De
Nieuwe
Agenda
Procedures en werkwijzen voor welstandscommissies
van de Stichting Welstandszorg Noord-Holland
José van Campen, Jef Mühren, Noud de Vreeze
Alkmaar, tweede gewijzigede druk, september 2005


Agenda
Nieuwe
De

H
N
Z
W
2

Voorwoord
De laatste jaren is veel veranderd in het beleid rond de welstandsbeoor-
deling van bouwvergunningaanvragen, mede als gevolg van een wijziging
van de Woningwet. Daardoor veranderde ook het welstandsadvieswerk
Agenda
en de procedures rond de welstandscommissievergadering. Veel van
d
deze veranderingen waren al onderwerp van gesprek en soms waren er
Nieuwe
al initiatieven genomen om de welstandsadvisering transparant en contro-
De Voorwoor
leerbaar te maken. Maar sommige effecten van de wetswijziging zijn nog
H
onvoldoende geïmplementeerd in het dagelijkse werk, in de agenda van
de welstandscommissie, in het gedrag en het functioneren van de com-
N
missieleden en in de procedures rond de commissievergadering. Over
sommige procedures zal in afzonderlijke commissies nog goed moeten
Z
worden nagedacht. Een voorbeeld daarvan is de regeling van de `open-
baarheid' van de vergadering en de `gastvrijheid' voor bezoekers, die
W
hun bouwplan willen toelichten; hoe doe je dat, zonder de voortgang van
de vergadering te frustreren als de bouwvergunningaanvragen van zes
gemeenten op één middag moeten worden behandeld. De veranderingen
in het welstandstoezicht zijn aanleiding voor het opstellen van een nieuwe
agenda voor welstandstoezicht. Een nieuwe agenda met aandacht voor
procedures en werkwijzen van de welstandscommissie.
In deze agenda worden de taken, bevoegdheden en verantwoordelijk-
heden van betrokkenen bij de welstandscommissies van de Stichting
Welstandszorg Noord-Holland beschreven. We onderscheiden de voorzit-
ter en de leden van de welstandscommissie, de commissiecoördinator en
de gemeentelijke plantoelichter.
3

Deze agenda is een uitwerking van de algemene doelstelling dat de wel-
standscommissies de gemeentebesturen onafhankelijk, deskundig en
volgens de criteria van gemeentelijk welstandsbeleid dienen te adviseren
over bouwvergunningaanvragen en daarnaast ook een bredere taak op
zich kunnen nemen als algemeen adviseur over het ruimtelijk kwaliteitsbe-
leid van een gemeente.
Agenda d
José van Campen, Jef Muhren, Noud de Vreeze
Nieuwe
De Voorwoor

H
N
Z
W
4

Inhoudsopgave
9
1. Welstandsbeleid en organisatie

10
1.1 Doelstellingen van het welstandstoezicht


15 1.2 De nieuwe agenda voor welstandscommissies
Agenda
27 1.3 Principes van welstandsoordelen
30 1.4 Relatie tussen stedenbouw en welstandstoezicht.
Nieuwe
De Inhoudsopgave

35 2. De welstandscommissie
H
36 2.1 Opdracht en opdrachtgever
38 2.2 Samenstelling en benoeming
N
40 2.3 Algemene verantwoordelijkheden en taken
44 2.4 Voorzitter
Z
45 2.5 Architect-lid
46 2.6 Leken-lid
W
50 2.7
Commissiecoördinator
52 2.8 Plantoelichter en adviseurs
59 2.9 Conflicthantering
61 2.10 Communicatie
63 3. De commissievergadering
65 3.1 Openbaarheid en ontvangst bezoekers
67 3.2 Vergaderstructuur
69 3.3 Bespreekagenda per bouwplan
71 3.4 Werken met de welstandsnota
74 3.5 Notuleren van de vergadering
78 3.6 Indieningvereisten
81 3.7 Efficiency
5


Agenda
Nieuwe
De Inhoudsopgave

H
N
Z
W
6

85 4. De welstandsadviezen
86 4.1 Principeaanvragen
88 4.2 Welstandsadvies
Agenda
93 4.3 Status uitspraak welstandscommissie
95 4.4 Verhouding tussen bestemmingsplan en welstandstoezicht
Nieuwe
100 4.5 Toelichting op de algemene welstandscriteria
De Inhoudsopgave
H
103 5. Overige werkzaamheden van de commissie
105 5.1 Contact met de opdrachtgever
N
107 5.2 Jaarverslag van de welstandscommissie
109 5.3 Overige adviezen
Z
114 5.4 Second opinions
116 5.5 Excursie
W
117 Bijlagen
118 1. Wetteksten
123 2. Reglement van orde op de welstandscommissie
125 3. Model contract met commissieleden
130 4. Model contract met deelnemende gemeenten
136 5. Format welstandsadviezen
7


Agenda
Nieuwe
De Inhoudsopgave

H
N
Z
W
8

Welstandsbeleid
en organisatie
1.1 Doelstellingen van het welstandstoezicht
1.2 Principes van welstandsoordelen
1.3 De nieuwe agenda voor
welstandscommissies
1.4 Relatie tussen stedenbouw en
welstandstoezicht.

1.1 Doelstellingen van
het welstandstoezicht
welstandstoezicht
Uitgangspunt
organisatie het
Om iets te bouwen heb je een bouwvergunning nodig. Dit principe heeft
en van
sinds 1902 een wettelijke grondslag: de Woningwet. In de periode daar-
Agenda
voor bestonden wel gemeentelijke keuren waaraan bouwvoornemens
werden getoetst, maar die hadden vaak maar een beperkte reikwijdte,
Nieuwe elstandsbeleid
bijvoorbeeld alleen gericht op brandveiligheid. En lang niet alle gemeenten
De W Doelstellingen
namen de verantwoordelijkheid voor enig bouwtoezicht serieus; het was
H veelal `vrijheid, blijheid' totdat de belangen van de elite werden geschaad
door bijvoorbeeld bedreigingen van de volksgezondheid en door een
N slechte ruimtelijke ordening in steden en dorpen.

Z De Woningwet kwam voort uit een breed gedragen onvrede met de
kwaliteit van de woningbouw aan het eind van de negentiende eeuw:
W slechte stedenbouwkundige aansluitingen van nieuwe woonwijken op de
bestaande stad, veel te hoge dichtheden in smalle straten en een dubi-
euze technische kwaliteit. Het gemeentebestuur kreeg de taak om toe te
zien op technische en stedenbouwkundige kwaliteit van alle bouwwerken
en zij mocht een esthetisch advies vragen aan schoonheidscommissies
om bouwwerken te kunnen beoordelen op een minimaal gewenste
esthetische kwaliteit.
Over dit laatste aspect van het bouwtoezicht is altijd veel discussie
geweest, maar uiteindelijk prevaleerde toch steeds de opvatting dat het
redelijk en wenselijk is om de lokale overheid in de gelegenheid te stellen
een voorgenomen bouwwerk óók te toetsen aan esthetische criteria.
10

Commissieleden die de verantwoordelijkheid krijgen voor deze advisering
zullen zich altijd bewust moeten zijn van de noodzaak:
­­om overtuigend te argumenteren;
­­om duidelijk te zijn over het belang van ieder uitgebracht advies afzonderlijk;
­­om voortdurend te werken aan het politieke en maatschappelijke
draagvlak van het advieswerk in het algemeen.
welstandstoezicht
organisatie het
en
Professionele benadering
van
Agenda
Provinciale organisaties zoals de stichting WZNH, die welstandscommis-
sies voor gemeenten organiseren, hebben het voordeel ten opzichte van
Nieuwe
zelfstandig opererende welstandscommissies dat ze in het brede verband
elstandsbeleid
De W Doelstellingen
van hun organisaties kunnen werken aan het bevorderen van een profes-
H
sionele uitoefening van hun adviestaak.
N
Binnen de stichting Welstandszorg Noord-Holland wordt die professionele
benadering van het welstandsadvieswerk toegespitst op de volgende
Z
thema's: (zie: principes van welstandsoordelen, WZNH jaarverslag 2002)
­­adviezen moeten altijd duidelijk en overtuigend beargumenteerd zijn;
W
­­adviezen hebben het publieke belang in de openbare ruimte als
uitgangspunt;
­­in het welstandsadvieswerk moet vooral aandacht worden besteed aan
wat echt belangrijk is; geneuzel over details moet worden vermeden;
­­er moet voortdurend gewerkt worden aan het politieke en maatschap-
pelijke draagvlak: aan de belangstelling voor architectonische en
stedenbouwkundige kwaliteit en voor relevante ontwikkelingen in de
gebouwde omgeving;
­­commissieleden dienen voortdurend te worden aangesproken op een
hoge mate van eigen vakbekwaamheid en een onafhankelijk en
verstandig oordelend vermogen;
­­er moet zorgvuldig en met respect omgegaan worden met degene die
voor een bouwvergunning met de welstandscommissie te maken krijgt;
11

­­het lokale bestuur is opdrachtgever voor de werkzaamheden van de
welstandscommissie;
­­van het welstandsadvieswerk moet een positieve, constructieve en
inspirerende invloed uitgaan op al e bouwinitiatieven en op de bouwcultuur
in een gemeente.
welstandstoezicht
organisatie het
Brede opdracht
en van
Deze professionele benadering van het welstandsadvieswerk houdt impli-
Agenda
ciet een `brede' opdracht in, die zich niet beperkt tot het wettelijk gere-
gelde welstandsadvies. De kernactiviteit wordt voortdurend geplaatst in
Nieuwe elstandsbeleid
het perspectief van een culturele bijdrage aan het debat over de kwaliteit
De W Doelstellingen
van de gebouwde omgeving en van de politieke inspanning om daarvoor
H een breed maatschappelijk draagvlak te creëren. De reguliere adviestaak
in de sfeer van welstandstoezicht en advisering over monumentenplan-
N nen zou moeten worden ingekaderd in het bredere kennisgebied van
ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.
Z In die zin heeft het welstandsadvieswerk een brede culturele basis, zoals
dat ook in de statuten van de stichting WZNH is verwoord:
W `De stichting stelt zich ten doel het beoordelen en bevorderen van de
ruimtelijke kwaliteit van de gebouwde omgeving in de provincie Noord-
Holland'. Deze algemene doelstelling wordt uitgewerkt in de concrete
wettelijk geregelde taken op het gebied van welstands- en monumenten-
advisering, maar ook door kennisoverdracht door middel van brochures
en rapportages, en door het opstellen van nota's en plannen op het
gebied van de ruimtelijke kwaliteit.
De opdrachtgever
Opdrachtgevers van het welstandsadvieswerk zijn in eerste instantie het
lokale bestuur en daarvan vooral de voor het welstandstoezicht verant-
woordelijke wethouder. In de dagelijkse praktijk wordt deze opdracht-
gever vertegenwoordigd door de zogenaamde `plantoelichter' en de
12
ambtelijke dienst waarin deze functioneert. Het is echter van belang dat

ook regelmatig contact gezocht wordt met diensten van gemeenten die
functioneren in een wat breder perspectief van het gemeentelijke beleid
en vooral ook met wethouders en raadscommissies. Op dat niveau
ligt immers uiteindelijk de beleidsverantwoordelijkheid voor ambities
en de effecten van welstands- en monumentenzorg. Vervolgens heeft
de welstandscommissie direct of indirect te maken met de indieners
welstandstoezicht
organisatie
van aanvragen voor een bouwvergunning. In wat abstractere termen is
het
en
eigenlijk de hele gemeente `opdrachtgever' van de welstandscommissie,
van
Agenda
omdat het advieswerk de hele gemeente ten goede zou moeten komen.
Of, anders gezegd: de hele gemeente zou zich op een goede manier
Nieuwe
`bediend' moeten voelen door de welstandscommissie, zou erover geïn-
elstandsbeleid
De W Doelstellingen
formeerd moeten zijn en er belangstelling voor moeten hebben.
H
N
Z
W
13


welstandstoezicht
organisatie het
en van
Agenda
Nieuwe elstandsbeleid
De W Doelstellingen HNZW
14

1.2 De nieuwe agenda voor
welstandscommissies
Kritiek
organisatie
Het is nog steeds zo: op verjaardagsfeestjes wordt vaak vrolijk maar
voor
en
fanatiek geklaagd over welstandscommissies. Vooral als er architecten in
Agenda
het gezelschap zijn komen treurige anekdotes op tafel over de arrogante
agenda
beoordeling die ze zich steeds opnieuw moeten laten welgevallen. Vaak
Nieuwe
nieuwe
van collega-architecten die net commissielid zijn geworden en die zelf
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
ook niet echt prachtig presteren, of van architecten die alleen nog maar
H
welstandscommissies doen, maar die plotseling wel erg goed weten hoe
het allemaal beter kan, hoe ze het zelf zouden aanpakken en waarom de
N
voorgestelde `materialisering' toch echt een beetje beneden de maat is.
Veel ongerief en weinig argumenten, dat is zo'n beetje de teneur.
Z
Veel van die kritiek is terecht, maar tegelijkertijd kan welstandstoezicht
als wettelijk onderdeel van een bouwvergunningsprocedure èn als uniek,
W
cultureel instituut in de lokale bouwpraktijk verdedigd worden. Daarvoor
is veel discipline en een voortdurend kritische zelfreflectie van welstands-
commissies nodig. De onlangs gewijzigde Woningwet levert daaraan een
goede bijdrage, maar er is meer nodig.
Nieuwe agenda voor welstandsadvieswerk
De gemeentelijke welstandsadviescommissies zijn het enige wettelijk
geregelde instituut dat overzicht heeft over nagenoeg al e bouwinitiatieven
in Nederland. Welstandsadviescommissies komen, anders dan al e andere
betrokkenen bij de bouw- en ontwerppraktijk, echt alléén op voor de
ruimtelijke kwaliteit, zonder concessies, zonder enig ander belang dan het
belang van goede bouwplannen.
Niet dit belang, maar wel de wijze waarop dit door welstandscommissies
15
wordt benaderd ligt al zolang het instituut welstandstoezicht bestaat,

regelmatig onder vuur. Ook de afgelopen jaren is daarover weer veel
nagedacht en gesproken, tot in de Tweede Kamer toe. Door de wijziging
van de Woningwet, die op 1 januari 2003 van kracht is geworden, zouden
de welstandscommissies en hun overkoepelende organisaties wel eens
op een verrassende wijze aan belang en vakinhoudelijke betekenis
kunnen winnen.
organisatie voor
en
Dit kan alleen als op overtuigende wijze een nieuwe agenda voor de
Agenda
agenda
welstandscommissies wordt opgesteld, waarin legitimatie en een helder
onderscheid in verschillende werkzaamheden en verantwoordelijkheden
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
de leidraad zijn voor het functioneren van welstandscommissies.
De W De welstandscommissiesH In het navolgende zal de afbakening van het welstandsadvieswerk worden
bepaald aan de hand van de legitimatie van het welstandstoezicht. Op
N basis hiervan kan het welstandsadvieswerk nader worden onderverdeeld
in de wettelijke taak (het wettelijk geregelde advies in het kader van de
Z bouwvergunningsprocedure), de toegevoegde waarde (collegiale en sti-
mulerende adviezen bij bouwplannen) en tenslotte de algemene adviezen
W in het kader van de culturele agenda van de welstandscommissie.
16

