrastructuur.
kunnen streven.In de Nota Ruimte van 2004 wil de overheid toe naar een
- Perspectief: het kwaliteitsprobleem. De weerzin tegen de bedrijvenpar
meer ontwikkelingsgerichte planologie in plaats van een op toelating
ken is `toeristisch': het externe perspectief van incidentele bezoekers, er
gerichte planologie. De overheid wil meer ruimte geven aan private
is echter ook het interne perspectief van de dagelijkse gebruiker in de
partijen en de regels verminderen. Ook wil zij meer als partner van
context van de gebruikskwaliteit van de bedrijven.
ondernemers optreden, zij formuleert echter geen kwaliteitseisen voor
- Beeldfetisjisme: wanneer gedacht wordt dat bedrijventerreinen in het
bedrijventerreinen omdat dat "maatwerk" zou zijn. In de praktijk blijken
beeld al of niet `aantrekkelijk' dan wel `logischerwijs lelijk' zijn, wordt
de belangen van overheid en bedrijfsleven niet gelijk. Vooral lokale
ontkend dat hier kwalitatief veel meer aan de hand is.
overheden hebben de afgelopen jaren aan macht en expertise ingeboet en
leunen sterk op kennis van adviesbureaus. De rijksoverheid zal de lokale
overheden tegemoet moeten komen en instrumenten aanbieden om als
Paradigma:
gelijkwaardige partner met commerciële partijen zaken te kunnen doen.
Hiervoor zijn financiële middelen nodig, maar ook een ander economisch
Nota Ruimte-ex
model van gronduitgifte.
In deze praktijk zijn alleen alternatieven te ontwerpen als de beleidsma-
Wij stellen hier dat niet alleen het in gang zetten van een ontwikkeling,
tige variabelen herzien zijn. Met het nieuwe paradigma van R-Ex wordt
maar vooral ook het beheren van bedrijventerreinen een taak is van de
een aantal bakens verzet op lokaal schaalniveau:
overheid. In de praktijk kampen lokale overheden met veel leegstand op
- De stad regisseert.
bedrijventerreinen en concurrentie met buurgemeenten. In deze nota
- De stedelijke grondpolitiek is gericht op de lange termijn.
R-ex zal een beheermodel voorgesteld worden voor alle gemeenten in
- De stad stuurt op ecologische duurzaamheid.
Nederland, waardoor onderlinge concurrentie zich af zal spelen op
Ambities worden echter op landelijke schaal gedefi nieerd en gecoördineerd.
kwaliteit in plaats van prijs. Overheden zullen ook meer invloed uit
kunnen oefenen op hun eigen grondgebied. De invloed van het bedrijfsle-
ven op de ruimtelijke ordening in Nederland is geen bedreiging, maar een
feit waar we rekening mee moeten houden en op moeten anticiperen. De
overheid neemt haar verantwoordelijkheid voor het publieke gebied:
ecologische duurzaamheid. In het private gebied zal zij vooral faciliterend
optreden om haar invloed daar niet te verliezen. Een alternatief ecolo-
gisch- liberaal model verenigt deze twee aspecten. nota ruimte, www.vrom.
nlBNSP-reactie op de Nota Ruimte, zoals vastgesteld op 23 april 2004,
www.bnsp.nl




Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
40
Ontwerpgereedschap
De overtuigingskracht van R-Ex ligt niet in de formulering van nieuwe
ontwerpgereedschappen, maar domweg in het creëren van planningscon-
dities die het huidige gereedschap inzetbaar maken. De messen hoeven
niet opnieuw geslepen te worden, noch hoeft naar zelfslijpend ander
gereedschap gezocht te worden.
De staat
De rijksoverheid streeft naar een nieuw model bedrijventerrein door
provincie en gemeenten van betere instrumenten te voorzien. Omdat alle
provincies bestemmingsplannen volgens de nieuwe richtlijnen toetsen
en de overheid gemeenten verplicht om een nieuw economisch model te
Voorbeelden genoeg.
Ambitieuze, geschikte plannen zijn te vinden in o.a. het boek: Stef van der Gaag, Vademecum
gebruiken, zal tussen gemeenten de concurrentie op prijs vervangen
bedrijventerreinen, 010 Uitgevers, Rotterdam, 2004. Afgebeeld is het plan Westermaat-Campus Hengelo
worden door concurrentie op kwaliteit.
waar met voorinvesteringen een park is aangelegd en intensief parkbeheer plaatsvindt.
- De overheid dient geld beschikbaar te maken voor het maken van een
wettelijk verplichte structuurvisie door gemeenten1. In dat geval zal de
provincie genoeg instrumenten hebben om in programmatisch en
ruimtelijk opzicht spreiding en plaatsing van bedrijventerreinen te
kunnen reguleren.
- De overheid stelt ook weer financiële middelen in de vorm van subsidie
beschikbaar voor het maken van een stedenbouwkundig plan.
- De rijksoverheid ontwikkelt een economisch model voor erfpacht en
verstrekt leningen die dienen als voorinvestering voor de aanleg van
openbare ruimte van bedrijventerreinen.
- Zij formuleert een toetsingskader voor de provincie waarmee bestem
mingsplannen getoetst kunnen worden op ecologische en infrastructu-
rele doelstellingen aan de hand van percentages bebouwd/onbebouwd,
publiek- privé, waterberging etc. Er worden hoge eisen gesteld aan niet-
uitgeefbaar terrein.
1 BNSP-reactie op de Nota zoals vastgesteld op 23 april. www.bnsp.nl nota ruimte, www.vrom.nl
De stad
De markt wordt liberaal benaderd op de schaal van het plan die zowel
rechten als verplichtingen voor de overheid met zich meebrengt:
- De stad zorgt voor een ecologisch verantwoorde infrastructuur: kabels,
leidingen, openbaar gebied, water- en groenstructuren. Deze wordt
geformuleerd in termen van collectieve doelen.
- De stad onthoudt zich van esthetische oordelen over de opstallen: geen
beeldkwaliteitsplannen, Q-teams, supervisoren, welstandscommissies
voor het uitgegeven gebied.
- De infrastructuur is niet functiespecifi ek. Mengingen en herdefi nities
van functies zijn mogelijk.
- De stad incasseert positieve en negatieve restwaarde van onroerend goed.
De stad dekt op, bedient en ruimt af. De overheid verkrijgt zo zeggen
schap over de aanvangskwaliteit van het kavel.
- De stad blijft in bezit van grond: via erfpachtcanon wordt gericht
milieubeleid gevoerd.
linksboven: Als eerste wordt de openbare ruimte aangelegd.
- Grond wordt in een samenhangend arrangement uitgegeven. De
rechtsboven: Openbaar gebied is drager van het stadsbeeld
bestemming van grond, ecologische kwaliteit van opstallen, het type
productieproces, de te verwachten sloop cq. saneringskosten bepalen de
linksonder: Leegstand
erpachtcanon. Ecologisch verantwoord bouwen wordt via reducties in de
rechtsonder: Lege plek ingevuld met tijdelijk groen: er wordt gerekend op leegstand
erfpacht financieel lonend.
- De stad bepaalt met welke mate van leegstand wordt gerekend en
stimuleert al of niet tijdelijk gebruik.
- De stad stimuleert gebouwde kwaliteit door het goede voorbeeld te geven
bij het ontwerp en beheer van het openbaar gebied, de zaken die tot de
directe overheidscompetenties behoren.
- De stad anticipeert op gebouwde kwaliteit door het openbaar gebied tot
drager van het stadsbeeld te zien en niet de opstallen of de individuele
kavels.
- Er wordt ingezet op lage dichtheden, groen, weinig verharding en een
natuurlijke waterhuishouding.


WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 41
Exploitatievoorbeelden
Bedrijfskavels
Huidige scenario
De volgende twee scenario's illustreren het voordeel van het nieuwe
De overheid verkoopt kavels zo snel mogelijk om daarmee inkomsten te
ecologisch-liberale paradigma. Doordat in het nieuwe scenario lange
verkrijgen. Het verttrek van het bedrijf is onvermijdelijk: er wordt niet
termijncontracten met parkbeheer worden gemaakt en milieuvriendelijke
(duurzaam) geïnvesteerd in het kavel en het terrein veroudert. Wanneer
kavelinrichtingen fiënancieel aantrekkelijk zijn, is de investering aan het
bedrijven vertrekken blijft er vervuild terrein achter. Het is niet aantrek-
eind van de exploitatie (en de totale investering) aanzienlijk minder dan in
kelijk om weer te investeren omdat de kosten niet terugverdiend kunnen
het huidige scenario, waar men geen middelen meer heeft om het terrein
worden.
te saneren. Ook worden makkelijker nieuwe bestemmingen voor de kavels
gevonden en ziet het gebied er aantrekkelijk uit.
0
10
20
30
Infrastructuur wordt aangelegd door de lokale
Het bedrijf koopt het kavel, verhardt het terrein en
Het bedrijf verhuist naar een andere locatie.
Het kost de lokale overheid veel geld een nieuwe
overheid.
bouwt een loods. De lokale overheid verdwijnt uit
Niemand onderhoudt het terrein.
bestemming voor de plek te vinden en het terrein
beeld met het opgestreken geld.
te saneren.
Het bedrijf vertrekt, het terrein en
de kavelinrichting zijn verouderd.
De overheid verdient geld met de
verkoop van de kavels
Geld
t
0
10
20
30
Negatief banksaldo, dus deze investering is voor
niemand aantrekkelijk, de reden dat gemeenten
gewoon een nieuw terrein gaan ontwikkelen.
Gemeente investeert in
verharding en bouwrijpmaken
kavel is erg vervuild. Sanering kost meer dan "gewoon" bouwrijpmaken.


Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
42
Kavels verpachten
en milieu-korting
De kavels worden verpacht. In de pachtprijs worden de kosten voor
sanering en onderhoud van het terrein verdisconteerd. Wanneer bedrijven
op een ecologisch verantwoorde manier het terrein inrichten levert dit
milieukorting op de pachtprijs op. De leegstaande kavels hebben niet veel
onderhoud nodig. In het ongunstige scenario dát het bedrijf vertrekt hoeft
er niet veel meer aan het kavel te gebeuren. Het is aantrekkelijk te
investeren in het kavel omdat met relatief weinig inspanning een hogere
pachtprijs te verkrijgen is.
0
10
20
30
De lokale overheid legt de openbare ruimte aan
Het bedrijf richt terrein in volgens de voorwaarden
Het bedrijf verhuist naar een andere locatie.
Er dient zich een andere gebruiker voor dit groene
met financiële ondersteuning van de rijskoverheid.
van het park en krijgt milieukorting op de
Het parkbeheer onderhoudt het terrein met weinig
kavel aan. Het kavel wordt opgefrist, hiervoor is
pachtprijs.
inspanning.
maar een kleine inverstering nodig.
Het bedrijf vertrekt
(zeer onwaarschijnlijk).
Als het bedrijf gewoon blijft, zal in dit geval na ongeveer 15 jaar
de investering terugverdiend zijn en is alle pacht winst.
Geld
t
0
10
20
30
Er ontstaat snel weer een positief banksaldo, omdat er
geïnvesteerd wordt. Er kan meer pachtprijs gevraagd
worden dan voorheen, omdat het kavel al verder
ontwikkeld is.
Kavel wordt licht
onderhouden tijdens
leegstand
Gemeente investeert in verharding en bouwrijpmaken.
(geen inkomsten).
Door milieukorting werd kavel goed onderhouden.
Er is maar een kleine investering nodig om het weer
te verpachten.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 43
eervolle vermelding:
Werken aan
water
Deze inzending stelt de mogelijkheid van herontwikkeling van
locaties langs het Noord-Hollands Kanaal aan de orde en is
daarmee een van de weinige inzendingen die expliciet aan-
dacht vraagt voor het thema van een regionale ontwikkeling
van bedrijventerreinen op basis van een regionale ontwerp-
opgave. Zo'n ontwikkeling kan een grootschalige samenhang
laten ontstaan in een omgeving die vanouds een industrieel
en multifunctioneel karakter draagt en die kan bijdragen aan
de versterking van contrasten en identiteitsverschillen in het
Noord-Hollandse landschap. Hoewel water wellicht niet meer
de geëigende drager is voor industriële activiteit, zoals vroeger
bijvoorbeeld de Zaan, heeft de jury toch waardering voor deze
regionale benadering. Met deze inzending wordt immers
indirect ook het belang aan de orde gesteld van intergemeen-
telijke samenwerking in regionale landschapsplannen.


Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
44
Buro LUST
Werken
aan
water
2004
2015
Herwaardeer het
Denk in Linies ipv.
Noordhollands-kanaal
punten en vlekken




WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 45
`Werken aan water' volgt de agenda van Lissabon:
Kan Holland wedijveren met de `rest van de wereld' om
transformeer het oude Europa in een e-Europe in een
intellectueel en creatief kapitaal te lokken? Dat kan als
werelddeel waarin een vitale e-economie bron is voor
met maximale inspanning de arbeidsvreugd wordt
een duurzame cultuur. Bevorder een huishouding
verhoogd. Stimuleer daartoe tevens het woongenot, het
waarin het gebruik van informatie en communicatie
reisvermaak tevens het woongenot, het reisvermaak en
technologie de boventoon voert. Ontwerp daartoe een
het zoet van vrije tijd. Schep en herschep een landschap
aanstekelijk concept waarin ruimtelijke opgaven
van formaat waarin leisure and pleasure ijkpunten zijn
worden gezien als culturele opgaven.
voor de waarde van de wereld van het werk.
De Beemsters zijn ons voorgegaan.
Kan de ruimtelijke kwaliteit van Holland daarin een
stimulans zijn? Dat kan als de `schoonheid van ons
land', als de wijdsheid van het (noord) Hollandse water-
landschap, ten volle wordt benut. Ontwerp een land-
schap waar wijdsheid en wijsheid samenspannen.
De kanalenbouwers zijn ons voorgegaan.
2030
Tak aan op bestaande linies en graaf uit.
Het langste bedrijventerrein ter wereld?
2004
2015
2030






Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
46
Zeven suggesties
1. Beschouw het intellectueel en creatief kapitaal niet
5. Maak dit waterrijke lint tot aantrekkelijke e-streek;
als object van ordening maar als subject; stimuleer
ban langs dit lint de domme dozen.
de vrijpostige inbreng van deze kennisklasse; benut
6. Benut historisch markante locaties; ontwerp een
hun denk- en doekracht.
typologisch rijk repertoire aan watergebonden bouwsels.
2. Denk niet in vlekken en punten maar in lijnen en
7. Ontwerp geen eindbeeld; stimuleer een aanstekelijk
stromen; kies de regio als maat.
proces; bevorder `werken aan water'.
3. Laat de streek het Noord-Hollands kanaal promo-
veren tot ruggengraat van een aantrekkelijk werk-
landschap.
4. Vergroot het aantal oevers; vergraaf het territoir.
Varianten in bebouwing langs het kanaal:
van dicht tot zeer open, drijvend, gestapeld,
aantakkend op bestaande gebouwen. Wonen op
bestaand werk. Liever hoog dan breed.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 47
Een nieuwe logica
Op verschillende niveaus Landschappelijke inzet
zijn nieuwe strategieën
De landschappelijke inpassing is de belangrijkste culturele opgaven bij de
nodig en denkbaar. Er is
ontwikkeling van bedrijventerreinen. De overheid dient vooral die publieke
kwaliteiten te waarborgen, die niet `vanzelf' nagestreefd en gerealiseerd wor-
voldoende planologische den in maatschappelijke processen waarin efficiency en economisch gewin
uitgangspunt zijn. Dat begint bij de besluitvorming over regionale locatie-
en conceptuele kennis
keuze voor bedrijventerreinen. Aan de locatiekeuze voor de ontwikkeling van
nieuwe bedrijventerreinen moet niet het belang van afzonderlijke gemeenten
beschikbaar om de pro-
ten grondslag liggen, maar vooral een regionale afweging op grond van
landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Daarbij speelt ook de inte-
blematiek van bedrijven-
gratie van andere beleidssectoren en beleidsdoelstellingen een rol zoals in-
frastructuur, landschapsontwikkeling en waterbeheer. Hierbij is een regionale
terreinen te doorgronden analyse en planvorming essentieel, niet alleen in ROA-verband, maar ook in
West-Friesland, Waterland, Kennemerland, de Kop van Noord-Holland, Het
en toegankelijk te maken Gooi en in het middengebied rond Alkmaar. Grootschalige ontwikkelingen
in het landschap van Noord-Holland, waarbij de omzetting van agrarische
voor alternatieve proce-
functies naar bedrijfsbestemmingen voor industrie en handel de komende
decennia een stuwende factor zal zijn, dienen geprogrammeerd te worden
dures en werkwijzen, met op basis van meer argumenten dan alleen economisch gewin op de korte
termijn.
betere resultaten dan de Het provinciale bestuur lijkt vooralsnog de aangewezen bestuurslaag om
dergelijke planvormingprocedures en afwegingsprocessen te faciliteren en
huidige. Maar het inzicht te onderbouwen met kwalitatieve planologische normstellingen.
van de zogenaamde `pad-
afhankelijkheid' (Zie hier-
voor: Probleemstelling)
leidt wel tot de sombere
voorspelling dat een
koerswijziging alleen mo-
gelijk is als alle betrokken
partijen doordrongen zijn
van de urgentie van het
probleem.
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
48
Planologische inzet
Organisatorische inzet
Nieuwe strategieën zullen vooral moeten worden geïnitieerd en gewaarborgd
Voor de ontwikkeling en het beheer van bedrijventerreinen zijn andere
door partijen die vanouds het primaat hadden in de besluitvorming over de
organisatievormen nodig waarin betrokkenen samenwerken. Daarbij zijn ver-
ruimtelijke ordening: de rijksoverheid en de provinciale overheden. Zij zijn
schillende accenten te onderscheiden. Er moet een einde worden gemaakt
verantwoordelijk voor een zodanig restrictief en doelgericht planologisch
aan de onvruchtbare concurrentie tussen gemeenten bij de gronduitgifte
beleid, dat geen overproductie van bedrijventerreinen ontstaat, dat de ont-
en bij de werving van bedrijven. Samenwerking op niveau van regio's opent
wikkeling van nieuwe bedrijventerreinen conditioneel wordt gekoppeld aan
perspectieven voor regionale locatiekeuze en regionale planvorming in het
de revitalisering van oude bedrijventerreinen, dat nieuwe bedrijventerreinen
kader van brede strategieën voor landschapsontwikkeling. Voorwaarde
niet ontstaan op locaties die landschappelijk en cultuurhistorisch beschermd
daarvoor is natuurlijk een regionale regeling van grondkosten en -opbrengs-
dienen te worden, dat een einde wordt gemaakt aan de gebrekkige regio-
ten en OZB-heffing.
nale samenwerking tussen afzonderlijke gemeenten, dat de infrastructuur
Op het niveau van opdrachtgeverschap en gebruikers dienen organisatie-
niet onnodig wordt belast met verkeer van ver weg gelegen transport- en
vormen te worden ontwikkeld waarin niet particulier en individueel opdracht-
distributiebedrijven en tenslotte, dat de verplaatsing van allerlei milieuvrien-
geverschap centraal staat, maar waarin professionele verbanden van onder-
delijke bedrijven uit binnensteden naar perifere bedrijventerreinen wordt
nemers gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het ontwerp en het
afgeremd.
beheer van terreinen. Normstelling, controle, realisatie en financiële belangen
dienen daarbij als afzonderlijke procesfuncties zoveel mogelijk te worden
De nationale en regionale planning van bedrijventerreinen dient gebaseerd
gescheiden c.q. te worden ondergebracht bij verschillende partijen.
te zijn op een nieuwe bestuurlijke inspanning om de totstandkoming van
Tenslotte dienen ontwikkelingsprocessen zodanig te worden georgani-
bedrijventerreinen qua locatiekeuze, functies, dichtheden en landschappe-
seerd dat een brede, professionele en ambitieuze ontwerpinspanning ten
lijke inpassing effectief te regisseren.
grondslag kan liggen aan de realisatie van bedrijventerreinen. Daarvoor is
In deze regionale regie zou het provinciale bestuur een centrale rol dienen te
professioneel opdrachtgeverschap nodig op verschillende schaalniveaus:
spelen, en de rijksoverheid dient op hoofdlijnen de spelregels en de juridisch
het regionale schaalniveau, het niveau van de locatie en de landschappelijke
planologische faciliteiten daarvoor te ontwikkelen. Een van de cruciale
verankering en het niveau van de verkaveling en de kavelinrichting. Op deze
voorwaarden voor zo'n beleid is een veel nauwkeuriger inzicht in de feitelijke
niveaus dient een geïntegreerde planvorming plaats te vinden op basis van
regionale vraag, gekoppeld aan de herstructureringscapaciteit op oude
een gedetailleerde normstelling en heldere toetsingsprocedures.
bedrijventerreinen. De optelsom van ondernemerswensen levert binnen de
huidige markt een ernstig vertekend beeld op: er is een sterke en succes-
volle lobby voor een ruim aanbod omdat een ruim aanbod en de nagenoeg
vrije concurrentie tussen gemeenten de grondprijzen laag houden. Deze
ontwikkeling staat haaks op de doelstelling van duurzame, intensief inge-
richte bedrijventerreinen en het handhaven van een gevarieerd aanbod van
zakelijke dienstverlening in de centra van steden.