Legitimatie van welstandstoezicht.
In Nederland bestaat nu ruim honderd jaar een wettelijk kader voor
gemeentelijk bouwtoezicht. In de Woningwet is geregeld dat voor het
oprichten of veranderen van een bouwwerk een vergunning nodig is
en de gemeentelijke overheid is de vergunningverlenende instantie. De
Woningwet regelt precies waaraan een bouwplan mag worden getoetst.
organisatie
Een bouwvergunning moet worden geweigerd indien een voorgenomen
voor
en
bouwwerk niet voldoet aan de technische eisen van het Bouwbesluit,
Agenda
aan de gemeentelijke bouwverordening, aan bepalingen uit het vigerende
agenda
bestemmingsplan, aan redelijke eisen van welstand en aan de eisen met
Nieuwe
nieuwe
betrekking tot de monumentale status van een bouwwerk indien
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
er sprake is van een geregistreerd monument.
H
Deze verantwoordelijkheid is samen te vatten in de notie dat de wetgever
het zinvol en noodzakelijk acht dat er een zekere publieke controle is op
N
de kwaliteit van het bouwen, in technische zin (Bouwbesluit en gemeen-
telijke bouwverordening), in stedenbouwkundige zin (bestemmingsplan)
Z
in esthetische zin (welstandsoordeel) en in cultuurhistorische zin (monu-
mentenadvies).
W
Hierin komt tot uitdrukking dat bouwen niet alleen een individuele, par-
ticuliere aangelegenheid is, maar dat er ook een publiek belang mee
gemoeid is. In die zin moet het welstandstoezicht dan ook steeds
gedefinieerd worden: het gaat om de invloed van een bouwwerk op de
bestaande of gewenste kwaliteit van de `openbare ruimte'. Het gaat over
`wel-stand': wordt in het ontwerp rekening gehouden met de belendingen,
is er sprake van een positieve bijdrage aan het straatbeeld, wordt het
karakter van buurten gerespecteerd, is de materiaalkeuze en de
technische detaillering in overeenstemming met wat redelijkerwijs op
deze locatie mag worden verwacht? `Welstand' is een term die recht-
streeks verwijst naar de omgeving, of, zoals de feitelijke wettekst luidt:
`Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op
17
zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwik-

keling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand,
beoordeeld naar de criteria die door de gemeenteraad zijn vastgesteld in
een welstandsnota'. (Woningwet art. 12 lid 1 en art. 12a lid 1)
Veel welstandscommissieleden zijn onvoldoende doordrongen van de
inhoud, de reikwijdte en de consequenties van deze legitimatiegrond-
organisatie voor
slag. Ze laten zich steeds opnieuw verleiden tot ongepaste vormen van
en
architectuurkritiek, tot detaillistische uitspraken over ondergeschikte
Agenda
agenda
ontwerpkeuzen die niet van belang zijn voor de verschijningsvorm van
bouwwerken in de openbare ruimte, of tot persoonlijke voorkeuren die
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
tot uitdrukking komen in redeneringen als: ` Ik zou er toch de voorkeur
De W De welstandscommissies
aan geven als...' of: `Het zou beter kunnen worden als...'. Het kan altijd
H anders en het kan ook altijd beter, maar daar gaat het bij welstands-
adviezen niet om. Welstandscommissies dienen zich te onthouden van
N persoonlijke opvattingen en oordelen over wenselijke kwaliteiten of ont-
werpvoorkeuren. Het gaat uitsluitend om een beredeneerd oordeel over
Z de manier waarop en de mate waarin een voorgenomen bouwwerk de
bestaande openbare ruimte positief of negatief beïnvloedt.
W
De wettelijke taak.
Welstandscommissies zul en eraan moeten wennen dat hun adviezen voor-
taan, om juridisch houdbaar en rechtsgeldig te zijn, gebaseerd moeten zijn op
criteria, die ontleend zijn aan het door de gemeenteraad vastgestelde wel-
standsbeleid. Dat principe is vastgelegd in art. 12 en 12a van de Woningwet.
Welstandscommissies dienen zich te houden aan deze precieze en
beperkte opdracht, die is gelegitimeerd vanuit het publieke belang van
de openbare ruimte. Te allen tijde dient het welstandsadvies verband te
houden met de invloed op de openbare ruimte, voorzien van een heldere
argumentatie vanuit het begrip `wel-stand', beargumenteerd vanuit de ste-
denbouwkundige of landschappelijke context van het bouwplan en vanuit
de criteria en aandachtspunten die in het gemeentelijke welstandsbeleid
18
zijn vastgelegd.

Andere aspecten en álle niet vanuit het welstandsbeleid te beredeneren
oordelen, kunnen wel interessant zijn of zelfs waardevol, maar ze hebben
uiteindelijk geen juridische betekenis.
In veel gemeenten in Nederland is de laatste jaren als gevolg van de
gewijzigde Woningwet serieus werk gemaakt van het opstellen van
organisatie
beoordelingsgrondslagen voor bouwplannen. De opdracht was om de
voor
en
beoordelingscriteria, op grond waarvan welstandscommissies bouwplan-
Agenda
nen beoordelen en adviezen opstellen aan gemeentebesturen, expliciet
agenda
te maken en als beleidsregels (welstandsnota) te laten vaststellen door
Nieuwe
nieuwe
de gemeenteraad. Het welstandsadvieswerk zou daarmee `transparant'
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
worden, zoals dat in modern bestuursjargon heet.
H
Wordt het werk van welstandscommissies nu saai, dom en zelfs overbodig?
N
Wordt het gereduceerd tot het afvinken van een lijstje met aandachts-
punten en criteria? Integendeel. Het is wellicht vergelijkbaar met de
Z
rechtspraak: ondanks heel veel wetgeving en ondanks alle jurisprudentie
is toch steeds een onafhankelijke, kritische en vooral ook deskundige
W
rechterlijke macht nodig om te wikken en te wegen, om te interpreteren
en te oordelen.
Een groot deel van de hele stapel bouwdossiers gaat over veel voor-
komende kleine ingrepen en aanpassingen die wellicht in versnelde
procedures kunnen worden afgedaan. Voor veel voorkomende wetsover-
tredingen heeft de rechterlijke macht inmiddels ook snelrechtprocedures
ontwikkeld. De Woningwet kent inmiddels lichte bouwvergunningen en
loketcriteria. Maar voor het overige blijft het uitspreken van vonnissen en
het opstellen van welstandsadviezen een delicate aangelegenheid.
19

Algemene criteria en locatiegebonden criteria.
Veel van de door welstandscommissies te behandelen bouwvergunnings-
aanvragen hebben betrekking op kleine ondergeschikte bouwwerken. Het is
goed dat daarvoor nu een expliciet kader van buurt- en gebiedsbeschrijvingen
bestaat waaraan gemakkelijk de richtlijnen kunnen worden ontleend voor de
beoordeling van de toelaatbaarheid van deze bouwvergunningsaanvragen.
organisatie voor
en
Het is bij kleine ondergeschikte bouwplannen, waar meestal geen gekwa-
Agenda
agenda
lificeerde ontwerpers bij betrokken zijn, al mooi als het bestaande karakter
van buurten en wijken geen geweld wordt aangedaan, en dat is ook
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
meteen het enige dat telt. En het is dus ook wenselijk en aannemelijk dat
De W De welstandscommissies
de kwaliteit van de bestaande context voor de meeste bouwplannen tot
H uitgangspunt van de bouwplanbeoordeling wordt genomen: past het hier
of niet, is er sprake van een harmonieuze en zorgvuldige inpassing, wordt
N rekening gehouden met maat, schaal en karakter van de belendingen?
Z Maar soms schieten deze criteria tekort, bijvoorbeeld omdat de omgeving
nogal karakterloos is, omdat het bouwplan over uitzonderlijke kwaliteiten
W beschikt, of juist omdat het bouwplan zo evident beneden de maat van
normaal bouwkundig en architectonisch vakmanschap ligt, dat het niet
met standaardcriteria te beoordelen is in relatie tot de bestaande karak-
teristieken van de omgeving. In dat geval moet de welstandscommissie
zich een oordeel kunnen vormen op grond van de zogenaamde `algemene
criteria', die betrekking hebben op algemene noties van architectonische
en stedenbouwkundige vakkundigheid en ontwerpkwaliteit. Omdat deze
aspecten voor mensen zonder inzicht in de discipline van architectuur en
stedenbouw soms onbekend zijn, zijn ze in veel welstandsbeleidsnota's
als principiële en niet aan specifieke locaties gebonden beoordelings-
grondslagen uitvoerig uitgewerkt.
Het van toepassing verklaren van deze algemene criteria en het daarmee
buiten toepassing verklaren van de gebiedsgerichte of objectgerichte cri-
20
teria, dient altijd uitgebreid gemotiveerd te worden.

Welstandsadviezen bij stedenbouwkundige ontwikkelingen
In het model voor een gemeentelijke welstandsnota dat in 2000 werd
gepubliceerd in opdracht van de VNG, de Federatie Welstand en de
Rijksbouwmeester, wordt in de beschrijving van taken van welstandscom-
missies onderscheid gemaakt tussen bouwinitiatieven die zich voegen
in bestaande buurten en wijken, en de bouwinitiatieven die een nieuwe
organisatie
stedenbouwkundige structuur veroorzaken. Bij de eerste categorie gaat
voor
en
het meestal om kleine bouwplannen, waarbij de kwaliteit en het karakter
Agenda
van de omgeving richtinggevend kan zijn voor de beoordeling van bouw-
agenda
plannen.
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
Bij de grote bouwplannen zullen welstandscommissies altijd eerst een
H
stedenbouwkundige visie, een programma van eisen of een masterplan
nodig hebben, waarin de kwalitatieve ruimtelijke uitgangspunten zijn ver-
N
kend als grondslag voor het oordeel over architectonische uitwerkingen.
Dit principe is nu vastgelegd in bijna alle welstandsbeleidsnota's en zal
Z
kunnen leiden tot een serieuze uitbreiding van stedenbouwkundig werk
als actueel kader voor afzonderlijke bouwinitiatieven. Het betekent dus
W
dat bij elk ontwikkelingsplan, zeg maar in het stadium van het SPVE, ook
welstandscriteria worden geformuleerd en door de raad vastgesteld. Dát
is vervolgens bij de definitieve bouwvergunningaanvraag het beoorde-
lingskader voor de welstandscommissie.
De toegevoegde waarde
Het kan wenselijk zijn dat de welstandscommissie meer doet dan alleen
een welstandsoordeel formuleren op grond van het hiervoor beschreven
nauwkeurige en beperkte kader van art. 12 van de woningwet. Er kan
dan als het ware een kritisch, collegiaal en stimulerend `ontwerpoverleg'
ontstaan, waarin de welstandscommissie optreedt als adviseur en
gesprekspartner van ontwerpers. In deze vorm van overleg kunnen ook
veel meer aspecten van een ontwerp aan de orde komen dan in het
21
kader van het nauwkeurig wettelijk gedefinieerde welstandsadvies.


organisatie voor
en
Agenda
agenda
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
De W De welstandscommissiesHNZW
22

De welstandscommissie kan immers ook altijd gewaardeerd en deskundig
adviseur zijn; die taak en rolopvatting verdwijnt niet met de invoering van
de gewijzigde Woningwet, maar dient helder gedefinieerd te worden en
goed afgebakend van de juridische spelregels van het welstandstoezicht.
In de praktijk van veel commissies loopt dit nog slordig door elkaar en het
leidt vaak tot onheldere posities van en frustraties bij al e betrokkenen. Het
organisatie
is een van de grote opgaven voor de komende jaren dit al es goed te regelen.
voor
en
Agenda
De culturele agenda.
agenda
Welstandscommissies die hun taak serieus nemen, doen dus meer dan
Nieuwe
nieuwe
alleen dossiers van bouwvergunningsaanvragen behandelen. Ze kunnen
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
een kritische en stimulerende gesprekspartner zijn voor opdrachtgevers
H
en ontwerpers van bouwplannen en ze zijn, buiten het strakke kader
van art.12 van de Woningwet, ook adviseur van een gemeentebestuur
N
over alle zaken die relevant zijn in het gemeentelijke en regionale bouw-
en ontwikkelingsbeleid. Omdat ze het enige platform zijn waarop alle
Z
bouwinitiatieven passeren, zijn ze vaak ook bij uitstek gekwalificeerd om
bepaalde zaken te agenderen.
W
Zo heeft de Noord-Hollandse welstandsorganisatie een diepgravende
verkenning achter de rug over het thema `bedrijventerreinen', waarover in
mei 2004 een publicatie is verschenen. De ervaring is dat met dergelijke
acties vanuit welstandscommissies juist betrokkenen kunnen worden
bereikt die veelal niet deelnemen in professionele en culturele debatten
over actuele vraagstukken in de ruimtelijke ordening, zoals ambtenaren,
raadsleden, wethouders, architecten, bouwadviseurs en kleine ontwikke-
laars in kleine en middelgrote gemeenten.
De welstandscommissie in de Haarlemmermeer heeft bijvoorbeeld
onlangs aandacht gevraagd voor de chaotische ontwikkeling binnen de
oude kernen van de polder, door het ontbreken van adequate en moder-
23
ne bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen of stedenbouwkundige

visies, en dat terwijl de druk op bouwinitiatieven juist daar heel groot is
en versnipperd over veel kleine opdrachtgevers. Veel aandacht is er in de
Haarlemmermeer voor de ontwikkeling van Schiphol, voor de prestigieuze
bedrijventerreinen, voor de grote VINEX-locaties, maar in de oude kernen
met veel versnipperd bezit moet men het doen met verouderde bestem-
mingsplannen, met weinig zicht op de ontwikkelingsmogelijkheden en op
organisatie voor
soms dramatische veranderingen in de stedenbouwkundige structuur en
en
identiteit.
Agenda
agenda
De welstandscommissie is bij uitstek in staat om snel te constateren dat
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
het aantal volumineuze bouwplannen toeneemt en dat een kader voor
De W De welstandscommissies
stedenbouwkundige of landschappelijke regie eigenlijk ontbreekt. Dat is
H niet iets waar je afzonderlijke opdrachtgevers en architecten mee moet
lastig vallen, maar wel het gemeentebestuur. In zo'n situatie past een
N signaal, een algemeen advies, een aanzet tot discussie en politieke en
ambtelijke aandacht.
Z
Je zou dat de culturele agenda van de welstandscommissie kunnen
W noemen. Veel brandende kwesties in de ruimtelijke ordening en de stads-
en dorpsontwikkeling kunnen vanuit een alert, deskundig en stimulerend
welstandsbeleid met kracht van argumenten aan de orde worden gesteld.
Dit deel van de agenda moet niet worden verward met de wettelijke
taken conform art.12 van de Woningwet, maar het ligt wel direct in het
verlengde daarvan, en het is uitsluitend afhankelijk van de deskundig-
heid, het gezag, de alertheid en de politiek-maatschappelijke gevoeligheid
van welstandscommissies of ze voor algemeen getinte adviezen gehoor
vinden bij het lokale bestuur, die uiteindelijk de opdrachtgever is van de
welstandsadviescommissie.
De culturele agenda is in principe onbegrensd, maar zou goed kunnen
worden gestructureerd aan de hand van een periodiek overleg met ver-
24
antwoordelijke wethouders en aan de hand van een regionale agenda

van intergemeentelijk af te stemmen thema's, bijvoorbeeld in de sfeer van
bedrijventerreinen en landschapsbeheer. Vermeden moet worden dat de
welstandscommissie wegzakt in een oeverloze bemoeizucht. Als de relatie
met de bouwvergunningdossiers steeds het uitgangspunt blijft, dan kan
een wat meer algemene oriëntatie ook de voedingsbodem zijn voor een
steeds effectiever welstandsbeleid, minder gericht op details van bouw-
organisatie
plannen en meer op het bijsturen van maatschappelijk ongewenste ont-
voor
en
wikkelingen.
Agenda
agenda
Bij dit alles hoort een grote inspanning van welstandscommissies om te
Nieuwe
nieuwe
communiceren over hun werkzaamheden. De herziene Woningwet heeft
elstandsbeleid
De W De welstandscommissies
daarvoor een goede basis gelegd. Voor veel welstandscommissies is het
H
opstellen van een politiek en maatschappelijk relevant jaarverslag iets
nieuws; maar vanaf januari 2003 is het een verplicht onderdeel van het
N
functioneren van welstandscommissies (Woningwet art. 12b, lid3).
Deze verplichting houdt niet op bij het opstellen van een jaarverslag;
Z
daar hoort tenminste eenmaal per jaar overleg met de verantwoordelijke
wethouder en een presentatie in een raadscommissie bij. En voorts zal
W
het jaarverslag ook aanleiding kunnen zijn voor bijvoorbeeld eens per twee
jaar enkele voorstel en voor tekstwijzigingen en accentverschuivingen in de
welstandsbeleidsnota.
Samengevat: de nieuwe agenda
Provinciale organisaties, van waaruit het welstandstoezicht in heel veel
gemeenten wordt gecoördineerd, en ambtelijke secretariaten van welstands-
commissies in de meeste grote steden zijn in staat om hun commissieleden
inhoudelijk en procedureel goed te begeleiden. Dat leidt tot een steeds
verdere toename van professionaliteit en vakinhoudelijke integriteit, waar-
door het welstandstoezicht kan rekenen op een steeds groter draagvlak
bij lokale politici, ontwerpers en het publiek. Het opstellen van gemeen-
telijk welstandsbeleid, als nieuw wettelijk voorschrift van de gewijzigde
25
Woningwet, heeft daartoe bijgedragen.

In heel veel gemeenteraden zijn de welstandsbeleidsnota's na meer of
minder discussie unaniem vastgesteld en daarmee is opnieuw bevestigd
dat lokale politici een zekere vorm van controle op de esthetische kwali-
teit van het bouwen niet kwijt willen. Het is nu de hoogste tijd om in het
werk van welstandscommissies een helder en gelegitimeerd onderscheid
te maken tussen:
organisatie voor
­­de wettelijk gefundeerde welstandsadviezen, als onderdeel van de
en
bouwvergunningsprocedure, strak geregeld in art. 12 van de
Agenda
agenda
Woningwet, gebaseerd op gemeentelijk welstandsbeleid en uitsluitend
gelegitimeerd door de publieke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit
Nieuwe
nieuwe
elstandsbeleid
van de openbare ruimte;
De W De welstandscommissies
­­het collegiale ontwerpoverleg, waarin kritische reflectie kan plaatsvinden
H en stimulerende adviezen kunnen worden gegeven over de conceptu-
ele architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit
N van bouwplannen;
­­de culturele agenda waarin welstandscommissies op basis van hun
Z veelzijdige en vaak diepgaande inzicht in de lokale bouwcultuur
bestuurlijke en ambtelijke aandacht kunnen vragen voor belangrijke
W onderwerpen en ontwikkelingen.
26

1.3 De principes van welstandsoordelen
delen
Principes en gedragsregels
organisatie
De Stichting Welstandszorg Noord-Holland beoogt gemeentebesturen te
en welstandsoor
helpen bij het esthetische oordeel over bouwvergunningsaanvragen, dat
van
Agenda
er uiteindelijk op neer komt om op basis van goede argumenten vast te
stellen, of een bouwplan passend is op een bepaalde plek in de stad, in
Nieuwe
principes
een dorp of op het platteland. Is het mooi genoeg, is het zorgvuldig en
elstandsbeleid
De W De
met een zeker vakmanschap ontworpen, wordt er voldoende rekening ge-
H
houden met de bestaande of te ontwikkelen kwaliteiten van de omgeving?
Bij het opstellen van welstandsadviezen over bouwplannen zorgt de
N
stichting WZNH voor een beoordeling van bouwplannen, gebaseerd op
in de gemeentelijke welstandsnota vastgelegde expliciete afspraken en
Z
beleidsuitgangspunten. Daarin komt tot uitdrukking dat het gemeente-
bestuur wordt beschouwd als opdrachtgever voor het welstandstoezicht.
W
De volgende algemene principes en gedragsregels zullen door WZNH
als `erecode' in acht worden genomen.
Transparantie
Het welstandsoordeel moet transparant zijn: controleerbaar, helder, begrijpelijk
en zo veel mogelijk volgens expliciete afspraken, om de beoordelingspro-
cedure zelf inzichtelijk, begrijpelijk en enigszins voorspelbaar te maken. Het
welstandsoordeel dient gebaseerd te zijn op de welstandscriteria die door de
gemeenteraad van de betref ende gemeente zijn vastgesteld.
Publiek belang
Met het welstandsoordeel moet altijd een publiek belang gediend zijn, dat
wil zeggen: welstandstoezicht staat eerst en vooral voor de publieke kwa-
27
liteit van de openbare ruimte. Steeds moet de vraag beantwoord kunnen

worden of met een voorgenomen bouwwerk de kwaliteit van de openba-
re ruimte wordt geschaad of juist wordt gerespecteerd of zelfs verbeterd.
Veel ontwerpdetails, die de laatste jaren te gemakkelijk de volle aandacht
delen
van welstandscommissies kregen, voldoen niet aan dit criterium.
Proportionaliteit
organisatie
welstandsoor
Er moet een zekere proportionaliteit aan welstandsoordelen ten grondslag
en
van
liggen, dat wil zeggen: het welstandstoezicht moet zich richten op wat
Agenda
écht betekenis heeft voor de gebouwde omgeving en niet op onderge-
schikte bouwwerken en onbelangrijke details.
Nieuwe
principes
elstandsbeleid
De W De
Draagvlak
H Er moet voortdurend en met inzet van alle middelen gewerkt worden aan
draagvlak. Als welstandstoezicht geen politiek, ambtelijk en maatschap-
N pelijk-cultureel draagvlak heeft, dan heeft het geen toekomst. Daar is
meer voor nodig dan alleen een beleidsnota, hoe mooi die ook in elkaar
Z zit. Er dient te worden gewerkt aan een politiek, ambtelijk en maatschap-
pelijk draagvlak, waarin de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde
W omgeving echt hoog op de agenda staat.
Integriteit en deskundigheid
De commissieleden, die zijn aangesteld om welstandsoordelen te formu-
leren, moeten voldoen aan hoge eisen van integriteit en deskundigheid,
dat wil zeggen: er moet worden geoordeeld op basis van een serieuze
vakmatige ervaring en discipline en vanuit de spelregels en kwaliteitsno-
ties die politiek zijn vastgesteld.
Gekwalificeerde ontwerpers
Lang niet al e bouwplannen worden door vakkundige ontwerpers getekend.
De welstandscommissie kan soms de inschakeling van gekwalificeerde
ontwerpers aanbevelen. Vaak wordt pas dan een goed gesprek mogelijk
28
over ontwerpprincipes in relatie tot de opgave en de locatie. Bij niet-

gekwalificeerde ontwerpers moet de welstandscommissie zich vaak
noodgedwongen beperken tot een oordeel over de passendheid van een
bouwplan ten opzichte van de kenmerken en het karakter van de omgeving.
delen
Beleidsstuk als grondslag voor welstandsadviezen
Welstandsbeleid heeft ook het karakter van een contract. Dat betekent
organisatie
dat gemeentebesturen en welstandscommissies elkaar kunnen aanspreken
en welstandsoor
op het zoveel mogelijk handhaven van de principes, die in de welstands-
van
Agenda
beleidsnota's zijn vastgelegd als grondslag voor welstandsadviezen.
Dit beleidsstuk is geen vrijblijvend stuk: voortaan zal over bouwvergunning-
Nieuwe
principes
aanvragen positief of negatief worden geadviseerd als ze wel of niet
elstandsbeleid
De W De
voldoen aan de criteria van de beleidsnota, volgens een interpretatie die
H
daaraan redelijkerwijs kan worden gegeven.
Het gaat daarbij om een zich ontwikkelend beleidsstuk, dat in de praktijk
N
zal moeten bewijzen dat het naar tevredenheid en volgens doelstellingen
van het lokale bestuur werkt. Het moet steeds kritisch en met het oog op
Z
de achterliggende doelstellingen worden toegepast, periodieke evaluatie
is nodig, en eventuele aanpassingen moeten mogelijk zijn als dat
W
wenselijk blijkt.
Stimulansen
Tenslotte: welstandstoezicht is meestal het laatste station van een bouw-
planprocedure. Vóór dat laatste station liggen alle mogelijke stimulansen
voor een kwalitatief hoogwaardige bouwproductie. Samen met betrokken
gemeentebesturen en ambtenaren, met professionals uit de ontwer-
perswereld en de bouwnijverheid, en met betrokken maatschappelijke
organisaties wil de stichting WZNH werken aan een goed gemotiveerde
inspanning voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving.
29

1.4 Relatie tussen stedenbouw en
welstandstoezicht.
en
In de praktijk van de welstandsadvisering over bouwplannen duikt vaak
organisatie
de vraag op naar de relatie tussen welstandstoezicht en stedenbouw-
en stedenbouw
kundige kwaliteiten en overwegingen: welke rol mogen stedenbouwkun-
Agenda
dige overwegingen spelen bij het welstandsadvies en op welke manier
tussen
stedenbouwkundige deskundigheid is gewaarborgd in het advies van de
Nieuwe elstandsbeleid
welstandscommissie?
De W Relatie welstandstoezicht.

H Bij de beantwoording van deze vraag zijn drie benaderingen relevant:
­­de benadering vanuit de formeel juridische afbakening van
N welstandstoezicht;
­­de benadering vanuit dagelijkse praktijkervaringen in het
Z welstandadvieswerk;
­­en tenslotte de benadering vanuit de WZNH-organisatie.
W
Juridische afbakening
In de Woningwet is het welstandstoezicht een onderdeel van de toetsing
van bouwvergunningsaanvragen. Volgens de gangbare jurisprudentie
gaat de toetsing aan het vigerende bestemmingsplan in gewicht vooraf
aan welstandstoezicht. Dus als een bouwplan voldoet aan vigerende
bestemmingsplanbepalingen, dan kan de welstandscommissie ten aan-
zien van de punten waarop deze overeenstemming betrekking heeft niet
negatief adviseren. Sommigen, zoals de jurist Nijmeijer, trekken daaruit de
overwegende conclusie dat welstandstoezicht niet gebaseerd mag zijn
op stedenbouwkundige aspecten van een bouwplan. Volgens hem gaat
het om het bouwplan als bouwkundig ontwerp en niet om stedenbouw-
kundige aspecten.
30

Praktijkervaringen
Deze opvatting is vanuit de praktijk van de welstandsbeoordeling moeilijk
te handhaven. Immers, het gaat om `welstand', het gebouw in relatie tot
de plek: `staat dit hier goed', of wordt de omgeving geweld aan gedaan.
en
Bovendien wordt aan de welstandscommissie juist ook vaak een ste-
organisatie
denbouwkundig oordeel gevraagd in het perspectief van een mogelijk
en
te verlenen `ontheffing' van bestemmingsplanverplichtingen, of zelfs een
stedenbouw
Agenda
bestemmingsplanwijziging. De welstandscommissie kan soms ook hiaten
tussen
constateren in de stedenbouwkundige coördinatie en stedenbouwkun-
Nieuwe
dige planvoorbereiding of zelfs in de vigerende bestemmingsplanbe-
elstandsbeleid
De W Relatie welstandstoezicht.
palingen. En tenslotte wordt aan welstandscommissieleden vaak ook
H
gevraagd deel te nemen in een quality-team of supervisierol, waar dan
vervolgens bijna altijd juist ook stedenbouwkundige kwesties aan de orde
N
komen.
Z
Het voorgaande leidt ertoe dat de commissies van WZNH in hun advie-
zen een scherp onderscheid nastreven in de door de woningwet formeel
W
juridisch vastgelegde positie van beoordeling van bouwvergunnings-
aanvragen binnen het kader van het vigerende bestemmingsplan, en de
overige adviezen die wellicht niet direct relevant zijn voor de toetsing van
bouwvergunningsaanvragen, maar wel voor gemeentelijk beleid in de
sfeer van stedenbouwkundige coördinatie en planvoorbereiding.
Waarborgen voor stedenbouwkundige deskundigheid.
Vanwege bovenstaande overwegingen is de laatste jaren de stedenbouw-
kundige discipline in de WZNH-organisatie versterkt.
­­Bijna alle voorzitters van de commissies zijn nu stedenbouwkundig
geschoold en brengen een stedenbouwkundig/planologisch accent
in de commissie binnen, die overigens nog steeds vooral uit archi-
31
tecten bestaat.