Wellicht moet het provinciale bestuur een begin maken met het aanwijzen
van grote gebieden waarin de ontwikkeling van bedrijventerreinen helemaal
niet zal worden toegestaan, omdat het landschappelijk en cultuurhistorisch
te waardevolle gebieden zijn om voor bebouwing vrij te geven. Vervolgens
zouden gebieden kunnen worden aangewezen, die dermate kwetsbaar
zijn dat `...neen, tenzij...' geldt, zodat hoge voorwaardelijke eisen kunnen
worden gesteld aan locatie, landschappelijke inpassing, waterbeheer en
inrichtingsontwerp. En tenslotte kunnen er dan gebieden zijn waar `...ja,
mits...' geldt: bebouwing is mogelijk en misschien zelfs wenselijk, mits
wordt voldaan aan enkele reguliere procedurele, planologische en ruimtelijke
kwaliteitseisen. Met zo'n beleid wordt duidelijk gemaakt dat er een zekere
regie plaatsvindt, en dat regionale afweging en regionale planvorming in alle
gevallen noodzakelijk is.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 49
Financiële en
Programmatische inzet
exploitatieve inzet
Voor de functionele programmering van bedrijventerreinen dient een nieuw
planologisch instrumentarium te worden bedacht: enerzijds herstel van
De grootste stimulans achter de ruimhartige ontwikkeling van bedrijventerrei-
grootschalige regionale concentratie van milieubelastende bedrijven op een
nen in Nederland is ongetwijfeld het financiële belang dat gemeentebesturen
beperkt aantal locaties in de provincie en anderzijds een veel ruimer plano-
hebben bij de vestiging van bedrijven binnen hun grondgebied. Oók als het
logisch en stedenbouwkundig beleid voor multifunctionele terreinen waar
vooral om bedrijfsverhuizingen gaat, en óók als de op nieuwe bedrijven-
bedrijvigheid kan worden gemengd met (nieuwe vormen van) woonfuncties
terreinen gerealiseerde werkgelegenheid niet alleen de betrokken gemeente
en reguliere stedelijke voorzieningen. Deze laatste categorie dient ook met
betreft. Uit alle recente literatuur blijkt dat de in de toekomst te heffen OZB
dat uitgangspunt te worden ontworpen en in ruime bestemmingsplanbepa-
een belangrijke factor is in de ontwikkeling van bedrijventerreinen binnen een
lingen te worden gelegaliseerd, mits de landschappelijke context dat toelaat.
bepaalde gemeente.
In stedenbouwkundige termen en in de sfeer van bouwvergunningen-
Voor het bedrijventerrein als regionale planologische opgave zouden wellicht
beleid dient hier nog het nodige denkwerk te worden verzet. De methodiek
juist ook andere argumenten in de planologische besluitvorming moeten
van het huidige bestemmingsplan, de veelal veel te globale en vrijblijvende
worden betrokken. Binnen de huidige relaties tussen het provinciale
beeldkwaliteitplannen en het welstandstoezicht blijken volstrekt onvoldoende
bestuur en afzonderlijke gemeenten komt daar te weinig van terecht, omdat
planologische instrumenten te zijn om ruimtelijke kwaliteit te waarborgen.
afzonderlijke gemeenten een te zwaar eigen financieel belang hebben bij de
Het zou er uiteindelijk om moeten gaan een ontwikkeling te stimuleren
ontwikkeling van bedrijventerreinen.
zodanig, dat bedrijventerreinen kunnen uitgroeien tot nieuwe, aantrekkelijke
en functioneel gemengde gebieden, die qua schaal, landschappelijke
Voor de toekomst is het van groot belang af te stappen van de relatie tus-
inpassing, verkaveling en soort bebouwing een goede aansluiting vinden bij
sen afzonderlijke gemeenten en individuele bedrijven. Daarvoor in de plaats
bestaande dorpen en stadsranden. Daarvoor de juiste randvoorwaarden
dienen publieke regionale ontwikkelingsverbanden tussen gemeenten te
en toetsingskaders scheppen, dàt zou de opgave moeten zijn, die door alle
ontstaan, die afspraken maken met professionele ontwikkelingsbedrijven
betrokken partijen serieus wordt genomen.
voor commercieel onroerend goed. In dit `public-private-partnership' dienen
kwalitatieve planologische afwegingen te worden gekoppeld aan een finan-
Tenslotte is er het niveau van de gebouwen. Verreweg de meeste bedrijfsge-
ciële planning zodanig, dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten
bouwen komen tot stand op basis van een opdracht van een ondernemer,
worden gewaarborgd, en zodanig dat er geen regionale overproductie
terwijl het toch vaak alleen gaat om bedrijfsruimten zonder al te veel functio-
ontstaat omdat eerst bestaande bedrijventerreinen worden gerevitaliseerd
nele specificaties. Dit particuliere opdrachtgeverschap kan niet zomaar met
en geherstructureerd. Bij dat alles moet de ontwikkeling van eventuele
het lanceren van nieuwe of zelfs verleidelijke architectonische concepten op
nieuwe bedrijventerreinen gebaseerd worden op een weloverwogen en pro-
een hoger niveau worden gebracht. Buitenlandse voorbeelden laten zien dat
fessionele stedenbouwkundige en architectonische planvorming.
er vooral een andere organisatievorm en een andere procesplanning nodig
zijn, waarin het opdrachtgeverschap en het beheer kunnen worden gepro-
De grondprijzen voor bedrijventerreinen zullen daarbij substantieel omhoog
fessionaliseerd. De formule van het Engelse Parkmanagement biedt wellicht
moeten, omdat grond nu eenmaal schaars is en niet zomaar overal meer te
een wenkend perspectief. In het verleden zijn bedrijfsverzamelgebouwen
koop zal zijn, en omdat in de totale exploitatie van bedrijventerreinen veel
vaak succesvol gebleken als afzonderlijke ondernemers voordeel konden
meer financiële ruimte moet worden gemaakt voor infrastructuur, landschap-
hebben van een gemeenschappelijke exploitatie van gemeenschappelijke
pelijke inpassing en inrichting en beheer van de terreinen. Aan het ontwik-
delen van het complex. Dan konden allerlei vormen van onderhoud en ser-
kelen en beheren van bedrijventerreinen moet natuurlijk ook de eis worden
vices gemeenschappelijk gefinancierd worden en dus goedkoper zijn, en er
gekoppeld van een professionele Vereniging van Eigenaren, die publiek- en
kon een aantrekkelijke architectuur gerealiseerd worden, die kon bijdragen
privaatrechtelijk is aan te spreken op het handhaven van vooraf afgesproken
aan een positief gewaardeerde bedrijfsidentiteit.
kwalitatieve normen.
Het loont de moeite om het bedrijfsgebouw conceptueel en programma-
tisch, en dus ook architectonisch, opnieuw te doordenken. Daarbij zouden
thema's aan de orde kunnen komen als duurzaamheid, flexibiliteit, verdich-
ting, ontwikkelingsscenario's en menging van functies. Verondersteld kan
worden dat bedrijventerreinen, juist ook in de periferie bij dorpen en langs
randen van steden, aan kwaliteit kunnen winnen als de verkaveling en de af-
zonderlijke gebouwen meer ontwikkelingsmogelijkheden toelaten. Daarmee
kunnen de ruimtelijke verankering in het landschap en de relatie met de be-
staande bebouwing van dorpen en steden worden versterkt, en door meer
intensief gebruik van de locatie kan de sociale veiligheid worden bevorderd.
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
50 Terugblik van
de juryleden
J. Rodermond
biedt. Er is immers geen enkele andere sector in
ren met andere dagelijks terugkerende activiteiten.
de maatschappij waar roofbouw zo expliciet aan-
Zeker bij bedrijventerreinen zou een analyse van het
Directeur van het Stimuleringsfonds
gemoedigd wordt? Roofbouw in de vorm van het
feitelijk functioneren en van de maatschappelijke
voor Architectuur
exploiteren van steeds meer hectares landschap
effecten veel belangrijker zijn dan het oppoetsen
voor de aanleg van nieuwe bedrijvenlocaties; de
van de uiterlijke verschijningsvorm. Het perspectief
gebruikte terreinen vervuild en verwaarloosd achter-
van degenen die er werken ontbreekt bijna altijd in
latend voor de gemeenschap.
de planvorming. Bedrijventerreinen geven bij uitstek
uitdrukking aan het gegeven dat in het Nederlandse
Een samenleving toont haar ware gezicht niet in de
beleid economische groei niet gezien wordt als een
architectuur van bedrijfsgebouwen, maar veeleer in
basis voor, maar als de kern van het menselijk wel-
de wijze waarop ze haar prioriteiten stelt. Daarom
zijn. Ik heb jarenlang gewerkt op een zogenaamd
zijn voorstellen om de `identiteit' van bedrijventer-
hoogwaardig bedrijventerrein, waar een bij toeval
reinen te versterken in de vorm van stijlvoorschriften
bewaard gebleven kerkhof de meest aangename
cosmetische ingrepen. Bedrijventerreinen symbo-
lunchpauzelocatie was.
liseren vooral het verlangen om de economische
groei een brede bedding te geven. De Nota Ruimte
Discussies over schoonheid krijgen een erg vrij-
Met de manifestatie `De logica van de lelijkheid'
is gebaseerd op de veronderstelling dat economi-
blijvend karakter als ze los van politieke en maat-
heeft de Stichting Welstandszorg Noord-Holland
sche groei in de eerste plaats afhankelijk is van de
schappelijke doeleinden gevoerd worden.
de discussie over de kwaliteit van de Nederlandse
beschikbaarheid van grond en infrastructuur. Een
`De logica van de lelijkheid' is een goede aanleiding
bedrijventerreinen op scherp gesteld. Niet de
discutabele gedachte in een globale wereld, waar
om deze doeleinden te benoemen en te analyse-
vraag of een bedrijventerrein mooi of lelijk is staat
bedrijven en kapitaal foot-loose zijn en economi-
ren. Aan wie komt de huidige praktijk ten goede?
centraal, maar de `logica' die tot een al dan niet
sche groei bepaald wordt door immateriële facto-
Wie heeft baat bij de uitgifte van goedkope grond?
gewaardeerd bedrijventerrein leidt. Daarmee is de
ren, zoals opleidingsniveau, innovatief vermogen
Hoeveel investeert de gemeenschap en hoeveel
weg vrij gemaakt om de verantwoordelijkheid voor
en economische, sociale en culturele stabiliteit. De
levert het de gemeenschap op? Hoe verhouden
een primitieve inrichting van bedrijventerreinen bij
aanleg van steeds weer nieuwe bedrijventerreinen
zich de investeringen in en de opbrengsten van
de juiste personen en instanties neer te leggen.
op basis van simpele sjablonen leidt de aandacht
bedrijventerrein tot bij voorbeeld gebieden met een
`Kwaliteit staat niet gelijk met een stijl, maar is het
af van de noodzaak om de veranderingen in de
agrarische bestemming of tot woningbouwlocaties?
gevolg van goede procedures.' Dit schrijft Bob
verhoudingen tussen de verschillende schaal-
Dergelijke analyses zijn rationeel van karakter. Om
van Reeth, in zijn pas verschenen zakboekje over
niveaus in de ruimtelijke economie tot uitgangspunt
afwegingen te kunnen maken op basis van deze
zijn rol als Vlaams Bouwmeester. Terecht streven
te nemen voor verdere ontwikkeling. Daarbinnen
analyses zijn waarden en normen noodzakelijk. Dat
de initiatiefnemers van de ideeënprijsvraag voor
zijn bijvoorbeeld de aandacht voor de groei van
is het domein van de cultuur, van het vermogen om
bedrijventerreinen die `....het aanzien waard zijn'
allochtoon ondernemerschap in de stadswijken,
visies op de ontwikkeling van de samenleving te
naar het verbeteren van procedures op basis van
de komst van weidewinkels, het locatiebeleid ten
formuleren. Zolang de aanleg van bedrijventerreinen
een gedegen analyse en een prijsvraag.
aanzien van zorgvoorzieningen en de potenties
als een doel op zich beschouwd wordt, komt de
van de creatieve industrie even belangrijk voor het
discussie niet veel verder dan gekissebis over de
Wat bij de aanleg en inrichting van de Neder-
welzijn van de stedelijke samenleving als de zorg
hoeveelheid te verkavelen hectares. Vijf jaar gele-
landse bedrijventerreinen vooral stoort is de zinloze
over het overhevelen van routinematige arbeid naar
den bestond Het Oversticht 75 jaar. Bij die gelegen-
verspilling van ruimte, die mogelijk is gemaakt
lage lonenlanden.
heid is een essaybundel uitgegeven getiteld `Over
door het hanteren van extreem lage grondprijzen.