­­Voor alle aangesloten gemeenten zijn de afgelopen jaren welstands-
nota's opgesteld, waarin is bepaald dat voor grootschalige structuur-
veranderende bouwplannen een stedenbouwkundig programma van
eisen moet worden opgesteld, als aanvulling op de welstandsnota,
en
waaraan beoordelingscriteria kunnen worden ontleend.
­­Bij de selectie van nieuwe commissieleden wordt steeds expliciet
organisatie
gezocht naar personen met architectonische maar ook stedenbouw-
en stedenbouw
kundige en planologische ervaring; specialisten zijn belangrijk, maar
Agenda
generalisten kunnen ook een belangrijke rol spelen.
tussen
­­Binnen het bureau is een beleidsmedewerker met een stedenbouw-
Nieuwe elstandsbeleid
kundig/planologische achtergrond aangesteld die als adviseur op de
De W Relatie welstandstoezicht.
achtergrond optreedt, zowel voor commissieleden als voor deelnemende
H gemeenten, voor alle juridisch stedenbouwkundige en planologische
kwesties.
N ­­Binnen de commissies wordt steeds vaker ad hoc of zelfs structureel
overlegd met stedenbouwkundigen van betrokken gemeenten.
Z ­­Er wordt steeds vaker een beroep op WZNH gedaan om een rol te
spelen in quality-teams en supervisie; de personen die daarin benoemd
W worden brengen hun ervaring en deskundigheid ook in in het plenaire
commissieleden-overleg en in diverse bilaterale contacten tussen
commissieleden.
32

en
organisatie
en stedenbouw

Agenda
tussen
Nieuwe elstandsbeleid
De W Relatie welstandstoezicht.HNZW
33


delen
organisatie
en welstandsoor

van
Agenda
Nieuwe
principes
elstandsbeleid
De W De HNZW
34

2. De
welstandscommissie
2.1 Opdracht en opdrachtgever
2.2 Samenstelling en benoeming
2.3 Algemene verantwoordelijkheden
en taken
2.4 Voorzitter
2.5 Architect-lid
2.6 Leken-lid
2.7 Commissiecoördinator
2.8 Plantoelichter en adviseur
2.9 Conflicthantering
2.10 Communicatie

2.1 Opdracht en opdrachtgever
Onafhankelijke adviestaak
De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde
onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders advies
Agenda
uitbrengt ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een
bouwwerk of standplaats, waarvoor een aanvraag om bouwvergunning is
Nieuwe welstandscommissie pdracht en opdrachtgever
ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand.
De De O
De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aan-
H vragen voor regulier vergunningplichtige en licht-vergunningplichtige
bouwwerken (voor zover deze niet vallen onder het derde lid), als bedoeld
N in artikel 44, eerste lid onder d respectievelijk artikel 44, derde lid juncto
eerste lid onder d van de Woningwet. De welstandscommissie voert haar
Z taken uit in onafhankelijkheid. De welstandscommissie is beleidsmatig
gebonden aan het gemeentelijke welstandsbeleid en baseert haar advies
W uitsluitend op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria.
Benoeming door gemeenteraad
De advisering over redelijke eisen van welstand is door veel gemeenten
in Noord-Holland opgedragen aan de Stichting Welstandszorg Noord-
Holland die uit haar midden personen voordraagt als lid van de wel-
standscommissie. Cruciaal is dat de commissieleden niet door de stichting
WZNH worden benoemd, maar door de gemeentebesturen. WZNH
selecteert, draagt voor en ziet toe op het functioneren van commissieleden
en heeft ook een vetorecht bij de benoeming van commissieleden die op
voordracht van een deelnemende gemeente worden benoemd.
36

Welstandsadvies op basis van gemeentelijke welstandsnota
Cruciaal is ook dat welstandsadviezen vanaf halverwege 2004 gebaseerd
moeten zijn op expliciet gemeentelijk beleid: de gemeentelijke welstand-
beleidsnota. Iedere commissie moet zich er rekenschap van geven dat
planbeoordelingen voortaan volgens de systematiek en volgens de inhoud
van een gemeentelijke welstandsnota moeten plaatsvinden, anders ontvalt
aan het welstandsadvies de rechtsgrond. De voorzitter van de commissie
is hiervoor eindverantwoordelijk.
Agenda
Functioneringsgrondslag
Nieuwe welstandscommissie
Aan het werk van de WZNH-welstandscommissie ligt een contract ten
p
d
r
a
c
h
t

e
n

o
p
d
r
a
c
h
t
g
e
v
e
r

De De O
grondslag waarin de relatie tussen commissie en de opdrachtgevende
H
gemeente formeel is vastgelegd (zie bijlage 4).
De welstandscommissies van de stichting WZNH werken zelfstandig,
N
het provinciale bureau ziet toe op een ordelijk, professioneel en juridisch
houdbaar functioneren van de onder haar ressorterende commissies en
Z
commissieleden.
Aan het functioneren van de WZNH-welstandscommissies ligt dus een
W
aantal belangrijke documenten ten grondslag waarin de spelregels zijn
beschreven: een contract tussen gemeenten en commissieleden, een
gemeentelijke welstandsbeleidsnota met de grondslagen voor de wel-
standsoordelen, en een aan de gemeentelijke Bouwverordening gekoppeld
Reglement van Orde, waarin het functioneren van de welstandscommis-
sie tot in detail is beschreven.
37

2.2 Samenstelling en benoeming
Commissiesamenstelling
benoeming
De WZNH-welstandscommissie bestaat ten minste uit drie leden, waar-
en
onder een voorzitter en twee architect-leden, die deskundig zijn op het
Agenda
gebied van de architectuur, stedenbouw en landschapsontwikkeling. De
welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste
Nieuwe welstandscommissie
drie leden of hun vervangers aanwezig zijn, waarvan ten minste twee
De De Samenstelling
leden of hun vervangers beschikken over deskundigheid op het gebied
H van architectuur. De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn
onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur.
N De welstandscommissie wordt bijgestaan door een gemeentelijke plan-
toelichter en een door WZNH aangestelde commissiecoördinator. De
Z ambtelijke plantoelichter en de commissiecoördinator maken geen deel
uit van de welstandscommissie.
W De gemeenteraad kan, na een voorstel van burgemeester en wethouders
die daarover overleggen met WZNH, maximaal twee aanvullende com-
missieleden benoemen. Indien WZNH aan de gemeente schriftelijk en
gemotiveerd kenbaar maakt dat zij geen vertrouwen heeft in een goede
samenwerking met een aanvullend commissielid, zal de gemeente dit
commissielid niet benoemen c.q. uit zijn/haar functie ontheffen.
Benoeming van commissieleden
WZNH draagt de beoogde voorzitter en de architectleden van de welstands-
commissie en, indien aan de orde, hun plaatsvervangers bij structurele
verhindering, voor aan burgemeester en wethouders van de gemeente. Bij
gebleken geschiktheid worden deze personen op voorstel van burgemeester
en wethouders benoemd (en eventueel ontslagen) door de gemeenteraad.
38
Bij de voordracht van commissieleden neemt WZNH de voorschriften van de

gemeente omtrent de samenstel ing en inrichting van de welstandscommis-
sie, als omschreven in de gemeentelijke bouwverordening en het daarbij
behorende Reglement van Orde op de welstandscommissie, in acht.
De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een ter-
mijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbe-
noemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
Voor de voorzitter en architectleden worden bij structurele afwezigheid,
benoeming
plaatsvervangers benoemd die hen kunnen vervangen. De voorzitter en
en
Agenda
de architectleden worden bij incidentele afwezigheid vervangen door
een gekwalificeerde vervanger uit één van de overige onder de Stichting
Nieuwe welstandscommissie
Welstandszorg Noord-Holland ressorterende welstandscommissies.
De De Samenstelling
De gemeenteraad kan in voorkomende gevallen benoeming van de leden
H
van de welstandscommissie, dan wel een plaatsvervanger, beëindigen
wanneer de commissie c.q. een commissielid of plaatsvervanger naar zijn
N
oordeel, het oordeel van burgemeester en wethouders of het oordeel van
WZNH niet naar behoren functioneert.
Z
W
39

2.3 Algemene
taken
verantwoordelijkheden en taken
en
delijkheden
Commissieleden
Commissieleden vervullen hun advieswerk in opdracht van de Stichting
WZNH. De inhoud, aard en omvang van de werkzaamheden bestaan uit
Agenda
verantwoor
de adviestaken zoals omschreven in de Bouwverordening en het daar-
bij behorende Reglement van Orde op de welstandscommissie van de
Nieuwe welstandscommissie
betref ende gemeente(n). Het commissielid is beleidsmatig gebonden aan
De De Algemene
de welstandsnota van de betreffende gemeente(n).
H De commissieleden zijn samen verantwoordelijk voor hun onderlinge rela-
ties. Zij dienen elkaar zorgvuldig, collegiaal en professioneel te benaderen.
N Het commissielid wordt geacht zich in te spannen voor het verstrekken
Z van naar inhoud deugdelijke welstandsadviezen, al dan niet gezamenlijk
met anderen verstrekt, conform de daarvoor gangbare normen van de
W professie en de jurisprudentie.
Het commissielid conformeert zich aan de uitgangspunten en
beleidslijnen van WZNH.
Het commissielid wordt geacht uiterste zorgvuldigheid te betrachten in
omgang met vertegenwoordigers van de gemeente, planindieners, ont-
werpers, belangstellenden en pers.
Het commissielid wordt geacht geïnteresseerd te zijn in de gemeente,
deze te kennen of willen leren kennen en zich te verdiepen in het ruimte-
lijke kwaliteitsbeleid van de gemeente in brede zin.
40

Het commissielid wordt geacht in staat te zijn bouwplantekeningen te
lezen en cultureel besef en kennis te hebben van de (geschiedenis van
taken
de) bouwkunst.
en
Het commissielid wordt geacht in staat te zijn het oordeel begrijpelijk te
verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen.
delijkheden
Dit vraagt van alle commissieleden zekere communicatieve vaardigheden.
Agenda
Het commissielid wordt geacht de vergaderingen van de welstandscom-
verantwoor
missie bij te wonen. De vergaderdata worden vastgesteld in een jaarroos-
Nieuwe welstandscommissie
ter aan het begin van ieder kalenderjaar, waarbij als uitgangspunt geldt
De De Algemene
dat er één dag in de twee weken zal worden vergaderd.
H
Het commissielid wordt geacht bijeenkomsten bij te wonen, georgani-
N
seerd door de gemeente of door WZNH, die betrekking hebben op het
welstandstoezicht in het algemeen dan wel in de betreffende gemeente(n)
Z
in het bijzonder.
W
Het commissielid wordt geacht zijn/haar adviezen onafhankelijk en onpar-
tijdig te geven. Het commissielid mag zijn/haar taak niet met vooringeno-
menheid vervullen en mag geen persoonlijk belang hebben bij de door
burgemeester en wethouders te nemen beslissing naar aanleiding van het
advies.
Het commissielid wordt geacht tijdig kenbaar te maken dat er van pro-
fessionele betrokkenheid op enigerlei wijze sprake is, bij een, door de
betreffende gemeente(n) aan de welstandscommissie voorgelegd plan of
beleidsdocument.
Het commissielid wordt geacht een geheimhoudingsplicht inzake de aan
hem/haar voorgelegde plannen en beleidsdocumenten te respecteren.
41

2.4 Voorzitter
Functievereisten
De voorzitter heeft enige ervaring met lokale politiek, met bestuurlijke processen
en met advieswerk in de ruimtelijke ordening en de gebouwde omgeving.
Agenda
De voorzitter straalt gezag uit in de praktijk van de vergadering van de
welstandscommissie en in het overleg met aangesloten gemeenten.
Nieuwe welstandscommissie
De voorzitter beschikt over inzicht in de praktijk van bouwplanprocessen
De De Voorzitter
en in de geschiedenis en de traditie van de Nederlandse ruimtelijke orde-
H ning en bouwpraktijk.
De voorzitter is representatief en is in staat door deskundigheid respect af
N te dwingen bij gemeentebesturen.
Z Verantwoordelijkheden en taken
De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de welstands-
W commissie en bewaakt de deugdelijkheid van de welstandsadvisering
in brede zin, is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de eindredactie van
de adviezen en ziet toe op de consistentie tussen planbeoordeling, wel-
standsprincipes en welstandsbeleid.
De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang
van de agenda. In de discussies draagt hij of zij er zorg voor dat alle
commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. Na
de discussie geeft de voorzitter een korte, heldere samenvatting van het
uit te brengen advies, als basis voor de schriftelijke uitwerking.
De voorzitter ondertekent de uitgebrachte adviezen en overigens ook alle
andere correspondentie die namens de commissie wordt verstuurd.
42

De voorzitter van de commissie is eerst verantwoordelijke voor goede
verhoudingen tussen commissieleden onderling en tussen commissie en
aangesloten gemeenten. De voorzitter doet er alles aan om op tijd pro-
blemen te signaleren en op te lossen. Daarbij kan steeds de hulp worden
ingeroepen van het bureau van de stichting WZNH, met name van de
commissiecoördinator en eventueel van de directeur van de stichting.
De voorzitter treedt op als gastheer of ­vrouw voor de planindieners,
Agenda
ontwerpers en andere bezoekers. Hiertoe behoort het voorstellen van de
commissie aan bezoekers en het toelichten van de procedure.
Nieuwe welstandscommissie
De De Voorzitter

De voorzitter is verantwoordelijk voor het afsprakenstelsel omtrent het
H
gebruik van de welstandsnota en de revisie hiervan.
N
De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse, inhoudelijke
evaluatie van de werkzaamheden en heeft hiertoe tenminste eenmaal per
Z
jaar een evaluerend overleg met de portefeuillehouder. De uitkomsten van
het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de wel-
W
standscommissie.
De voorzitter onderhoudt de contacten met de pers en andere belang-
stellenden. Bij een persgesprek is altijd een vertegenwoordiger van de
stichting WZNH aanwezig.