In een hoog ontwikkelde economie wint de kwaliteit
schoonheid, architectuur omgeving landschap'.
Het is onbegrijpelijk dat bij de bouw van publieke
van een bedrijvenlocatie aan belang. Gemakzucht,
Daarin schreef Auke van der Woud, hoogleraar ar-
voorzieningen, zoals onderwijsgebouwen, soci-
gebrek aan creativiteit, kennis en kunde zijn nu
chitectuurgeschiedenis en auteur van diverse toon-
ale huurwoningen en zorgvoorzieningen op elke
echter kenmerkend voor de meeste bedrijventer-
aangevende publicaties over veranderingen in het
vierkante centimeter moet worden beknibbeld,
reinen. De oplossing ligt niet in het voorschrijven
Nederlandse landschap: `De intellectuele en morele
terwijl ook de nieuwste bedrijventerreinen vooral
van stijlkenmerken, maar in een verandering in het
onmacht die er op regeringsniveau is om de cultuur
opvallen omdat zoveel lege ruimte er onverschillig
denken over de betekenis van bedrijventerreinen.
van de eenentwintigste eeuw voor te bereiden
bij ligt. Hectares niemandsland die te treurig zijn om
Nu zien ze er vooral uit als no-go-areas, terwijl een
is ... voldoende geïllustreerd. Het is duidelijk dat
onderdak te bieden aan degenen die leven in de
groot deel van de werkende bevolking er steeds
daar niet de dynamiek is die vereist is om leiding
marges van de maatschappij. Zelfs opvangcentra
meer tijd doorbrengt. Bedrijventerreinen zijn mo-
te geven aan wat nodig is: een sterk concept voor
voor daklozen en drugsgebruikers vinden er geen
gelijk - efficiënt vanuit het perspectief van de indivi-
een precedentloze beschaving.' Hij concludeert:
klandizie. Terecht heeft de Tweede Kamer er bij de
duele onderneming, waarbij een tijdshorizon van
`En wat is mooi? Mooi en lelijk zijn heel interessante
minister van VROM onlangs op aangedrongen om
vijf jaar geen uitzondering is. Voor de mensen die
kwesties, maar de wezenlijke vraag gaat over de
bij het schatten van de toekomstige vraag naar
er werken ligt dat vaak heel anders; de locaties zijn
waarden waar ze een expressie van zijn.'
bedrijventerreinen eerst te onderzoeken in hoeverre
slecht of niet bereikbaar met openbaar vervoer. De
de herstructurering van bestaande locaties soelaas
reis naar het bedrijventerrein is moeilijk te combine-
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 51
Bij afwegingen tussen kosten en kwaliteit hebben
vormgevers gedomineerde gesprek.
H.C. Meinsma
financiële overwegingen sindsdien steeds vaker de
Veel bedrijven kunnen niet zo maar als gevolg van
overhand. Het planten van een rij bomen langs een
een `straf' voor schrale vormgeving naar elders
Bureau Meinsma
hoofdontsluitingsweg is niet vanzelfsprekend meer.
verplaatst worden. Als voorbeeld gebruikte ik aan
redactionele producties, Amsterdam
Kosten voor inrichting en onderhoud van de open-
de off shore sector gelieerde bedrijvigheid. Dat is
bare ruimte worden, waar mogelijk, met anderen
in Den Helder een belangrijke bedrijfssector. Nauw
gedeeld of tot het minimum beperkt.
met de zeehaven verbonden, en dus niet zomaar
te verplaatsen naar bijvoorbeeld Alkmaar of Heer-
Voorlopig gaat het decentraliseren van bevoegd-
hugowaard. Het niet accommoderen van dergelijke
heden door, getuige de onlangs door de Tweede
bedrijven in Den Helder zou waarschijnlijk verplaat-
Kamer vastgestelde Nota Ruimte. Een centrale
sing naar Schotland of Noorwegen betekenen.
doelstelling in die Nota is het bevorderen van de
Op enkele kantoren na heeft deze sector vooral be-
economie. Voor iedereen die wil ondernemen
hoefte aan opslagruimte, overdekt en onoverdekt.
Nederlanders en buitenlanders - moet betaalbare
Boorpijpen, afsluiters en werkplatforms hebben
grond beschikbaar zijn. Daar werken gemeenten
niet zo'n behoefte aan representatief vormgegeven
graag aan mee. Maar het antwoord op de vraag
ruimtes. Toch moeten voor deze bedrijven ook
welke gemeente beter geen bedrijventerrein meer
terreinen ontwikkeld worden. En daar is weinig
Als auteur van het onderzoeksrapport `De logica
moet aanleggen omdat landelijk gezien er al
esthetiek bij nodig, integendeel.
van de lelijkheid' was ik extra benieuwd naar de
voldoende aanbod is, zal in de huidige gedecen-
Ik betwijfelde ook of het generen van grondop-
reacties op de prijsvraag. Zouden er inzendingen
traliseerde situatie slechts door dure ondervinding
brengsten via de OZB, werkelijk de belangrijkste
bij zijn met verrassende invalshoeken, waarmee
duidelijk kunnen worden.
drijfveer voor gemeenten is om bedrijventerreinen
de schijnbaar onstuitbare groei van bedrijventerrei-
te ontwikkelen, zoals wordt beweerd in het rapport
nen die het Nederlandse landschap ontsieren kan
Tijdens het onderzoek ben ik nogal geschrokken
`De logica van de lelijkheid'. Natuurlijk is het belang-
worden gestopt?
toen een vastgoedhandelaar mij toevertrouwde
rijk als er vanuit de ontwikkeling van bedrijven-
dat hij zonder veel moeite meer dan de helft van
terreinen een positieve bijdrage aan de gemeente-
Ik vond vooral de grote hoeveelheid inzendingen
de gebouwen op een iets ouder terrein, waar hij
begroting wordt geleverd. Verlies lijden is niet de
verheugend. Een actie ter verbetering van deze
zijn kantoor had, zou kunnen opkopen. Hij was
bedoeling. Maar bij het soort bedrijventerreinen dat
alarmerende situatie kan dus op brede steun
echter niet van plan tot actie over te gaan. Ruimte
in het rapport besproken wordt, zal men al blij moe-
rekenen. Ik hoop dan ook dat het initiatief van de
op oudere terreinen is niet gewild vertrouwde hij
ten zijn met een kostenneutrale ontwikkeling. Mijn
Stichting Welstandszorg Noord-Holland nog weer
me toe - zolang er nog regelmatig aantrekkelijke,
ervaring is dat gemeentebesturen vooral gedreven
andere initiatieven uitlokt. Elke inzending bevatte
betaalbare plekken op nieuwe terreinen worden
worden door de doelstelling om werkgelegenheid
minstens één behartigenswaardige suggestie.
aangeboden. Hij had daarom op een nieuw terrein
te creëren en men wil graag plaatselijke bedrijven
Nieuwe impulsen kunnen ervoor zorgen dat die
wél een aantal nieuwe vestigingen gerealiseerd.
accommoderen.
ideeën niet verloren gaan. Het juryrapport geeft
Herstructurering en revitalisering komen daardoor
goed weer wat wij als juryleden van de inzendingen
maar moeilijk op gang. Om die reden is het nodig
Als stedenbouwkundig adviseur heb ik in het ver-
vonden. Daarom beperk ik me tot enkele persoon-
het aanbod van nieuwe terreinen te beperken. Deze
leden regelmatig aan tafel gezeten bij bestuurders
lijke opmerking naar aanleiding van het onderzoek
ondernemer was dat met me eens, maar voegde
van gemeenten met kleine kernen. Daarbij kwam
`De logica van de lelijkheid' en de prijsvraag.
daar meteen aan toe: `....ik hoop niet dat dat gaat
vaak het belang van bedrijven voor de sociale
gebeuren'. Deze uitspraak ondersteunt voor mij de
infrastructuur van dorpen ter sprake. Verenigingsle-
Wat mij tijdens het onderzoek vooral verwonderde
keuze voor de inzending die de eerste prijs kreeg.
ven en dorpsfeesten kunnen niet zonder de inbreng
was dat de betrokken gemeenten zo weinig eisen
De grote vraag wordt nu: welke overheid zal op dit
van lokale ondernemers. Ze zijn vaak bestuurslid en
durven te stellen aan de bedrijven die belang-
punt initiatieven gaan ontplooien??
sponsor. Veel van de autochtone bevolking werkt
stelling hebben voor hun grond. Als een gemeen-
bij plaatselijke bedrijven.
tebestuur zich inspant om van de gemeente de
De aannemer, de transportondernemer, de plaat-
aantrekkelijkste woon- en werkomgeving van het
A. Mudde
selijke drukker die uit z'n jasje groeit, ze mogen niet
land te maken, dan mag je - zou ik denken - ook
Stedenbouwkundige en teamleider
verloren gaan voor de gemeenschap door vertrek
wel wat verlangen van ondernemingen die er zich
Planontwikkeling,
naar elders. Deze lokaal -politieke claim lijkt me
willen vestigen. Over het algemeen kreeg ik echter
Gemeente Den Helder
legitiem.
de indruk dat een gemeente blij is als er zich een
gegadigde meldt, waarna men bereid is tot vrij
Maar in de uitwerking van deze claim ontstaat het
vergaande concessies om een bedrijf binnen de
probleem dat geschetst wordt in de `Logica van de
gemeentegrenzen te houden. Zo'n houding komt
lelijkheid'. Omdat men wel de lusten, maar niet de
de aanblik van bedrijventerreinen niet ten goede.
lasten wil, bedenkt ieder gemeentebestuur dat het
Tot verdriet van een aantal ambtenaren, zo bleek.
toch wel handig zou zijn om een bedrijfsterrein te
Op mijn laatste vraag: hoe zou het aanzicht van
ontwikkelen aan de rand van de stad of het dorp,
bedrijventerreinen kunnen verbeteren, zeiden
bij de afrit van de provinciale weg of de snelweg.
verschillende gemeentelijke vertegenwoordigers:
Er zijn veel bedrijven die, naar hun aard, weinig be-
alle betrokkenen zouden zich vanaf het begin aan
hoefte hebben aan representativiteit. Ondernemers
de gestelde kwalitatieve uitgangspunten moeten
weten ook goed uit te leggen dat ze, uit oogpunt
houden. Dat bleek minder voor de hand liggend
De uitnodiging om lid te zijn van de jury voor de
van concurrentie, hun lasten laag moeten houden
dan het lijkt.
ideeënprijsvraag van de stichting WZNH over
en dat de grond dus goedkoop moet zijn. En ja,
bedrijventerreinen `...die het aanzien waard zijn',
helaas, als de grond elders goedkoper is, dan ...