43

Agenda
Nieuwe welstandscommissie
De De Voorzitter
HNZW
44

2.5 Architect-lid
Functievereisten
Het architectlid is geregistreerd architect en heeft een eigen, actieve beroeps-
praktijk; heeft bij voorkeur ervaring met het beoordelen van ontwerpen in
Agenda
bijvoorbeeld onderwijssituaties of jury's en heeft zich door opleiding en
ervaring gekwalificeerd om zitting te nemen in de welstandscommissie.
Nieuwe welstandscommissie
Het commissielid is een voorstander van welstandstoezicht, heeft daar-
chitect-lid
De De Ar
over uitgesproken ideeën en is in staat zich onpartijdig op te stellen. Het
H
architect-lid is representatief en is in staat door deskundigheid respect af
te dwingen bij gemeentebesturen.
N
Verantwoordelijkheden en taken
Z
Het architectlid is, gezamenlijk met de andere leden, verantwoordelijk
voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de welstandsadviezen.
W
Het architect-lid kan worden aangewezen om zorg te dragen voor het
gebruik van de welstandsnota en het bijhouden van aantekeningen ter
revisie van de nota en ten behoeve van het jaarverslag.
Het architectlid kan door de welstandsorganisatie worden aangewezen
als vakinhoudelijk secretaris van de welstandscommissie.
45

2.6 Leken-lid.
In de welstandscommissies van de stichting WZNH worden in principe
twee deskundige architectleden en een voorzitter benoemd. Zij worden
geselecteerd door de stichting WZNH op basis van deskundigheid in
Agenda

architectuur en stedenbouw, de kwaliteit van hun eigen werk, hun gezag
als architect, stedenbouwkundige, planoloog of landschapontwerper en
Nieuwe welstandscommissie
op basis van te verwachten helderheid en professionaliteit in oordeelvor-
De De Leken-lid. H ming over de kwaliteit en passendheid van bouwvergunningaanvragen.
N Benoeming vindt plaats op voordracht van de stichting WZNH door
de betrokken gemeenteraad. Commissieleden van de stichting WZNH
Z zijn in principe niet werkzaam in of betrokken bij de bouwpraktijk in een
gemeente. Dit vormt een zekere waarborg voor onafhankelijkheid.
W Het bezwaar van deze constructie, namelijk dat commissieleden welicht
niet precies op de hoogte zijn van omstandigheden en geschiede-
nissen van bouwplannen wordt ondervangen door "gemeentelijke
plantoelichters": stedenbouwkundigen of ambtenaren van Bouw- en
Woningtoezicht, die het gemeentebestuur als informant in de welstands-
commissie laat optreden. Indien nodig kan de commissie ook zich zelf
nader laten informeren door bezoekers in de vergadering uit te nodigen of
door een bezoek aan een voorgenomen bouwlocatie te brengen. Voorts
is uiteraard het gemeentelijke welstandsbeleid uitgangspunt voor de
beoordeling van bouwplannen.
Uiteindelijk is hierbij vooral van belang dat het welstandsadvies een advies
aan het college van B en W is. Het college van B en W kan op basis van
andere dan architectonische of stedenbouwkundige overwegingen een
46
van het welstandsadvies afwijkend besluit over een te verlenen bouwver-
gunning nemen.

Niettemin bestaat in sommige gemeenten de behoefte om welstands-
commissieleden uit de gemeente zelf aan de commissie toe te voegen
om nog beter te waarborgen dat er een politiek en maatschappelijk
draagvlak ontstaat voor de welstandsbeoordeling van bouwplannen.
Overwegingen bij leken-leden in de welstandscommissie
Welstandstoezicht is geregeld in de Woningwet. Discussies over wel-
standstoezicht leiden regelmatig tot nieuwe bepalingen in de wet. Sinds
Agenda
het van kracht worden van de oorspronkelijke Woningwet in 1902 zijn
allerlei wetswijzigingen vastgesteld die uitdrukking geven aan verande-
Nieuwe welstandscommissie
rende opvattingen.
De De Leken-lid.
Een van de steeds terugkerende discussiepunten betreft de eisen die
H
gesteld moeten worden aan de leden van welstandscommissies. Sinds
1991 stond in de Woningwet dat de welstandscommissie een `college
N
van onafhankelijke deskundigen' moet zijn. Dat betekende in de praktijk:
geen ambtenaren, geen politici, geen burgemeesters of wethouders,
Z
want die zijn allemaal niet onafhankelijk. En hoewel het begrip `deskundig'
in de Woningwet van 1991 niet verder gedefinieerd was, bleek in de prak-
W
tijk dat vooral geschoolde architecten en stedenbouwkundigen en soms
ook kunstenaars, kunsthistorici of personen uit de bouwwereld voldoende
gekwalificeerd werden geacht om welstandsadviezen te geven.
In de laatste Woningwetwijziging van 2002 is de deskundigheidseis ver-
vallen. Dat betekent dat naast deskundigen ook leken in welstandscom-
missies benoemd kunnen worden. Wie de praktijk van welstandstoezicht
kent, zal moeten toegeven dat hier sprake is van een goedbedoelde
maar ook lastige ambitie. Immers: voor het opstellen van verantwoorde
welstandsadviezen over de honderden dossiers die per gemeente per
jaar over tafel gaan is een serieuze belangstelling voor de gebouwde
omgeving nodig. Om tijdens de vaak lange vergaderingen alert te blijven
47
is een stevig uithoudingsvermogen nodig, en een zekere ervaring in het

lezen van tekeningen lijkt ook een vereiste. Opdrachtgevers en architecten
die een bouwvergunning aanvragen mogen toch verwachten dat hun
bouwplan niet `zomaar' beoordeeld wordt, op grond van wat `zomaar'
iemand er `zomaar' van vindt? Bij gewone veel voorkomende kleine
bouwplannen gaat het vaak om routineuze, maar wel goed beargumen-
teerde beslissingen over of iets wel of niet toelaatbaar is. Daar zijn allerlei
beleidsregels voor vastgesteld, die je wel een beetje in je hoofd moet
hebben. Voor de beoordeling van grote controversiële bouwplannen moet
Agenda

je als welstandscommissielid snel kunnen schakelen tussen de principes
van het welstandsbeleid, de vigerende bestemmingsplanuitgangspunten,
Nieuwe welstandscommissie
de effecten van een bouwplan op de openbare ruimte en de kansen om
De De Leken-lid. H een bouwplan op onderdelen te verbeteren als er sprake is van onnodig
N zwakke ontwerpkeuzen.
Z Er zijn mooie argumenten te bedenken om leken te benoemen in een
welstandscommissie. Dat kan immers bijdragen aan het maatschap-
W pelijke draagvlak voor welstandsbeoordelingen en aan een versterking
van de politieke legitimatie. Maar welstandstoezicht zal uiteindelijk geen
stand houden als niet altijd eerst en vooral gelet wordt op de mate van
deskundigheid waarmee welstandsadviezen worden opgesteld. Er zal
dus tenminste gezocht moeten worden naar deskundige leken met een
onafhankelijk oordeel, niet gebonden aan politieke of maatschappelijke
belangen.
Tenslotte: bij het toevoegen van leken-leden zal de welstandscommis-
sievergadering substantieel langer kunnen gaan duren, omdat allerlei dis-
cussies uit de politieke en maatschappelijke arena zich verplaatsen naar
de welstandscommissie. Er kan dan een efficiencyprobleem ontstaan dat
ook financiële consequenties zal hebben; immers de leden van de com-
missie krijgen een vergoeding per vergaderuur, terwijl de opbrengsten van
48
de commissie gerelateerd zijn aan de leges van het aantal behandelde
bouwplannen per uur.

Conclusie
De stichting WZNH bepleit een zeker terughoudendheid bij het benoemen
van leken-leden omdat daarmee de onafhankelijkheid, de deskundig-
heid en de doelmatigheid van de welstandscommissievergadering in het
geding kan komen. De welstandscommissie is gebonden aan uitspraken
binnen de randvoorwaarden van gemeentelijk welstandsbeleid en legt
daarover jaarlijks verantwoording af aan het gemeentebestuur.
Agenda
Indien toch wordt besloten om leken-leden toe te voegen, dan moet het
gemeentebestuur toezien op hun deskundigheid en ervaring, en bovendien
Nieuwe welstandscommissie
zou hun politieke en maatschappelijke onafhankelijkheid gewaarborgd
De De Leken-lid.
moeten zijn.
Honoraria voor de toe te voegen leken-leden zijn voor rekening van de
H
gemeente en financiële consequenties als gevolg van een lagere `produc-
tiviteit' van de commissie zullen door de stichting WZNH op basis van
N
nacalculatie ook bij de gemeente in rekening worden gebracht.
De stichting WZNH heeft enkele voorbeelden opgesteld voor aanpassing
Z
van het Basisstramien voor een Reglement van orde op de welstands-
commissies, die voorzien in de mogelijkheid van benoeming van leken-
W
leden door de gemeenteraad. Indien daarvoor wordt gekozen dient ook
het contract tussen WZNH en deelnemende gemeenten op enkele punten
te worden aangepast.
49

2.7 Commissiecoördinator

Functievereisten
Elke WZNH-welstandscommissie wordt bijgestaan door een commissie-
dinator
coördinator. De commissiecoördinator ondersteunt de welstandscommis-
Agenda
sie op zodanige wijze, dat deze optimaal kan functioneren bij uitoefening
van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur.
Nieuwe welstandscommissie
De commissiecoördinator is de aangewezen persoon om de commissie-
De De Commissiecoör
werkzaamheden te coachen en te begeleiden en daarmee te waarborgen
H dat het werk gedaan kan worden volgens de binnen de stichting WZNH
afgesproken procedures en werkwijzen.
N Verantwoordelijkheden en taken
Z De commissiecoördinator is verantwoordelijk voor het optimaal laten
functioneren van de welstandscommissie maar is op geen enkele wijze
W betrokken bij of verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen
en de advisering door de welstandscommissie.
De commissiecoördinator coördineert de inhoudelijke en administratieve pro-
cedures binnen het advieswerk van de commissie. Hij/zij is aanspreekpunt
voor gemeentelijke plantoelichters en andere betrokkenen van de gemeente
én voor de commissieleden en is verantwoordelijk voor de uitvoering van al e
communicatie en correspondentie die op de commissie betrekking heeft.
De commissiecoördinator werkt nauw samen met al e betrokkenen en zorgt
voor een voortdurende en adequate afstemming in gemaakte afspraken, zorgt
bij incidentele afwezigheid van de voorzitter of één van de architectleden voor
een gekwalificeerde vervanger, werkt samen met de commissieleden aan de
50
continue implementatie van het beleid van WZNH en bewaakt dit.

De commissiecoördinator blijft op de hoogte van het beleid en de besluiten
van de stichting WZNH door het bijwonen van interne vergaderingen en
het lezen van alle relevante verslagen.
De commissiecoördinator maakt notulen over de beoordeling van aan
de commissie voorgelegde bouwplannen en over alle andere gespreks-

onderwerpen van de commissie, draagt zorg voor vaststelling, onderte-
dinator
kening en adequate verspreiding van de notulen en werkt in overleg met
Agenda
een van de commissieleden adviezen uit en zorgt voor juiste en tijdige
verspreiding.
Nieuwe welstandscommissie
De De Commissiecoör

De commissiecoördinator registreert al e ingebrachte (bouw)plannen, houdt
H
gegevens voor het jaarverslag bij, ondersteunt de opsteller hier actief in,
zorgt voor de facturering, legt wat betreft de organisatorische en bud-
N
gettaire aspecten verantwoording af aan de directeur van de stichting
en draagt zorg voor een goed toegankelijk archief per gemeente en per
Z
commissie binnen het bureau van de stichting WZNH.
W
De commissiecoördinator verzorgt en bewaakt samen met de voorzitter
de agenda en de orde van de vergadering, draagt zorg voor en stimuleert de
openbaarheid van de vergaderingen en maakt hiertoe ef ectieve afspraken.
De commissiecoördinator organiseert het jaarlijkse evaluatiegesprek met
de wethouders, bewaakt hierin gemaakte afspraken, verzorgt de jaarlijkse
excursie per commissie met alle betrokkenen. (zie paragraaf 5.5)
De commissiecoördinator stimuleert het werken met de beleidsnota, bewaakt
de procedures van het Reglement van Orde per gemeente, signaleert
ontwikkelingen en knelpunten bij de aangesloten gemeenten en in de
commissie en rapporteert dit tijdig bij WZNH.
51

2.8 Plantoelichter en adviseurs
Functievereisten
adviseurs
Burgemeester en wethouders wijzen een ambtelijk plantoelichter of ambtelijk
en
secretaris aan.
Agenda
Deze ondersteunt de welstandscommissie op zodanig wijze, dat deze
optimaal kan functioneren bij de uitoefening van haar taken als onafhankelijk
Nieuwe welstandscommissie
adviesorgaan van het gemeentebestuur. De plantoelichter is een gemeen-
De De Plantoelichter
telijke ambtenaar die functioneert in de sfeer van bouw- en woningtoe-
H zicht en het bouwvergunningenbeleid, heeft de ervaring en deskundigheid
om bouwplannen voor een commissie van deskundigen toe te lichten en
N is verantwoordelijk voor de aanlevering van dossiers voor de welstands-
commissie
Z
Verantwoordelijkheden en taken
W De plantoelichter is mede verantwoordelijk voor het optimaal laten functio-
neren van de welstandscommissie maar is op geen enkele wijze betrok-
ken bij of verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de
advisering
.
door de welstandscommissie.
De plantoelichter zorgt, samen met de commissiecoördinator, voor het
opstellen van de agenda, voor het aanleveren van een digitaal overzicht
van de te behandelen bouwplannen, met de daarbij horende relevante
administratieve gegevens, is aanwezig bij alle vergaderingen van de wel-
standscommissie, fungeert als dagelijks aanspreekpunt van de commis-
sie en onderhoudt de contacten met de ambtelijke diensten (met name
bouwtoezicht en stedenbouw).
De plantoelichter zorgt voor volledige dossiers en controleert of de bouw-
52
plannen (inclusief de bouwplannen die worden aangeboden voor voor-

overleg) zijn voorzien van de voor de welstandsbeoordeling benodigde
bescheiden, zoals omschreven in het `Besluit indieningsvereisten' als
bedoeld in artikel 40 a van de Woningwet. (zie paragraaf 3.6)
De plantoelichter draagt er zorg voor dat alleen bouwplannen waarvan
de planologische aanvaardbaarheid in principe vaststaat en die niet om
andere redenen moeten worden geweigerd, voor advies aan de wel-
adviseurs
standscommissie worden voorgelegd.
en
Agenda
De plantoelichter bereidt de behandeling van bouwplannen voor door
Nieuwe welstandscommissie
relevante beleidsnota's aan de orde te stellen en relevante passages uit
De De Plantoelichter
bestemmingsplannen, beeldkwaliteitplannen en welstandsbeleidsnota's
H
te verzamelen. Hij/zij informeert de commissie over de eventuele status
van een bouwplan, als wijziging van een geregistreerd monument, of als
N
ingreep in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Een daarover uitge-
bracht advies van een monumentenadviescommissie of een hogere over-
Z
heid, wordt aan de commissie ter inzage voorgelegd.
W
De plantoelichter communiceert met de voorzitter en de commissieco-
ordinator over alle relevante informatie uit gemeentelijke diensten en het
lokale bestuur. Ook eventuele klachten van betrokkenen over planbehan-
delingen, uitgebrachte adviezen en procedures van de welstandscommis-
sie, worden tijdig aan de voorzitter en de commissiecoördinator bekend
gemaakt.
De plantoelichter informeert de commissie over een van het welstandsad-
vies afwijkend besluit van burgemeester en wethouders over een bouw-
vergunningaanvraag en over de argumentatie daarbij.
De plantoelichter verzamelt de kwantitatieve gegevens voor de rappor-
tage van burgemeester en wethouders en neemt deel aan het evaluatie-
53
overleg tussen het gemeentebestuur en de welstandscommissie.

De ideale plantoelichter
1. De plantoelichter zorgt ervoor dat de welstandscommissie in algemene
zin wordt geïnformeerd over wat er in de gemeente speelt.
­­De plantoelichter informeert de commissieleden over relevante lokale
discussies en politieke ontwikkelingen en over gewenste en ongewens-
te ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau
adviseurs
en

2. De plantoelichter zorgt ervoor dat de welstandscommissie bij elke
Agenda
planbehandeling alle relevante informatie over het bouwplan krijgt.
­­De plantoelichter levert volledige dossiers aan met alle relevante
Nieuwe welstandscommissie
informatie over de geschiedenis van de planbehandeling
De De Plantoelichter H ­­De plantoelichter informeert de commissie over de eventuele bijzondere
N status van een bouwplan en, indien het een monument betreft, over
het monumentenadvies
Z ­­De plantoelichter informeert de commissie over de planologische toets
over vergelijkbare eerdere adviezen, over vergelijkbare trendsetters en
W precedenten.
3. De plantoelichter zorgt ervoor dat bij de formele behandeling van een
bouwaanvraag minimaal aan de indieningsvereisten wordt voldaan.
­­De plantoelichter levert de dossiers aan volgens de indieningsvereisten
voor welstandstoetsing zoals omschreven in de AmvB
­­De plantoelichter levert foto's van de omgeving
4. De plantoelichter ondersteunt de commissie in het werken met de
welstandsnota en is verantwoordelijk voor het beheer van de nota als
gemeentelijk beleidsinstrument.
­­De plantoelichter zoekt vooraf uit op grond van welke welstandscriteria
het plan beoordeeld kan worden
­­De plantoelichter is kritisch ten aanzien van de helderheid en begrijpe-
54
lijkheid van het welstandsadvies en de argumentatie
­­De plantoelichter houdt overzicht over aanvullingen, evaluaties en aan

passingen van de nota en zorgt dat de commissie altijd beschikt over
een actuele nota.
5. De plantoelichter informeert de commissie over het overig relevante
beleid.
­­De plantoelichter informeert de commissie over beleidsstukken die als
aanvulling op de welstandsnota zijn vastgesteld door de gemeenteraad
adviseurs
en

Agenda
6. De plantoelichter zorgt voor een goede verwerking van de welstands-
adviezen binnen de gemeente en informeert de commissie als B&W
Nieuwe welstandscommissie
besluiten nemen die contrair het welstandsadvies zijn.
De De Plantoelichter
­­De plantoelichter zorgt ervoor dat B&W tijdig geïnformeerd worden over
welstandsadviezen (eventueel via de vergadernotulen)
H
­­De plantoelichter laat de commissie regelmatig weten hoe de adviezen
worden ontvangen in het ambtelijk apparaat en bij B&W
N
­­De plantoelichter laat de commissie altijd weten als B&W contrair gaat
Z
7. De plantoelichter is een schakel tussen de welstandscommissie en de
planindiener.
W
­­De plantoelichter zorgt dat de communicatie over welstandsbeleid en
welstandstoezicht aan het loket goed verloopt en dat planindieners
tijdig op de hoogte zijn van de welstandscriteria
­­De plantoelichter zorgt ervoor dat planindieners op de hoogte zijn van
het tijdstip van de planbehandeling en maakt zonodig afspraken met
planindieners die een toelichting willen geven
­­De plantoelichter informeert planindieners over de welstandsadviezen,
is daarbij loyaal aan de commissie
­­De plantoelichter brengt geen welstandsadviezen naar buiten die hij of
zij zelf niet kan uitleggen, daarmee gaat hij of zij eerst terug naar de
commissie
55

8. De plantoelichter levert een bijdrage aan de jaarlijkse excursie van de
welstandscommissie.
­­De plantoelichter organiseert voor de commissie een jaarlijkse excursie
die is bedoeld als studiedag, om de gemeente te leren kennen en om
`het effect van welstand' in de praktijk te aanschouwen
­­De plantoelichter maakt samen met de commissiecoördinator een pro-
adviseurs
gramma, waarbij in ieder geval een aantal bouwwerken wordt bezocht
en
waarover in de commissie veel discussie is geweest
Agenda
9. De plantoelichter levert een bijdrage aan de gemeentelijke welstands-
Nieuwe welstandscommissie
jaarverslagen.
De De Plantoelichter H ­­De plantoelichter levert op verzoek van de commissiecoördinator de
N kwantitatieve gegevens voor het jaarverslag van de commissie
­­De plantoelichter voorziet de commissiecoördinator van digitaal beeld-
Z materiaal voor het jaarverslag
­­De plantoelichter zorgt voor of is betrokken bij het opstellen van het
W jaarverslag van B&W en informeert de commissie hierover
­­De plantoelichter informeert de commissie over de discussie in de raad
naar aanleiding van de jaarverslagen
­­De plantoelichter zorgt dat de wethouder aanwezig is bij het jaarlijkse
evaluatiegesprek naar aanleiding van het jaarverslag van de commissie
10. De plantoelichter draagt zorg voor een representatieve vergaderruimte
met alle faciliteiten die de commissie nodig heeft.
­­De plantoelichter zorgt voor een ruime, aangename en representatieve
vergaderruimte
­­De plantoelichter zorgt voor plattegronden, luchtfoto's of een beeldbank
­­De plantoelichter zorgt dat de openbaarheid van het vergaderen opti-
maal is, door goede verwijzingen aan de balie en een `publieke tribune'
in de vergaderruimte
56
­­De plantoelichter zorgt voor werk- en opslagruimte voor de commis-
siecoördinator

Adviseurs
Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanlei-
ding geeft, kunnen burgemeester en wethouders en de welstandscommissie
in overleg treden over de mogelijkheid om, op ad hoc of permanente basis,
specifieke deskundigen als adviseur van de commissie te raadplegen.
De adviseur is geen lid van de commissie maar wordt voorafgaand aan de
beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te
adviseurs
en

geven. De adviseur neemt geen deel aan de beraadslaging en heeft geen
Agenda
stem in de eindbeoordeling.
De adviseur is op geen enkele wijze betrokken bij, of verantwoordelijk voor de
Nieuwe welstandscommissie
inhoud van de beraadslagingen en de advisering door de welstandscommissie.
De De Plantoelichter
De aanwezigheid van een adviseur wordt altijd vermeld in de vergadernotulen.
H
N
Z
W
57

adviseurs
en

Agenda
Nieuwe welstandscommissie
De De Plantoelichter
HNZW
58

2.9 Conflicthantering
Conflict
In het welstandsadvieswerk kunnen zich conflicten voordoen, zowel
inhoudelijk als procedureel, tussen commissieleden, adviseurs, toelichters
Agenda
en coördinatoren onderling, met het gemeentebestuur of met indieners,
opdrachtgevers, architecten, enzovoort.
Nieuwe welstandscommissie
In dit verband voert het te ver elk van deze mogelijke situaties uitvoerig
De De Conflicthantering
te beschrijven. De aanpak van een conflict is in veel gevallen het best
H
gediend met een zo oorspronkelijk mogelijke reactie van de betrokkenen,
zonder teveel spelregels vooraf.
N
Er zijn echter een aantal afspraken die altijd aan de orde zijn.
Z
Afspraken
Verantwoordelijk voor de signalering, analyse en aanpak van problemen
W
en (potentiële) conflicten is de voorzitter. Mogelijke conflicten moeten door
alle betrokkenen gemeld worden aan de voorzitter.
In geval van procedurele conflicten dient altijd te worden teruggevallen
op (in volgorde): de wet, het contract van de gemeente met WZNH, het
Reglement van Orde en de welstandsnota.
In geval van (potentiële) conflicten is een uitvoerige verslaglegging hiervan
cruciaal. Voorzitter en commissiecoördinator zijn hiervoor verantwoordelijk.
In geval van (potentiële) conflicten is altijd minimaal een bij het welstands-
toezicht betrokken derde aanwezig (commissielid of coördinator).
59

Indien een (potentieel) conflict de normale orde van de commissieverga-
dering overstijgt wordt dit gemeld bij de wethouder(s) van de betreffende
gemeente(n).
Bij conflicten dienen commissieleden zich te realiseren dat zij functioneren
onder supervisie en in contractuele verhouding met de Stichting WZNH.
Dit impliceert tenminste dat de directeur van WZNH direct over conflic-
ten geïnformeerd wordt, zodat deze daarin zijn verantwoordelijkheid kan
Agenda
effectueren.

Nieuwe welstandscommissie
De De Conflicthantering
HNZW
60

2.10 Communicatie
Commissiecoördinator
De commissiecoördinator is verantwoordelijk voor een openhartige en
stimulerende communicatie tussen de commissie en het bureau van de
Agenda
stichting WZNH.
Nieuwe welstandscommissie
Commissieledenoverleg
De De Communicatie
Tenminste vier keer per jaar organiseert het bureau van de stichting WZNH
H
het zogenaamde commissieledenoverleg, waarin al erlei zaken uit de praktijk
van het commissiewerk en de ontwikkeling van de stichting WZNH aan
N
de orde komen; commissieleden worden geacht daarbij aanwezig te zijn.
Twee maal per jaar vindt een grote bijeenkomst plaats met betrokkenen
Z
bij het werk van de stichting WZNH: in het voorjaar een openbare
bestuursvergadering en in het najaar het zogenaamde voorzittersoverleg:
W
een overleg tussen het bestuur van de stichting en de voorzitters van de
commissies, waarin verslag wordt gedaan van de voortgang van het wel-
standsadvieswerk. Commissieleden worden geacht daarbij aanwezig te zijn.
Functioneringsgesprek
In de maanden januari en februari vindt in alle commissies een functio-
neringsgesprek plaats met de directeur van de stichting WZNH. Om dat
gesprek voor te bereiden wordt bij betrokken ambtelijke diensten geïn-
formeerd naar hun waardering voor het welstandsadvieswerk en voor het
functioneren van de commissie(-leden).
Evaluatiegesprekken
In de maanden september tot december vinden evaluatiegesprekken plaats
61
tussen de commissies en de portefeuillehouders van de deelnemende

gemeenten. In dit overleg wordt vooral gesproken over het jaarverslag dat de
commissie in het voorjaar aanbiedt aan de gemeenteraad. In principe is de
directeur van de Stichting WZNH bij deze evaluatiegesprekken aanwezig.
Goede verhoudingen
De voorzitter van de commissie is eerst verantwoordelijke voor goede
verhoudingen tussen commissieleden onderling en tussen commissie en
aangesloten gemeenten. De voorzitter doet er alles aan om op tijd pro-
Agenda
blemen te signaleren en ze op te lossen. Daarbij kan steeds de hulp wor-
den ingeroepen van het bureau van de stichting WZNH, met name van
Nieuwe welstandscommissie
de commissiecoördinator en eventueel van de directeur van de stichting.
De De Communicatie H De commissieleden zijn samen verantwoordelijk voor hun onderlinge relaties.
Zij dienen elkaar zorgvuldig, col egiaal en professioneel te benaderen, elkaar
N niet in het bijzijn van buitenstaanders af te valen of tegen te spreken en niet
tegelijkertijd, door elkaar het woord te voeren. Tijdens de bespreking van bouw-
Z plannen stelt de voorzitter zich terughoudend op, hij bewaakt de orde van het
gesprek, ziet toe op de vol edigheid van de argumentatie en vat samen.
W
Perscontacten
Over bijzondere ontwikkelingen, over contacten met de pers of met
gemeentebesturen, over bijzondere controversiële projecten, over bijzon-
dere initiatieven van de commissie of over opdrachten in een aangesloten
gemeente aan een commissielid, dient altijd overleg plaats te vinden met
en is goedkeuring nodig van de directeur van de stichting WZNH.
Bij een gesprek met de pers is altijd een bij het welstandstoezicht betrok-
ken derde aanwezig. Een gesprek met de pers wordt door het commis-
sielid vooraf gemeld bij de wethouder(s) van de betreffende gemeente(n)
en bij de directeur van WZNH.
62

De commissie-
vergadering
3.1 Openbaarheid en ontvangst bezoekers
3.2 Vergaderstructuur
3.3 Bespreekagenda per bouwplan
3.4 Werken met de nota
3.5 Notuleren van de vergadering
3.6 Indieningsvereisten
3.7 Efficiency

3.1 Openbaarheid en ontvangst bezoekers
bezoekers
Algemeen
ontvangst
De welstandscommissie vergadert in het openbaar (zie bijlage 1 art. 12b
en
lid 2). Dit geldt in ieder geval voor de wettelijke taak, namelijk het adviseren
Agenda
over bouwvergunningaanvragen.
Openbaarheid wordt door de gemeente geregeld in de Bouwverordening
Nieuwe commissievergadering
en het daaraan gekoppelde Reglement van Orde. Overige activiteiten van
De De Openbaarheid
de welstandscommissie (zoals de advisering over principeaanvragen of
H het uitbrengen van adviezen over bestemmingsplannen) kunnen desge-
wenst in een niet-openbaar voor- of na-overleg plaatsvinden.
N Vergaderomstandigheden
Z In verband met de voorgeschreven openbaarheid van de vergadering
moeten aan de vergaderruimte eisen gesteld worden. De vergaderruimte
W moet aan een openbaar toegankelijk deel van het gemeentekantoor gele-
gen zijn. Er is in de hal van het gemeentekantoor een duidelijke verwijzing
naar de vergadering. De baliemedewerker is op de hoogte van plaats en
agenda van de vergadering.
Belangstellenden moeten de vergadering van de welstandscommissie
kunnen bijwonen op een publieke tribune. Openbaar vergaderen betekent
dat tijdens het openbare deel van de vergadering bezoekers niet op de
gang hoeven te wachten.
Openbare behandeling van bouwvergunningaanvragen
De behandeling van bouwvergunningaanvragen door de welstandscom-
missie dan wel door een gemandateerd lid van de commissie is openbaar
tenzij de planindiener, burgemeester en wethouders of de welstandscom-
64
missie van mening zijn dat er op grond van artikel 10 van de Wet open-

baarheid van bestuur klemmende redenen zijn voor geheimhouding.
De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen als voor het for-
muleren van de conclusie c.q. het welstandsadvies. Goedgekeurde notu-
len van de behandeling van bouwvergunningaanvragen zijn openbaar en
bezoekers
kunnen worden ingezien.
De voorzitter heeft tot taak te zorgen dat alle bezoekers zich op hun
gemak voelen, snappen hoe de vergadering in z'n werk gaat en wat hun
ontvangst
`rechten en plichten' zijn.
en
Agenda
Bekendmaking van de agenda
Nieuwe commissievergadering
De data, het tijdstip en de locatie van de welstandsvergaderingen worden
De De Openbaarheid
in principe door de gemeente ter kennis gesteld van de lokale pers.
H
De welstandscommissie kan een aantal dagen voorafgaand aan de ver-
gaderingen van de commissie via bijvoorbeeld de lokale pers of de web-
N
site van de gemeente, de agenda van de vergadering bekend maken.
Hierbij kan worden aangegeven waar eventuele bijbehorende dossiers
Z
ter inzage liggen.
W
Spreekrecht voor belanghebbenden
Belanghebbenden in de zin van artikel 1.2 van de Algemene wet bestuurs-
recht kunnen voor het begin van de vergadering spreektijd aanvragen bij
de voorzitter. De voorzitter stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale
spreektijd van eenieder vast. Spreektijd kan slechts worden gebruikt
voor het geven van een visie op de welstandsaspecten van het plan. Een
belangenafweging of beoordeling, anders dan op basis van de vastge-
stelde welstandscriteria vindt niet plaats tijdens de welstandsbeoordeling.
Belangstellenden, anders dan belanghebbenden, hebben in beginsel
geen spreek- of vraagrecht, dit geldt ook voor de pers.
65