Voor mij is tijdens het onderzoek heel duidelijk
heb ik waarschijnlijk te danken aan mijn wat
geworden hoe de gemeentelijke decentralisatie van
tegendraadse geluid tijdens de expertmeeting over
Daar zit mijns inziens de kern van het probleem:
1986 de planologische praktijk heeft veranderd.
het WZNH-rapport `De logica van de lelijkheid', die
er is een overaanbod aan bedrijventerreinen ont-
Gemeenten kregen in dat jaar meer bevoegdheden,
aan de prijsvraag vooraf ging. Daar werd de sug-
staan, met negatieve gevolgen voor de grondprijs
bijvoorbeeld op het gebied van het grondbeleid.
gestie gedaan, om gemeenten, die niet in staat zijn
en daardoor meestal een heel beperkte financiële
In ruil daarvoor werden een aantal subsidies
esthetisch verantwoorde bedrijventerreinen te laten
ruimte voor de ruimtelijke inrichting. Daar waar
afgeschaft. Gemeenten hebben sinds die tijd directe
ontstaan, te beperken in hun toekomstige ontwik-
architectonisch weinig verwacht mag worden, moet
financiële belangen bij de groei van het verstedelijkte
kelingsmogelijkheden. Dat riep bij mij de behoefte
juist méér zorg besteed worden aan een kwalita-
gebied, zoals het aanleggen van bedrijventerreinen.
op om enig tegenwicht te bieden in het nogal door
tief hoogwaardige ruimtelijke inrichting waarmee
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
52
samenhang en een aangenaam verblijfsklimaat
en de werkomgeving zelf belangrijk. Lange files
kunnen worden gewaarborgd. Bij de ontwikkeling
G. Urhahn
met de auto en onveilige loopverbindingen tussen
van bedrijventerreinen wordt ook vaak nog te veel
openbaar vervoer haltes en werkplaats worden als
van binnenuit geredeneerd. Ze liggen vaak aan de
Urhahn Urban Design,
onaangenaam ervaren. Wanneer je uit verschillende
rand van de dorpskern maar ze worden niet gezien
Amsterdam
vervoersmiddelen kunt kiezen is dat altijd een plus.
als de entree van het dorp. De gevolgen voor het
Een ander punt betreft de voorzieningen. Het is
landschap en de effecten op grotere schaal zijn
handig om op weg van of naar huis boodschappen
ondergeschikt aan de sociaal-economische ontwik-
te kunnen doen. Tijdens de lunchpauze en na het
keling van een gemeente.
werk wordt de aanwezigheid van winkels, cafés,
restaurants en crèches door velen op prijs gesteld.
Deze benaderingswijze doet me denken aan het ver-
haal van een naar Botswana geëmigreerde studie-
De werknemer komt er over het algemeen dus
genoot. De dorpjes zijn daar zo op zichzelf gericht
nogal bekaaid vanaf. Hij heeft meestal geen keuze
dat, als er een regionale weg langs het dorp is
hoe hij naar zijn werk gaat, hij vindt nauwelijks
aangelegd, dat geen reden is om het `toiletgebruik'
voorzieningen in de buurt, kan 's avonds niet veilig
te veranderen. Men blijft zijn behoefte doen aan de
over straat, en heeft geen mogelijkheden om buiten
rand van het dorp. Schotjes worden gebruikt ter
de deur te ontspannen of te lunchen. Bedrijventer-
afscherming van blikken uit het dorp. Het feit, dat
Het aanzien van de bedrijventerreinen is mijns
reinen hebben weinig sex-appeal. Er wordt slecht
voorbijgangers op de nieuwe weg het volle zicht op
inziens niet alleen een kwestie van mooi of lelijk.
gebruik gemaakt van omgevingskwaliteiten
het sanitaire gebeuren hebben, wordt kennelijk niet
De uiterlijke verschijningsvorm moet vooral begrepen
(zo die er al zijn), bedrijventerreinen lijken allemaal
belangrijk gevonden.
worden in sociale, economische en maatschap-
op elkaar, ze hebben nauwelijks een tot de ver-
pelijke dimensies. Het beeld van de stad - en
beelding sprekende eigen identiteit en ze voegen
Ik heb twijfels bij de recente Nota Ruimte van de
de totstandkoming daarvan - is een afspiegeling
weinig toe aan het profiel van stad, dorp of regio.
minister van VROM, die meent bijna de hele ver-
van de maatschappij. De idealen en normen van
Er valt niets te beleven. De openbare ruimte is vaak
antwoordelijkheid voor ruimtelijke ontwikkelingen,
een samenleving komen erin tot uitdrukking. De
slordig ingericht, de gebouwen zijn modieus en snel
waaronder die van bedrijfsterreinen, bij de gemeen-
vormen, waaruit dit beeld samengesteld is, komen
gedateerd, je ziet nauwelijks mensen werken achter
ten te kunnen leggen. De belangen die hier op het
niet alleen voort uit topografie, technologie of cul-
spiegelende ruiten of gevels van staalplaat. Ook de
spel staan moeten mijns inziens niet uitsluitend op
tuur, maar zij zijn onlosmakelijk met een langdurig
relatie tussen gebouwen en de openbare ruimte is
het schaalniveau van gemeenten afgehandeld wor-
ontwikkelingsproces verbonden, en met verschil-
zonder betekenis. Kortom er is geen sfeer.
den. Het waarborgen van een goede landschap-
lende strategieën die toegepast zijn om die ideeën
pelijke inpassing, het tegengaan van overproductie
te realiseren.
Voor de ondernemer is bereikbaarheid belangrijk,
en het beperken van een desastreuze grondprijs-
zowel voor de levering van goederen als voor het
concurrentie, horen thuis bij het provinciale bestuur,
Nieuwe bedrijven- en kantorengebieden aan de
bezoek van zijn klanten. Maar het is een misvat-
daarin ondersteund door rijksbeleid. Het mogelijk
randen van steden en dorpen hebben zich losge-
ting te geloven, dat dit het enige is dat telt. Ook
maken van onorthodoxe oplossingen, zoals vraag-
maakt van de verplichting om functioneel, ruimtelijk
voor ondernemers is sfeer een belangrijke en vaak
gestuurde ontwikkeling, het los kunnen laten van
en mentaal deel van de stad of het dorp te zijn.
onderschatte factor. `A nice place' kan zakendoen
actieve grondpolitiek, functiemenging met wonen
Het zijn plaatsen zonder identiteit geworden, `blinde
soms aanzienlijk bevorderen. In sommige culturen
en lokale bedrijven op agrarisch vormgegeven
vlekken' in het stadsbeeld. De filosofie van de
zoals bij Chinezen is een goede eetomgeving zelfs
kavels in lintbebouwing, vereisen aanpassing van
maakbare stad, waarin een menging van functies
een voorwaarde voor succesvol zakendoen. Een
bovengemeentelijk beleid en wetgeving. Gemeente-
uit den boze was, is de dieperliggende oorzaak
ander punt van belang voor ondernemers is een zo
besturen hebben vervolgens in de realisatie de ver-
geweest van de stiefmoederlijke behandeling van
groot mogelijke flexibiliteit van de ruimtelijke opzet
antwoordelijkheid om er iets eigens van te maken.
bedrijventerreinen gedurende de afgelopen decen-
en zo vrij mogelijke regels voor de bedrijfsvoering.
Iets dat het aanzien waard is. Dáár mogen ze dan
nia. Steden en dorpen werd netjes opgedeeld, hier
En tenslotte speelt de tevredenheid van werkne-
ook op afgerekend worden.
het wonen, daar het werken.
mers een rol: hun behoeften en hun wensen. Naar-
mate de arbeidsmarkt krapper is, zal dit punt voor
De keuze van de winnaar van de ideeënprijsvraag
Veel verschillende partijen zijn betrokken bij het
de ondernemer aan betekenis winnen. De huidige
ondersteun ik van harte. Het idee gaat in op de
tot stand komen van bedrijventerreinen en bij het
bedrijventerreinen bieden ondernemers zeker voor-
kern van het probleem, namelijk de overproductie
dagelijkse functioneren van deze terreinen. Partijen
delen: bereikbaarheid, lage grondprijzen en vaak
van bedrijventerreinen en de noodzaak van het cre-
met uiteenlopende taken, rollen en belangen, zoals
een grote vrijheid in de inrichting en het gebruik van
eren van een zekere schaarste. Het voorstel gaat
de ondernemer, werknemers, de ontwikkelaar,
de kavels. Maar de manier waarop ze zijn vorm-
niet uit van het creëren van aanbod, maar van de
de vastgoedexploitant, de toevallige passant, de
gegeven geeft de ondernemer, die een specifieke
vraag naar bedrijfsterreinen. Daarbij wordt gekozen
bezoeker, de leverancier, de lokale en provinciale
identiteit zoekt, slechts een beperkte keuze.
voor een ontwikkeling op maat en voor inzet op
politiek, de steden en de dorpen. Elke partij heeft
(lokale) kwaliteit. Prioriteit voor de herontwikke-
een eigen rol en belang en kijkt daarom met andere
Tenslotte zijn er de belangen van de steden,
ling van bestaande bedrijventerreinen is daarbij
ogen naar hetzelfde gebied
de dorpen en de regio's. Elke tijd voegt met haar
uitgangspunt. De huidige spelers in het veld zouden
In het onderzoek `Kwaliteit werklocaties' dat ik
tijdgeest, haar normen en waarden, nieuwe lagen
planning, realisatie, beheer en herontwikkeling aan
met mijn bureau in opdracht van het Ministerie
aan het bestaande stedelijke gebied toe. Soms
professionele ontwikkelingsmaatschappijen moeten
van VROM ( Urhahn, 2001) uitvoerde ben ik tot de
wordt dit door de bewoners trots onthaald, soms
overlaten; dat zou pas werkelijk betekenen dat de
conclusie gekomen dat er drie partijen zijn die er
gebeurt het ongemerkt, soms kan er weerstand
gangbare `padafhankelijkheid' wordt beëindigd.
ongunstig vanaf komen: de werknemer, de onder-
ontstaan of juist onverschilligheid. Maar meestal
Het zal moeite kosten, maar het zal mijns inziens
nemer, en tenslotte de steden, de dorpen en de re-
roept het emoties op. Dat geldt niet alleen voor
de moeite waard zijn. In de ideeën die beloond
gio. Ik zal hierna kort hun posities en hun belangen
centrumgebieden en woongebieden maar ook voor
zijn met de tweede en derde prijs waardeer ik
bij de ontwikkeling en het dagelijks functioneren van
bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen zijn veelal
vooral de ambitie om te komen tot verdergaande
bedrijventerreinen beschrijven.
op zichzelf gerichte gebieden, ze zijn nauwelijks
functiemenging. De overige in dit boek opgenomen
geïntegreerd in nabij gelegen steden en dorpen. Zij
inzendingen, getuigen van de vakmanschap en de
De belangen van werknemers bij het bedrijven-
zijn vaak per navelstreng aan het autosnelwegen-
creativiteit, die nodig zal zijn om bedrijventerreinen
terrein waarop ze werkzaam zijn worden niet
netwerk verbonden, maar hebben verder nauwelijks
weer tot een waardevolle leefomgeving te maken.
alleen door de primaire arbeidsomstandigheden
ruimtelijke relaties hun omgeving. De randen zijn
binnen een bedrijf bepaald maar ook door een
meestal vormgegeven als bufferzone voor geluid,
aantal omgevingsfactoren. Voor de werknemer is
stank, of veiligheid, en niet als schakel naar de om-
bijvoorbeeld de dagelijkse weg van huis naar werk
geving. Hierdoor passen ze zich slechts moeizaam
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 53
aan veranderende wensen en omstandigheden aan.
Bij de eerste bespreking werd vastgesteld dat geen
Het mag niet te gemakkelijk zijn om na 15 jaar maar
Bovendien zijn de randen veelal onaantrekkelijk voor
van de inzenders een totaaloplossing had bedacht;
weer ergens nieuw te beginnen met achterlating van
buren.
men had zich meestal geconcentreerd op één of
een afgeschreven en verwaarloosde bedrijfsruimte.
De meeste bedrijventerreinen worden gemaakt
enkele deelaspecten: het proces, een planconcept,
Mogelijkheden voor functiemenging op dit soort
voor de korte termijn. De toekomstwaarde zit
dubbel grondgebruik, toekomstwaarde, de context
terreinen zijn ook belangrijk. Ze liggen vaak dicht bij
volgens sommigen in de locatie, en niet in wat er
als uitgangspunt of beleidsmaatregelen. Zo'n breed
het stadscentrum en een combinatie met wonen
is gebouwd. Hoe groot die toekomstwaarde is valt
scala van invalshoeken was vanuit de opgave wel
kan, mits goed georganiseerd, mogelijk en aantrek-
nog te bezien. Het huidige aanbod vormt maar een
te verwachten, maar het maakte de jurering er niet
kelijk zijn. Dat vraagt wel om een heldere visie
smal deel van de (mogelijke) legenda van bedrijven-
gemakkelijker op.
op de organisatie van het gebied, de ontsluiting,
terreinen. Als in de toekomst het aanbod breder en
Over meer dan de helft van de inzendingen was de
stedenbouwkundige opzet en de openbare ruimte.
gevarieerder wordt, en vermoedelijk zal dat gebeu-
jury het snel eens. Er was weliswaar met liefde aan
Als het lukt om mono functionele bedrijfsterreinen te
ren, dan is het nog maar de vraag of veel van de
gewerkt, maar er ontbrak een vernieuwende en
transformeren tot woon - werk - locaties voorkom
huidige geïsoleerd gelegen gebieden in trek zullen
realistische stap vooruit... Over de eerste selectie
je zielloze, vaak ontoegankelijke, lege en sociaal
blijven. Veel oude bedrijventerreinen laten zien hoe
is intensief overlegd. Gelukkig bestond de mogelijk-
onveilige gebieden.
funest een schrale, eenzijdige en slecht doordachte
heid om verschillende prijzen toe te kennen, zodat
Het is ook belangrijk dat er intensief wordt samen-
ruimtelijke opzet is voor langdurig gebruik en voor
waardevolle ideeën in verschillende categorieën
gewerkt tussen gemeenten bij het inrichten van
duurzame aanpassingen aan nieuwe inzichten en
aan bod konden komen. Bij de prijswinnaars en
nieuwe bedrijventerreinen. Waarom zou iedere ge-
nieuwe eisen.
de eervolle vermelding gaat het om het proces,
meente weer een eigen bedrijventerreintje moeten
vernieuwende ontwerpen gericht op duurzaamheid
ontwikkelen? Als het argument de opbrengst van
C.E. van Esch
en flexibiliteit, een nieuwe strategie en een verras-
de OZB is, dan moet daar maar eens wat aan ge-
sende contextuele benadering. Deze combinatie
daan worden door deskundigen op het gebied van
directeur Gelders Genootschap,
van ideeën en plannen doet wat mij betreft recht
grondmarkten en gemeentelijke financiën. Regionale
Arnhem
aan wat er moet gebeuren: niet zoeken naar één
en provinciale planning is meer dan noodzakelijk.
oplossing maar per situatie de mogelijkheden op
Provinciale besturen moeten hierbij een sturende rol
een breed front inzetten om kwalitatief goede eind-
vervullen.
resultaten te bereiken.
Als een regionale of provinciale planning uitgangs-
Hoe moet het nu verder met bedrijventerreinen in
punt is, dan ontstaan wellicht ook mogelijkheden
Nederland? Daar is geen eenduidig antwoord op te
om de vaak grootschalige opslag te concentreren in
geven. Toch geven ervaringen met projecten waar
daartoe ontworpen ondergrondse distributiecentra.
het niet gelukt is een goede ruimtelijke kwaliteit te
In verschillende prijsvraaginzendingen zijn daarvoor
realiseren, gecombineerd met de prijsvraaginzen-
suggesties gedaan compleet met voorstellen voor
dingen en de bezoeken aan enkele min of meer
woonbebouwing of andere functies op het nieuwe
`geslaagde voorbeelden' van bedrijventerreinen in
maaiveld boven ondergrondse opslagruimten.
het kader van het project van Architectuur Lokaal
Bij de discussie over de locatiekeuze voor bedrijven-
De uitnodiging om deel te nemen aan de jury voor
mij wel de nodige bouwstenen voor denkbare kwali-
terreinen zal een zorgvuldige afweging moeten wor-
de WZNH ideeënprijsvraag `...voor bedrijventerrei-
teitsontwikkelingen in de toekomst.
den gemaakt in de mogelijkheden die het gebied,
nen die het aanzien waard zijn' kwam in de periode
Het begint met interesse, ambities, betrokkenheid
het landschap biedt vanuit landschappelijke en
dat ik meedeed aan de `vliegende brigade Werk in
en visie van betrokkenen. Juist nu de Nota Ruimte
cultuurhistorische overwegingen. Wat tegenwoordig
Uitvoering' van Architectuur Lokaal. Bij dit project
uitgaat van meer bevoegdheden en verantwoor-
`culturele planologie' heet bestaat in feite in een
werden acht opvallende bedrijvenlocaties in het land delijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau
of andere vorm al heel lang: het mee laten wegen
bezocht. Er ontstond daardoor een mooie combi-
moet van het openbaar bestuur en van vertegen-
van cultuurhistorische kwaliteiten bij het nemen van
natie: recent gekozen oplossingen in de praktijk èn
woordigers uit het bedrijfsleven meer commitment
ruimtelijke beslissingen.
de ideeënprijsvraag van de stichting Welstandzorg
voor kwaliteit gevraagd worden. De tijd van onver-
Noord-Holland.
schilligheid en gemakzucht bij dit soort opgaven
Wat de uitwerking van het begrip `kwaliteit' betreft,
is echt voorbij. Het kan niet zo zijn dat het eind-
pleit ik ervoor goede teams samen te stellen vanuit
Meestal word ik niet vrolijk van recent gerealiseerde
resultaat bij het te ontwikkelen bedrijventerrein het
gemeenten, provincie en het bedrijfsleven. Maak
bedrijventerreinen. Soms staat er een aardig
gevolg is van min of meer toevallige ontwikkelingen.
mensen verantwoordelijk en daag ze uit creatief te
gebouw, maar het totaal is meestal nogal treurig.
De effecten op de omgeving, de stad, het dorp of
zijn in het regisseren en tijdens het proces vasthou-
Hoogste tijd dus voor `n oplossing. Helaas, bij dit
het landelijk gebied, zijn meestal zo groot dat het
den van kwalitatieve principes. Zorg daarbij voor
soort zaken is er niet één oplossing. Er kan hooguit
meer dan de moeite waard is daar vooraf veel ener-
voldoende politiek en maatschappelijk draagvlak,
sprake zijn van ideeën of plannen die op een spe-
gie in te steken. Ik noem in dit verband nadrukkelijk
zodat de kans om de uitgangspunten lang vast
cifieke locatie kunnen bijdragen aan meer kwaliteit.
ook het bedrijfsleven. Het primaat van de overheid
te houden groot is. Maak `sterke' ruimtelijke en
Deze prijsvraag heeft dat weer eens aangetoond.
mag dan formeel nog wel bestaan, de praktijk leert
stedenbouwkundige plannen, die als duidelijke en
Goed dat WZNH voor een actieve aanpak kiest
dat goede resultaten alleen in goede samenwerking
begrijpelijke `drager' functioneren voor latere invul-
door een prijsvraag te organiseren. Je doet zo als
tussen overheid, ontwikkelaars en investeerders tot
ling. Zet daarbij hoog in op kwaliteit, met name ook
welstandsorganisatie meer dan alleen maar rea-
stand komen.
wat betreft de openbare ruimte. Houd vast aan de
geren op afzonderlijke bouwplannen op een soms
uitgangspunten op hoofdlijnen, maar wees daarbij
discutabel opgezet bedrijventerrein. Het is zinvol om
Ik vraag ook aandacht voor de kwaliteit van de vele
voldoende flexibel op onderdelen; bouw vanaf het
iedereen weer eens te doordringen van het belang
bestaande bedrijventerreinen. Goed dat er aan-
begin die ruimte ook in. Betrek ook het aspect
van dit onderwerp. Het resultaat is in ieder geval
dacht wordt besteed aan de nieuwe bedrijfslocaties, `beheer' bij de ontwikkeling van de plannen, bijvoor-
een geweldige respons: maar liefst 96 prijsvraag-
maar gemeenten blijven vaak zitten met verloederde
beeld in de vorm van parkmanagement.
inzendingen.
terreinen waar minder draagkrachtige bedrijven
Het goed gedocumenteerde overzicht van alle in-
achterblijven en waar vaak ook veel leegstand
Het gaat bij discussies over ruimtelijke kwaliteit vaak
zendingen viel ruim voor de geplande jurydatum bij
voorkomt. Er zal mijns inziens veel meer moeten
over de architectuur van de gebouwen. Begrijpelijk,
alle juryleden op de deurmat. Een stevige voorberei-
worden gewerkt aan de herstructurering van deze
want de vormgeving van de opstallen bepaalt voor
ding thuis was absoluut noodzakelijk om enig zicht
bestaande bedrijventerreinen.