Plantoelichting door indiener en/of ontwerper
Als een planindiener en/of ontwerper hierom bij het indienen van het plan
heeft verzocht, wordt deze door de gemeente uitgenodigd voor het geven
van een toelichting tijdens de vergadering waarin het plan wordt behandeld.
bezoekers
Ook als de welstandscommissie een nadere toelichting gewenst acht,
wordt de planindiener en/of de ontwerper door de gemeente uitgenodigd
ontvangst
voor het geven van een toelichting tijdens de vergadering waarin het plan
en
wordt behandeld.
Agenda
Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilo-
sofie en op de gemaakte keuzes in relatie tot de welstandscriteria, door
Nieuwe commissievergadering
planindiener en/of ontwerper.
De De Openbaarheid H Bezoekersformulier
Om voortdurend te peilen of bezoekers tevreden zijn met hun bezoek aan
N de commissie en met de bespreking en beoordeling van hun bouwplan,
ontvangen alle bezoekers van de voorzitter een vragenformulier. Hierin
Z kunnen waardering, kritiek en suggesties kenbaar worden gemaakt aan
de stichting WZNH. Jaarlijks zullen ten behoeve van het jaarverslag de
W binnengekomen gegevens per commissie worden gerapporteerd aan de
commissieleden en het gemeentebestuur.
66

3.2 De vergaderstructuur

Vergadering
De welstandscommissie vergadert in principe tweemaal per maand, volgens
een jaarlijks vast te stellen vergaderrooster waarin ook de vergaderlocatie
Agenda
wordt vastgelegd.
De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien tenminste
Nieuwe commissievergadering vergaderstructuur
drie leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn, waarvan tenminste twee
De De De
architectleden.
H
Vergaderprotocol
N
De vergadering van de welstandscommissie verloopt volgens een vast
protocol.
Z
Het wettelijke principe van de openbaarheid van de vergadering richt zich
op het gedeelte van de vergadering waarin bouwvergunningaanvragen
W
worden behandeld.
In elk geval omvat het openbare gedeelte van de vergadering:
­­Opening door de voorzitter.
­­Eventueel welkom en uitleg aan bezoekers op de publieke tribune.
­­Verslag van de gemandateerde werkzaamheden die onder de
openbaarheid vallen.
­­Behandeling van bouwvergunningaanvragen.
­­Sluiting.
In de vergaderagenda kan een niet-openbaar gedeelte worden ingevoegd,
bijvoorbeeld voor evaluerende besprekingen of voor vooroverleg dat op ver-
zoek van betrokkenen een vertrouwelijk karakter moet hebben. Dit gedeelte
van de vergadering kan voor, of na afloop van het openbare gedeelte worden
67
afgewerkt. Hierin is in elk geval plaats voor de volgende agendapunten:

­­Vaststelling van de notulen
­­Verslag van gemandateerde werkzaamheden die niet onder de
openbaarheid vallen
­­Behandeling van principeaanvragen
­­Behandeling van ruimtelijke plannen en andere beleidsnota's
­­Overige taken en activiteiten van de welstandscommissie
­­Keuze voor een nominatie van een `plan van de maand'
­­Evaluatie van de vergadering en punten voor het jaarverslag
Agenda
Aan het einde van de vergadering is het van belang om kort terug te blikken
Nieuwe commissievergadering vergaderstructuur
op belangrijke thema's en onderwerpen die aan de orde zijn geweest en
De De De
die wellicht een plaats zouden moeten krijgen in het jaarverslag.
H In commissies waarin dossiers van verschillende gemeenten worden
behandeld, is het noodzakelijk om een duidelijk onderscheid te maken
N per te behandelen gemeente.
Z
W
68

3.3 Bespreekagenda per bouwplan
Algemene agenda voor planbehandeling
bouwplan
Elke planbehandeling vindt plaats volgens een vaste bespreekagenda
per
waarbij onderscheid dient te worden gemaakt in de informatie-fase, de
Agenda
beraadslaging en de beoordeling.
eekagenda
Nieuwe commissievergadering
Informatiefase
De De Bespr
De informatiefase begint met de eventuele ontvangst van de opdrachtgever
H
en/of ontwerper en een uitleg van de gang van zaken door de voorzitter.
Daarna wordt het plan geïntroduceerd door de ambtelijk plantoelichter,
N
kan de opdrachtgever en/of de ontwerper een korte toelichting geven op
het planconcept en op de gemaakte keuzes in relatie tot de welstands-
Z
criteria, en kunnen eventuele adviseurs van de welstandscommissie worden
gehoord. De informatiefase wordt afgesloten met gelegenheid voor vragen
W
door de commissieleden.
De bedoeling van de informatiefase is om duidelijkheid te krijgen over de
inhoudelijke en procedurele achtergronden van het plan. Er moet in ieder
geval duidelijkheid zijn over de volgende vragen:
­­Is er sprake van een bouwvergunningaanvraag of een vooroverleg?
­­Is er voldoende informatie om het plan te bespreken? (bij bouwvergun-
ningaanvragen minimaal de indieningsvereisten).
­­Is het plan al eerder aan de orde geweest en wat waren toen de bevin-
dingen? Belangrijk hierbij is, dat de welstandscommissie niet zonder
goede redenen geheel nieuwe inzichten toe kan voegen aan eerdere
bespreekpunten en oordelen.
­­Is het plan in overeenstemming met het bestemmingsplan of is er spra-
69
ke van een afwijking en in dat geval, op welke gronden wil het

gemeentebestuur medewerking verlenen?
­­Is er aanvullend beleid van toepassing op dit bouwplan, bijvoorbeeld
vanuit het monumentenbeleid of landschapsinrichting.
Beraadslagingsfase
bouwplan
De beraadslaging begint met het vaststellen van welke welstandscriteria
per
uit de welstandsbeleidsnota van toepassing zijn en op welke manier deze
worden behandeld. In notulen c.q. het schriftelijke advies wordt dit altijd
Agenda
vastgelegd onder het kopje `beoordelingskader'.
eekagenda
Tijdens de beraadslagingsfase zijn alleen de commissieleden aan het
Nieuwe commissievergadering
woord waarbij de voorzitter elk commissielid in de gelegenheid stelt zijn
De De Bespr
of haar mening voldoende te uiten.
H Het plan wordt besproken aan de hand van de vier `klassieke' bespreek-
punten: ligging, massa, detaillering en materiaal. Dit betekent altijd een
N bespreking van grof naar fijn, van grote schaal naar kleine schaal en in
volgorde van belangrijkheid.
Z
Beoordelingsfase
W De beoordeling begint met het formuleren van de conclusies en de moti-
vering hiervan. Eventueel kan een formele stemming plaatsvinden. De
voorzitter wijst, indien daar door de commissieleden in hun beoordeling
onvoldoende naar wordt verwezen, de commissieleden op de toe te
passen beoordelingscriteria uit de vigerende welstandsbeleidsnota. De
beoordeling wordt afgesloten met een samenvatting van het uit te bren-
gen advies door de voorzitter of één van de architect-leden, als basis
voor de notulen en het eventuele schriftelijke advies.
Onderzoek ter plaatse
De welstandscommissie kan een onderzoek ter plaatse instellen, indien
zij bij de beoordeling van een bouwplan van oordeel is dat dit onderzoek
redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is.
70

3.4 Werken met de welstandsnota
De welstandsnota
Met de herziening van de Woningwet in 2003 is beoogd om het wel-
welstandsnota
standstoezicht te moderniseren en controleerbaar te maken. Meer open-
Agenda
de
heid en duidelijkheid vooraf zijn de doelen geweest van het introduceren
met
van een nieuw artikel 12a, dat bepaalt dat een welstandsbeoordeling
Nieuwe commissievergadering
alleen nog kan worden gebaseerd op een door de gemeenteraad vastge-
erken
De De W
stelde welstandsnota.
H
Door het vastleggen van de beleidsuitgangspunten in de vorm van een
N
welstandsnota, kan de gemeente een meer klantgerichte en controleerbare
basis leggen voor de kwalitatieve beoordeling door de welstandscommissie.
Z
Initiatiefnemers, ontwerpers en belanghebbenden kunnen met de welstands-
nota vooraf worden geïnformeerd over de criteria die bij de beoordeling van
W
een bouwplan door de welstandscommissie zul en worden toegepast.
De welstandsnota geeft de gemeente de gelegenheid stedenbouwkundige,
landschappelijke, cultuurhistorische, architectonische en maatschappelijke
waarden in bepaalde gebieden te benoemen. Op grond van deze kennis
wordt het oordeel van de welstandscommissie meer gebiedsspecifiek ingeka-
derd. Door deze vastlegging kunnen belangrijke karakteristieken van gebieden
beter en meer bewust worden beschermd.
Verschillende welstandscriteria
Het belangrijkste deel van de welstandsnota wordt gevormd door de
welstandscriteria voor specifieke gebieden en specifieke objecten. Per
gebied of object wordt een beschrijving en een beoordeling gegeven van
de ruimtelijke karakteristieken, het gekozen welstandsniveau en de hierbij
71
van toepassing zijnde gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria.

Hieraan voorafgaand worden in de meeste welstandsnota's de algemene
welstandscriteria beschreven die gelden als uitgangspunt voor iedere wel-
standsbeoordeling.
Een apart hoofdstuk van de welstandsnota is gewijd aan de zogenaamde
sneltoetscriteria voor de ambtelijke toets van veel voorkomende kleine
bouwplannen.
welstandsnota
Agenda
de
Tot slot zijn er korte, meer procedurele hoofdstukjes voor de werkwijze bij
met
grote (her)ontwikkelingsprojecten en voor de toepassing van de exces-
Nieuwe commissievergadering erken
senregeling.
De De W H De welstandsnota is voor veel gemeenten en welstandscommissies een
nieuw instrument. Om die reden is de betekenis en reikwijdte van dit
N instrument nog moeilijk vast te stellen. Wel is het instrument inmiddels,
door het voor veel gemeenten afgeronde vaststellingstraject, nadrukkelijk
Z op de ambtelijke en bestuurlijke agenda geweest. Nu dient het werk in
de commissies ter hand te worden genomen om het in te bedden in de
W praktijk van de welstandsadvisering. Hiertoe dienen enkele spelregels te
worden nageleefd.
Gebruik van de welstandsnota
In de vergadering van de commissie dient van elke gemeente de vige-
rende welstandsnota aanwezig te zijn plus eventuele andere relevante
beleidsstukken, zoals beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige pro-
gramma's van eisen en dergelijke. Duidelijk moet zijn wat de status is van
de diverse beleidsstukken: de welstandscommissie mag haar eindoordeel
alléén baseren op door de raad vastgestelde welstandscriteria.
Het werken met de nota is een verantwoordelijkheid van de voorzitter.
De voorzitter initieert het tot stand komen van een helder protocol over
72
methode van gebruik.

In de notulen van de vergadering wordt per bouwplan aangegeven in
welk gebied het bouwplan is gelegen en welke gebiedstypering (bijzonder
of regulier) aan de orde is. Daarnaast worden de van toepassing zijnde
criteria benoemd, zeker indien het een negatieve beoordeling betreft.
Het commissielid dat de schriftelijke adviezen vervaardigt, gebruikt de nota
om de van toepassing zijnde criteria te benoemen en baseert uitsluitend
welstandsnota
hierop het oordeel van de commissie.
Agenda
de
met
De gemeentelijke plantoelichter kan een rol spelen bij de voorbereiding
Nieuwe commissievergadering
van te behandelen dossiers, door relevante beleidsaspecten te verzame-
erken
De De W
len, waaronder de van toepassing zijnde welstandscriteria uit de nota.
H
De commissie mag echter niet uitsluitend afgaan op de door de gemeen-
N
telijke plantoelichter vastgestelde toepasbaarheid van de criteria. De
commissie dient zich altijd zelf te vergewissen van de mate waarin en de
Z
manier waarop criteria van toepassing zijn.
W
Commissieleden dienen zich voortdurend te realiseren dat de juridische
houdbaarheid van adviezen bepaald wordt door de mate waarin en de
manier waarop het welstandsadvies is gebaseerd op de nota.
Commissieleden dienen goed op de hoogte te zijn van de hiërarchische
opbouw van beleidsadviezen (zie ook de relatie met bestemmingsplan-
nen, paragraaf 4.4).
Een commissielid wordt aangewezen om tijdens de vergadering in een
exemplaar van de nota revisieaantekeningen bij te houden en opmerkin-
gen vast te leggen ten behoeve van het jaarverslag. Dit laatste kan ook
als onderdeel van de algemene notulen worden opgenomen.
73

3.5 Notuleren van de vergadering
Deugdelijkheid en inhoud
vergadering
De welstandscommissie is verantwoordelijk voor de deugdelijkheid en de
de
inhoud van de welstandsadviezen. De welstandscommissie dient te kunnen
Agenda
van
aantonen dat het advies op die twee punten zorgvuldig is. De overwegin-
en
gen van de commissie zijn onmogelijk af te zien aan een akkoordstempel
Nieuwe commissievergadering
op een tekening. Vergadernotulen geven inzicht in de verschillende stadia
De De Notuler
van de beoordeling en de welstandscriteria die daarbij aan de orde zijn
H geweest. Daarmee dragen de notulen bij aan de consistentie van de
beoordelingen.
N Evalueerbare verslaglegging
Z De welstandscommissie moet er voor zorgen dat de advisering evalueerbaar
is. Elke commissie moet in haar jaarverslag aangeven hoe zij de door de
W gemeenteraad vastgestelde welstandscriteria heeft toegepast. De notulen
moeten wat dit betreft een naslagwerk vormen.
Begrijpelijkheid
De welstandscommissie moet er voor zorgen dat het welstandstoezicht
begrijpelijk is, dat buitenstaanders het belang ervan inzien zodat er
bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak voor is en blijft. Met goede ver-
gadernotulen laat je zien hoe de welstandscommissie oordeelt, wat de
overwegingen zijn en waarom plannen worden goedgekeurd of
afgekeurd.
74