een belangrijk deel het ruimtelijk beeld. Toch is er
te krijgen op de plannen en ideeën en om daarin
In diverse prijsvraaginzendingen is in verband
meer, waaraan aandacht moet worden gegeven.
zelf alvast enige ordening aan te brengen.
hiermee ook als het begrip `schaarste' genoemd
Wat te denken van de volgende onderwerpen:
als voorwaarde voor een grotere bereidheid van
de inpassing in het landschap, de uitstraling naar
overheid en ondernemingen om hieraan te werken.
de omgeving, de relatie met de stad of het dorp,
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
54
de ontsluiting, de bereikbaarheid, de reactie op
de identiteit van de omgeving, het zorgvuldig en
intensief ruimtegebruik, functiemenging en segmen-
tering, inpassing van landschappelijke elementen,
begrijpelijke opbouw en indeling, betekenisvolle
openbare ruimte, duurzaamheid, menselijke maat,
samenhang en totaalbeeld, ruimtelijke ordening
(voor- achterkant etc.), reclame-uitingen, hek-
werken, opslag, parkeren. Het gaat over zoveel
aspecten en deelonderwerpen, dat je bijna de
moed zou verliezen om nog een bedrijventerrein
aan te pakken of te ontwikkelen. Dat kan niet de
bedoeling zijn. We leven sinds de Nota Ruimte
in een land met een ontwikkelingsplanologie in
plaats van een toelatingsplanologie. Dat betekent
dat veel kan, als je maar kwaliteit levert. We zullen
er vertrouwen in moeten hebben dat gemeenten,
provincie en bedrijfsleven uiteindelijk samen in staat
zijn de noodzakelijke kwaliteit te waarborgen en te
realiseren. Als de direct betrokkenen geen bijdrage
leveren aan de oplossing van de problemen rond
bedrijventerreinen, dan worden ze deel van het
probleem.
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 55
Bedrijven-
landschap
D. Sijmons
Rijksadviseur voor het landschap
Afgemeten aan zuivere spreektijd tijdens het debat over de Nota Het tweede toernooiveld is het bedroevende cultureel zelfbewustzijn van de
Ruimte is het thema bedrijventerreinen, als het aan onze parle-
planologen. Omdat we bedrijventerreinen lelijk vinden en wegen vooral als ver-
mentariërs ligt, verreweg het belangrijkste item van onze
vuilend en vies zien is de deprimerende conclusie dat je ze geweldig goed kan
ruimtelijke ordening. De behoeftenramingen laten zien dat we
combineren. Dit dubbele moralisme heeft geleid tot esthetische no-go-area's die
tot het jaar 2030 nog ca 23.000 hectare bedrijventerreinen
het uitzicht op het landschap soms tiental en kilometers achtereen blokkeren.
hebben te gaan. In de Tweede Kamer is het dubbeltje gevallen
dat deze ruimteclaim voor het aangezicht van ons land en het
Ten derde moeten we ons afvragen waarom veel mensen bedrijventerreinen
uitzicht op het landschap beeldbepalender zal zijn dan alle
en moderne bedrijvengebouwen eigenlijk lelijk vinden. Het is misschien wel zo
VINEX-locaties tezamen.
dat door de esthetisering van ons wereldbeeld we ons gaarne koesteren in de
Een goed initiatief dus om met een ideëenprijsvraag te komen
post-moderne illusie dat we in een volledig cybernetische, ICT-dienstensamen-
en helemaal goed om het probleem aan de orde te stellen op
leving verkeren waarin al het werk via een toetsenbord en een beeldscherm
verschillende schaalniveaus, dat van het landschap, van de
loopt. Het echte vuile werk hebben we - via out-sourcing naar de sweatshops
planologie, op stedenbouwkundig niveau en pas tenslotte op dat van China, Thailand en het oostblok - natuurlijk al uit het zicht gebracht. Het
van de architectuur. Al een gecoördineerd inzetten van ontwer-
resterende NOT.DOT.COM gebeuren van de bedrijventerreinen die niet in dit
pende aandacht op al e vier de niveaus kan ons doen ontsnappen wereldbeeld past, willen eigenlijk liever helemaal niet meer zien. Tegen een der-
uit de wanhopige schijntegenstelling die uit het debat in de
gelijke onderstroom van gevoelens helpt `verfraaien' niet. Het lijkt me dan ook
Tweede Kamer oprees dat we slechts de keuze hebben uit
een compliment waard dat de stichting Welstandszorg Noord-Holland de voor
`welvarend te blijven, maar lelijk te worden', of `mooi te blijven
een welstandsorganisatie contra-intuïtieve stap neemt, de problematiek van de
maar zulks op straffe van een economische Jutlandisering'.
bedrijventerreinen vooral niet via een verhoogde architectonische inzet op te
(Inderdaad een prachtige streek, maar ook een van de meest
lossen (is de opgesmukte doos niet nog erger dan de doos?).
welvarende regio's van Europa, dus ik begrijp nooit waarom
Deze publicatie heb ik gelezen als een pleidooi voor een veel structureler aan-
Jutland steevast in dit soort vergelijkingen opduikt).
pak. Via het veranderen van de behoeftenramingen en de spelregels op hogere
schaalniveaus is veel meer te bereiken en kan indirect de ruimtelijke expressie
Terecht wordt er in verband met de ontwikkeling van bedrijventerreinen gespro-
van bestaande en nieuwe terreinen effectief worden veranderd. Op deze manier
ken over een `pad-afhankelijke' ontwikkeling die zichzelf instand houdt. Naast
kunnen we deze oorden van lusteloze liefdeloosheid langzaam aan zien trans-
allerlei (ir)rationele argumenten die dit beleid eeuwig in dezelfde groef gevangen
formeren in vitale vrijplaatsen voor bedrijvigheid.
kunnen houden moeten we, om hieruit te ontsnappen, oog hebben voor een
drietal dieper liggende - ook ingesleten - automatismen van ons ruimtelijke
bedrijf.
Allereerst moet de bijgelovige cargo-cultus worden bestreden waarin, om de
economie aan de praat te krijgen vooral infrastructurele ruimtelijke maatregelen,
zoals wegen en bedrijventerreinen, het patente middel lijken. De term cargo-
cultus slaat op de activiteiten van Polynesische eilandbewoners die, nadat ze
tijdens de Tweede Wereldoorlog de overvloed hadden meegemaakt van de
aanwezigheid van de US Airforce, na het abrupt verdwijnen van hun vrijgevige
gasten, landingsstrips en - in lianen uitgevoerde - replica's van vliegtuigen
bleven bouwen in de vergeefse hoop dat de vliegeniers eens zouden terug-
keren. In het themanummer Bedrijventerreinen van het RPB-periodiek Ruimte
in Debat stelt Jan Schuur dat toevoegen aan de huidige voorraad vooral distri-
butieve economische effecten heeft. Met andere woorden, we zetten, door het
goedkope aanbod, vooral verhuisbewegingen in gang en creëren weinig nieuwe
werkgelegenheid. Elders in datzelfde nummer wordt door Hans Olden zelfs
de stelling onderbouwd dat we moeten kiezen tussen herstructureren van de
(indrukwekkende) bestaande voorraad of blijven doorgaan met nieuw aanbod.
`Niet kiezen is wedden op twee paarden die elkaar in de weg lopen'. Met een
grotere nadruk op herstructurering slaan we, dunkt mij, drie vliegen in een klap.
Eindelijk wordt innovatief ruimtegebruik op bedrijventerreinen gestimuleerd, we
kunnen de economie dienen èn we kunnen de opheffingsuitverkoop van het
landschap een halt toe roepen.
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
56
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 57
Bijlagen
Samenstelling
Literatuurverwijzingen
van de jury
Buck Consultants International, `Architectuur & Bedrijventerreinen, het
beleidsinstrumentarium', in opdracht van het Ministerie van Economische
Zaken, Nijmegen, mei 2003.
F. ten Cate, directeur Federatie Welstand (voorzitter)
Gaag, S. van der, `Vademecum voor bedrijventerreinen',
Uitgeverij 010, Rotterdam, 2004
C. van Esch, directeur Gelders Genootschap
Louw, E., B. Needham, `Padafhankelijke bedrijventerreinen',
H.C. Meinsma, planoloog
Economisch Statistische Berichten, Augustus 2003.
A. Mudde, stedenbouwkundige gemeente Den Helder
Louw, E., B. Needham, e.a., `Planning van bedrijventerreinen',
J. Rodermond, directeur Stimuleringsfonds voor Architectuur
Sdu Uitgevers, Den Haag 2004
G.B. Urhahn, stedenbouwkundige
Louw, E., en H. Olden, `Nut en noodzaak van Moerdijkse Hoek',
in opdracht van Milieudefensie, Uitgave Onderzoeksinstituut,
Verslag jurybespreking Thijs van der Steeg, Bureau Middel-
OTB, TU Delft, november 2004
koop en Partners, Haarlem, Eindredactie: N. de Vreeze,
Meinsma, H.C. `De logica van de lelijkheid, ontwikkeling van bedrijven-
directeur WZNH
terreinen in Noord-Holland', onderzoekverslag, uitgave stichting
Welstandszorg Noord-Holland, Alkmaar, augustus 2004
Ministerie van Economische Zaken, `Ruimtelijke kwaliteit en bedrijven-
terreinen, analyse van het besluitvormingsproces, eindrapport', Den Haag,
december 2003.
Ministerie van Economische Zaken,
`Actieplan Bedrijventerreinen 2004-2008', Den Haag, mei 2004
Ministeries van VROM, LNV, VenW en EZ, `Nota Ruimte,
ruimte voor ontwikkeling', Den Haag, 2004-2005
Olden, H., en E. Louw, Stogo, onderzoek en advies en OTB, TU Delft,
`Is er wel vraag naar nieuwe bedrijventerreinen?', Uitgave Milieudefensie,
Utrecht, januari 2005.
Reeth, bOb van, Vlaams Bouwmeester `Een bouwmeester bouwt niet.
Handleiding bij gebruik van de Vlaams Bouwmeester.' Uitgave van de
Vlaams Bouwmeester, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, Koning
Albert II laan 20/9, Brussel. 2004
Ruimtelijk Planbureau (i.s.m. diverse auteurs)
`De ongekende ruimte verkend', NAi Uitgevers, december 2003.
Ruimtelijk Planbureau (i.s.m. diverse auteurs) `Bedrijventerreinen',
Serie Ruimte in debat, Den Haag, Mei 2004
Urhahn Urban Design, `Kwaliteit werklocaties' in opdracht van het Ministerie
van VROM, Den Haag 2001
Visser, M.A. e.a., `Architectuur & Bedrijventerreinen',
Uitgave: S@M stedenbouw en architectuurmanagement,
Amsterdam, januari 2002
Woud, Auke van der, `Waar zijn de waarden?', in: Over schoonheid,
architectuur omgeving landschap, Het Oversticht, Waanders Uitgevers
Zwolle 2000.
Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen WZNH
58
e
r
m
i
n
a
t
i
e
s
e
n
p
r
i
j
z
e
n
o
t
t
o
a
a
m
d
r
e
s
l
a
a
t
s
n
o
m
I
n
z
e
n
d
n
u
m
M
N
A
P
*
1
BILL
M.P.S.Oskam
Rivierstraat 101
Rotterdam
2
Woonplein `De Vosholen'
J.A.Mulder
Naberpassage 23
Groningen
3
Breekland, het aanzien waard
A.v.d.Berg, (bureau Bugel Hajema)
Arnhemseweg 11
Amersfoort
*
4
KERNH
J.M.van der Toorn
Vegastraat 63
Amsterdam
5
If you can't beat them, join them
J.M.van der Toorn
Vegastraat 63
Amsterdam
6
Het Grote Gebaar
J.M.van der Toorn
Vegastraat 63
Amsterdam
7
Fabrieksbomen
H.van der Weijst
Willem III str. 20
Zevenbergen
8
Het doorbreken van de logica
Nillesen & Groeneveld architecten
Haarlemmerstraat 46H
Amsterdam
9
`Natuurlijk werken...flexen in het groen'
Mevr. Ing. A. Voerman
Eesveenseweg 54
Eesveen
10
Out-Sight In
R.van Hattum
Postbus 57
s-Gravenhage
11
Black = beautyful
Dolte
Lange Jufferstraat 52
Utrecht
12
De inpassing van bedrijfsterreinen
D. Reitsma
Vogelzand 2106
Den Helder
13
Bloom
R. Slewe
Coen Cuserhof 33
Haarlem
14
Flora et labora
VVK architectuur en stedenb.
Postbus 37085
Amsterdam
15
Graas
ir. F. Peeters
H. Druckerstraat 18
Eindhoven
16
Blikveld
J. Schuijlenburg
Balsemienlaan 158
s-Gravenhage
3
17 Nota ruimte extra
H.v.der Heijden
Ungerplein 2 fl.21
Rotterdam
*
18 BXL 040
T.van Herk & P. Casier
Kartuizerstraat 16 B
Brussel, België
19
Status Quo
Ir. P.D.v. Drosthagen
Laan van Parijs 3
Alkmaar
*
20 (Ver)dubbel grondgebruik
J. Hovenier
Obiplein 18b
Amsterdam
21
Dubbel
M. Reekers
2e Weteringdwarsstr. 43-II
Amsterdam
22
Murano
W. Micke
Rottedijk 2
Moerkapelle
23
Albert Einstein
dr.G. Mustert
Heunpark 3234
Vught
24
Bedrijvenpark...met de nadruk op Park
Chr. Kars (St.GWWweb)
Drielandenhoek 52
Haarlem
25
Plug and play or take away
St.Coenders
Hefswalsterweg 45
Uithuizermeeden
*
26 Van blauw naar Wit
M. Seelen (Bur.voor architectuur en Advies) Dorpsstraat 16
Benthuizen
27
De Bedrijvenhof
Ir.J.Galjaard
(SVP Arch en Stedenbouw)
t Zand 17
Amersfoort
*
28 Mooi werk op de grond
Witteveen + Bos
Postbus 233
Deventer
*
29 Glasnost
de Waal & Wellerdieck architecten
Donker Curtiusstraat 123
Amsterdam
30
Heuvelpark
Chr. Kars (St.GWWweb)
Drielandenhoek 52
Haarlem
31
De logica van het aanzien
Buro Vijn (R. Gjaltema)
Postbus 81
Oenkerk
32
Cirkelland NRM
ir. J.Reusen
Aalsmeerweg 69 III
Amsterdam
33
Pier 0
B.v.der Nol
Hazelaarstraat 42
s-Gravenhage
2
34 5 M
B.Wellerdieck M.v.der Waals
Donker Curtiusstraat 123
Amsterdam
35
Plan Niveau
B.Kok
Pr.Irenelaan 99
Utrecht
36
De groene route
T.v.der Meulen
De Genestetlaan 220
s-Gravenhage
37
Lagendam
M.Mulderij
Boulevard 1945, nr. 251,
Enschede
38
Buitenvaart II
Bur.Alle Hosper R. Bron
Postbus 5231
Haarlem
39
Quatro Stagione
L.Engelhard e.a.
Spengen 26
Kockengen
40
Samen sterk
ir.F.J.M.v. Waes
Fazantlaan 23
Eindhoven
*
41 Park Zijtwende
Bouwfonds Ontw.regio Noord-West E.Siersema Schipholpoort 64
Haarlem
42
Rimby
ir. S.Rektorik
Scheepstimmermanstraat 102
Amsterdam
43
Corporate identities Samen Sterk
H.v.Gent & M.de Gier
1e Middellandstraat 65b2,
Rotterdam
44
Sustain & Remain
M.Oostenbrug
Bergstraat 26
Groningen
45
VII
ir.B.v.Hoek
Geest 75
s-Gravenhage
*
46 Fill-it-up
2by4-architects, R.Remijnse & R.Reukema Nwe.Binnenweg 360A2
Rotterdam
47
Groen = leven
F.IJff
Rondelaan 12
Bergen
48
Jekyll and Hyde
T.Bergevoet & M.van Tuijl
Jan Evertsenstraat 144a
Amsterdam
49
Mutifocaal
Knevel Architecten bv
Buyskade 39d
Amsterdam
2
50 Living on the edge
2by4-architects, R.Reukema & R.Remijnse Zwaerdecroonstraat 2cII
Rotterdam
51
De groene keuze
Next Step Design R.Nieuwenhuis
Halbertsmastraat 30
Kollum
WZNH Een nieuwe logica voor bedrijventerreinen 59
e
r
m
i
n
a
t
i
e
s
e
n
p
r
i
j
z
e
n
o
t
t
o
a
a
m
d
r
e
s
l
a
a
t
s
n
o
m
I
n
z
e
n
d
n
u
m
M
N
A
P
1
52 Regi E/O
Imoss Bureau voor Stedenbouw ism
Mee Denken en Doen
Utrechtseweg 29F
Amersfoort
53
Erf(p/k)racht
H.Teerds
Oudezijds Voorburgwal 91
Amsterdam
54
Bedrijfshuis VESTING
superloods als fundament
MDL Architecten
Pelgrimsstraat 5b
Rotterdam
*
55 Paradox van schoonheid
ir. M. Oostenbrink
Kerkstraat 347 E
Amsterdam
56
Herovering
Buro 3 architecten
Vijzelstraat 77 III
Amsterdam
57
Bedrijventerreinen aanzienlijk verbeterd
Stivado T.Smit
Hogenenk 3
Brummen
58
Nieuwe plantages
Kaap 3 ontwerpbureau
Veerhaven 7
Rotterdam
59
Bedrijvencamping
Arcadis (ing.H.v.Loon AvB
Beaulieustraat 22
Arnhem
60
Bedrijvenberm
buro Artgineering
Eendrachtsweg 67
Rotterdam
61
Bedrijvenheuvel
buro Artgineering
Eendrachtsweg 67
Rotterdam
62
WWW.TK
Breddels Architecten bna
W.M.Dudokweg 63
Heerhugowaard
63
Castor
H.B.Schut
Zr.Hennekeplein 47
Rotterdam
64
Het bedrijfsboek
D.Lemasney
7h Bellanystraat
Amsterdam
65
The art of the mix
Team 4 Architecten
Postbus 678
Groningen
*
66 XSR
LUX Architecten
Nieuwpoortkade 2a
Amsterdam
*
67 Industriële vormgeving
Noordwestzes L.Trap J.Poel
Bergerweg 62
Alkmaar
68
Zolder
W.Valkenier M.v.der Brink
Lamonggracht 17
Amsterdam
69
reCREATIE
K. Stibbe
Bocht 12
Breda
70
IN BEDRIJF
J.T.Mulder
Doelenstraat 121
Delft
71
Wie niet weg is wordt gezien
S.Amsberg
Struisenburgstr.10
Rotterdam
72
Couleur Locale
Wissing stedebouw en ruimtel.vormgeving
Postbus 37
Barendrecht
73
(Uit)zicht
ir. M.Claringbould
Oudegracht 231
Utrecht
74
Chaos 2004
ir.E.Stache
Strekel 55
Oostzaan
75
De buitenplaatsen van de stad
Kerssens de Ruiter architecten
Luttik Oudorp 62
Alkmaar
76
Experiment
ir. X. Arets
Begoniastraat 6
Eindhoven
77
I
Vertical Vision
Flevolaan 22
Weesp
*
78 Brand me
K.Tran
Polanenstraat 234
Amsterdam
79
Het bedrijvenlandschap
JagerJanssen
Postbus 13428
Rotterdam
80
Parchitecture
J.Ruyters
Rol.Holstlaan 599
Delft
EV 81 Werken aan water
buro LUST
Dunne Bierkade 17
-s Gravenhage
82
The working City
Hersbach Architecten
Van Nelleweg 2424
Rotterdam
83
Babel in de polder
A. Kruiswijk
H.Polaklaan 25 III
Amsterdam
84
Plassendale
D.Verhoesstraete P.vanden Abeele
Geb.S8 Campus
de Sterre Krijgslaan 281
Gent België
85
Meerwaarden en normen
A.Doff
Westkade 145
Huizen
86
Het regieplan: Lelijkheid? Heel onlogisch! Ing.buro Oranjewoud BV
Postbus 321
Deventer
87
E=MC2
drs. C.A.Poortvliet
Donkerelaan 28
Maarssen
88
`Uitgesproken logisch'
MUST
Postbus 16631
Amsterdam
*
89 De dubbele lijn
Twan Jütte
Voorstraat 94
Delft
90
Landscale
Adviesbureau Haver Droeze BNT
Muurhuizen 165
Amersfoort
91
Startmotor
RUIMTELAB
Adm.de Ruyterweg 14a
Rotterdam
92
PATIO bedrijven IN HET GROEN
Op `t Root & Beerts, architecten & ingenieurs
Bemelerweg 76-a
Maastricht
*
93 Den Helder Zuid:
Ontwerpburo LIKE + drs. M.Willems
De groene werkstad
Kazernestraat 10-4AR
Amsterdam
94
Knooppunt ZX
A.Bremer
Soetendaalseweg 64a2
Rotterdam
95
Verre van mooi, mooi van verre
ir. E.Lukkien, Habeon Architecten
Postbus 30
Roelofsarendsveen
96
Deze vuist op deze vuist
ir.C.Warmerdam Habeon Architecten
Postbus 30
Roelofsarendsveen
97
Het nieuwe industrieterrein,
nu met klassieke waarden
K. Broekman
Fr. Conijnstraat 4a
Amsterdam
98
Weg op weg af
H.de Rooij
Orteliusdreef 66
Bergschenhoek

Colofon
Uitgave: Stichting Welstandszorg Noord-Holland
Eindredactie: dr. ir. N. de Vreeze, Alkmaar, maart 2005
Grafisch ontwerp: DesignArbeid
Alles uit deze uitgave mag worden geciteerd en gekopieerd
mits bronvermelding duidelijk plaatsvindt.
Omslag illustratie: Fill-it-up, 2by4-Architects, Rotterdam