Structuur en inhoud van de notulen
De notulen bevatten de samengevatte welstandsadviezen over aan de
commissie voorgelegde bouwplannen (zowel de formele bouwvergun-
ningaanvragen als de principeaanvragen).
De notulen bevatten tevens een verslag van alle andere gespreksonder-
werpen van de welstandscommissie.
De notulen worden gesplitst in het gedeelte betreffende de openbare
vergadering
behandeling van formele vergunningaanvragen en het gedeelte betref ende
de
Agenda
de niet-openbare behandelingen en gespreksonderwerpen.
van
en

Nieuwe commissievergadering
Welstandsadvies in de notulen
De De Notuler
Over een negatief advies wordt in principe altijd een schriftelijk advies
H
uitgebracht, tenzij de gemeentelijke toelichter uitdrukkelijk verklaart dat dit
niet nodig is. Indien men zich alsdan beperkt tot opname van het advies
N
in de notulen, dan bestaat dat advies tenminste uit:
­­Een beknopte karakteristiek van het bouwplan.
Z
­­Indien van toepassing: kort chronologisch overzicht van eerdere plan-
beoordelingen.
W
­­Indien van toepassing: een beknopt verslag van een plantoelichting
door de planindieners en/of de ontwerper.
­­Een verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste welstandscriteria.
­­Procedurele afspraken
­­Het advies van de welstandscommissie.
Bij positieve advisering kan een expliciete motivering in eerste instantie
achterwege blijven, tenzij burgemeester en wethouders daarom verzoeken
of als er een bezwaar tegen het bouwplan wordt ingediend. Een positief
advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd als er sprake is van een bijzon-
dere situatie waarbij wordt geadviseerd om een plan, in afwijking van de
van toepassing zijnde gebiedsgerichte c.q. objectgerichte welstandscrite-
ria, op basis van de algemene welstandscriteria goed te keuren.
75


vergadering
de

Agenda
van
en

Nieuwe commissievergadering
De De Notuler
HNZW
76

Afspraken
De commissiecoördinator maakt de notulen van de vergadering van de
plenaire commissie. In deze notulen worden opgenomen de besluiten
van de gemandateerde commissieleden ter zake van de goedgekeurde
bouwplannen. In overleg met de voorzitter stelt de commissiecoördina-
tor vast op welke wijze en door wie de inhoud van de notulen worden
gecontroleerd en wanneer de notulen worden vastgesteld.
vergadering
De commissiecoördinator zendt de goedgekeurde notulen binnen 20 dagen
de
Agenda
na de vergadering ter kennisname aan burgemeester en wethouders.
van
en

Nieuwe commissievergadering
De De Notuler
HNZW
77

3.6 Indieningsvereisten
Plandocumentatie
Welstandscommissies worden geacht een oordeel te geven over bouw-
eisten
vergunningaanvragen. Het bouwplan waarvoor een bouwvergunning wordt
Agenda
aangevraagd dient goed gedocumenteerd aan de welstandscommissie
te worden voorgelegd. In welstandscommissievergaderingen blijkt dat
Nieuwe commissievergadering
lang niet alle bouwtoezichtambtenaren aan het loket van bouw- en
De De Indieningsver
woningtoezicht duidelijk zijn over dit principe.
H Heel vaak ontbreken tekeningen en het tekenwerk is vaak klungelig en
beneden de maat.
N Ook foto's van de omgeving en tekeningen van de belendende percelen
zijn vaak niet beschikbaar. Gelukkig is er inmiddels een wettelijk besluit
Z `Indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning'. Voortaan moet de wel-
standscommissie een bouwvergunningaanvraag met onvoldoende docu-
W mentatie gewoon naast zich neerleggen.
Het gaat om het Besluit Indieningsvereisten dd. 13 juli 2002 als uitwerking van
de art. 40a en 57, tweede en derde lid van de Woningwet. Het nieuwe
Besluit Indieningsvereisten is een omvangrijk en gedetailleerd document
geworden, waaruit blijkt hoe specialistisch en gedetailleerd de wettelijke
eisen zijn die gesteld worden aan de voorbereiding van bouwwerken en
aan het gemeentelijke bouwtoezicht.
Maar de indieningsvereisten voor de welstandsbeoordeling zijn overzichtelijk
gebleven en liggen eigenlijk nogal voor de hand. Ze zijn niet anders dan
wat in het verleden altijd al als wenselijke documentatie door commissie-
leden aan de plantoelichter werd gevraagd.
Het is aan de gemeente om ervoor te zorgen dat de welstandscommissie,
naast de wettelijke vereisten die nu of icieel deel uitmaken van de Woningwet,
78
ook gebruik kan maken van relevante informatie uit een bestemmings-

plan of beeldkwaliteitplan of van luchtfoto's. De welstandscommissie kan
de plantoelichter hierom verzoeken.
Volledige tekst indieningsvereisten
Via internet is met de trefwoorden `woningwet' en `indieningsvereisten'
de complete tekst in 40 pagina's te downloaden. Die tekst is uitvoerig
omdat het niet alleen gaat om de indieningsvereisten voor de beoordeling
door de welstandscommissie, maar ook voor de bestemmingsplantoets,
eisten
Agenda
de toetsing aan het Bouwbesluit en de gemeentelijke Bouwverordening,
en aan bijzondere vereisten waar de Woningwet naar verwijst zoals de
Nieuwe commissievergadering
milieuwetgeving, de kernenergiewet, de Wet Ziekenhuisvoorzieningen
De De Indieningsver
en de Monumentenwet.
H
Gegevens voor het welstandsoordeel
N
Voor het welstandsoordeel worden in hoofdstuk 1 art. 1.2.2 de volgende
gegevens en bescheiden verplicht gesteld:
Z
­­tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van
de belendende bebouwing;
W
­­detailtekeningen van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;
­­foto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing;
­­opgave van materiaal- en kleurgebruik van toe te passen bouwmaterialen.
Nadere eisen
In hoofdstuk 2 worden nadere details beschreven over de hiervoor
beschreven algemene indieningsvereisten. Het gaat dan om de schaal
van de tekeningen, de toepassing van NEN 47 voor de materiaal-aandui-
dingen en NEN 2302 voor de bouwkundige coderingen. In de toelichting
worden in hoofdstuk 3 onder art. 3.2.3 nog wat nadere specificaties
beschreven: in sommige gevallen kan een maquette gewenst zijn en er
kunnen materiaal- en kleurmonsters worden gevraagd.
79

Twee fasen behandeling
Het besluit over indieningsvereisten gaat ook in op de situatie dat een
bouwvergunning in twee fasen wordt ingediend en behandeld, maar de
vereisten voor de behandeling in de welstandscommissie veranderen
daar niet door. Dus ook de bespreking door de welstandscommissie van
een bouwplan in de eerste fase van een gefaseerde bouwvergunningaan-
vraag dient gedocumenteerd te zijn met de bovenstaande gegevens.
eisten
Agenda
Nieuwe commissievergadering
De De Indieningsver
HNZW
80

3.7 Efficiency
Kwaliteit en zorgvuldigheid
De stichting WZNH is voor wat betreft de financiële resultaten afhankelijk
van de efficiency en de productiviteit van de vergaderingen; het gaat dan
Agenda
om het aantal behandelde bouwplannen per uur. De voorzitter dient alert
te zijn op deze omstandigheid: zonder dat de kwaliteit en de zorgvuldigheid
Nieuwe commissievergadering
van de vergadering daaronder lijdt, dient met een zekere doeltreffendheid
ficiency
De De Ef
`vlot' te worden vergaderd, dat wil zeggen niet te lang debatteren over
H
ondergeschikte zaken!
Het aantal bezoekers per vergadering dient beperkt te blijven, in die
N
zin, dat de welstandscommissies zich niet moeten ontwikkelen tot een
adviesbureau voor slechte ontwerpers. Personen die een plan willen toe-
Z
lichten of een betwist advies willen bespreken dienen een bepaalde tijd
beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld maximaal een kwartier voor kleine
W
plannen, een half uur voor grote plannen en een uur voor plantoelichtingen
voor hele grote projecten. De voorzitter dient voortdurend de efficiency
en het tempo van de vergadering in de gaten te houden.
Slechts in uitzonderlijke gevallen (bij grote bouwplannen of bij heftige
controversen) is collegiaal ontwerpoverleg met de commissie denkbaar
en wenselijk.
Mandaat namens de welstandscommissie
De welstandscommissie kan, in overleg met de gemeente, één of meer
van haar leden schriftelijk mandateren om bepaalde taken uit te voeren. De
gemandateerde voert de taak uit onder verantwoordelijkheid en namens
de commissie, wat moet blijken uit bijvoorbeeld de ondertekening door
de voorzitter van de welstandscommissie en uit de verslaglegging van
81
de vergadering.

Mandaat voor kleine plannen
Eén van de taken die door de welstandscommissie aan één of meer van
haar leden kan worden gemandateerd, is het uitbrengen van het wel-
standsadvies voor bouwplannen van relatief geringe ruimtelijke betekenis
of van bouwplannen waar de mening van de welstandscommissie als
bekend mag worden verondersteld. Het is wenselijk om het mandaat te
beperken tot het geven van positieve adviezen. Plannen waarmee het
gemandateerde commissielid niet akkoord kan gaan, worden dan alsnog
Agenda
in de plenaire commissie behandeld. Het is ook denkbaar dat voorafgaand
aan de plenaire commissievergadering een gemandateerd commissielid
Nieuwe commissievergadering ficiency
spreekuur houdt voor bezoekers die over kleine plannen willen praten.
De De Ef
Een reguliere bouwvergunningaanvraag, waarbij een bezoeker aanwezig
H wenst te zijn, zou echter te allen tijde in de plenaire vergadering dienen
te worden behandeld.
N Mandaat voor vooroverleg
Z Een tweede taak die door de welstandscommissie aan één of meer van
haar leden kan worden gemandateerd is het voeren van vooroverleg met
W de planindieners en/of ontwerpers. Dit kan zelfstandig gebeuren dan wel
door deelname in een `kwaliteitsteam'. Bij het gemandateerd vooroverleg
moet altijd minstens eenmaal een welstandsbeoordeling door de plenaire
commissie plaatsvinden. Daarbij doet de gemandateerde verslag van wat
er tijdens het vooroverleg (namens de commissie) is besproken en besloten.
De commissie geeft daarna, binnen dit kader haar oordeel. Bij enige vorm
van twijfel legt de gemandateerde het betreffende bouwplan alsnog voor
aan de plenaire commissie.
82

Ambtelijk mandaat voor lichtvergunningplichtige bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen de ambtelijk plantoelichter of
ambtelijk secretaris mandateren om namens hen het welstandsoordeel
te geven voor licht-vergunningplichtige bouwwerken waarvoor in de wel-
standsnota ambtelijke toetsingscriteria zijn opgenomen.
Ook hier kan een beperkt mandaat voor positieve adviezen worden verstrekt.
Indien er sprake is van een bijzondere situatie of indien gerede twijfel bestaat
aan de toepasbaarheid van de ambtelijke toetsingscriteria legt de geman-
Agenda
dateerde ambtenaar het plan voor advies voor aan de welstandscommissie.
Het ambtelijk mandaat is nadrukkelijk een zaak van burgemeester en
Nieuwe commissievergadering
wethouders. Een ambtenaar kan nooit `namens de welstandscommissie'
ficiency
De De Ef
worden gemandateerd.
H

N
Z
W
83


Agenda
Nieuwe commissievergadering ficiency
De De Ef HNZW
84

4. Welstandsadviezen
4.1 Principe-aanvragen
4.2 Welstandsadvies
4.3 Status uitspraak welstandscommissie
4.4 De verhouding tussen bestemmingsplan
en welstandstoezicht
4.5 Toelichting op de algemene
welstandscriteria


4.1 Principe-aanvragen
Vooroverleg over principe-aanvragen
De gemeente biedt de mogelijkheid om, voorafgaand aan het indienen
van een bouwvergunningaanvraag, door middel van het indienen van een
Agenda
principe-aanvraag vooroverleg te plegen met de welstandscommissie dan
wel met een namens haar gemandateerd lid, over de interpretatie van de
Nieuwe elstandsadviezen
welstandscriteria in het concrete geval van het bouwplan.
De W Principe-aanvragen
Dit vooroverleg kan in principe pas starten nadat duidelijkheid bestaat
H over de planologische aanvaardbaarheid van het plan.
De welstandscommissie, dan wel het namens haar gemandateerd lid,
N draagt uiterste zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende
planfasen en voor de verslaglegging daarover.
Z Het vooroverleg vindt in principe niet plaats in het openbaar, tenzij de
planindiener, burgemeester en wethouders en de welstandscommissie
W van mening zijn dat openbare behandeling geen belangen schaadt en de
transparantie van het welstandstoezicht ten goede komt.
Van het vooroverleg wordt altijd verslag gemaakt, dat met de besproken
bescheiden wordt opgenomen in het dossier. De welstandscommissie,
dan wel het namens haar gemandateerde lid, geeft aan in welke fase het
plan werd beoordeeld en door wie en op welke wijze de bouwvergunningaan-
vraag uiteindelijk zal worden beoordeeld (door de plenaire commissie dan
wel door een namens haar gemandateerd lid).
Beëindiging van het vooroverleg na drie negatieve beoordelingen
Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoor-
deeld door de welstandscommissie, dan wel door het namens haar
gemandateerde lid, en er tijdens het proces geen noemenswaardige
86
vooruitgang wordt geconstateerd, zal de welstandscommissie het voor-

overleg beëindigen en in overleg met de ambtelijke dienst, contact opne-
men met de portefeuillehouder om de (politieke) consequenties hiervan te
bespreken.
Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan niet ten-
minste éénmaal (bijvoorbeeld de laatste maal) door de plenaire commissie
is beoordeeld.
Geldigheidstermijn van een principe-aanvraag
Agenda
Indien een principe-aanvraag niet binnen zes maanden na de laatste
beoordeling door de welstandscommissie, dan wel een namens haar
Nieuwe
gemandateerd lid, wordt gevolgd door een bouwvergunningaanvraag,
elstandsadviezen
De W Principe-aanvragen
wordt de welstandsbehandeling gesloten. Deze termijn geldt niet indien
H
de welstandscommissie en de planindiener schriftelijk een andere termijn
overeenkomen.
N
Z
W
87

4.2 Welstandsadvies
Redelijke eisen van welstand
Het welstandsadvies geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een
bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de
Agenda
omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, al dan niet in strijd
is met redelijke eisen van welstand, uitsluitend te beoordelen aan de hand
Nieuwe elstandsadviezen elstandsadvies
van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota.
De W W
Het welstandsadvies is niet gericht op zaken die geen betrekking hebben
H op het welstandstoezicht.
Het welstandsadvies kan worden gecombineerd met suggesties voor
N beleid of procedurele zaken die naar mening van de commissie in acht
genomen zouden moeten worden. Deze suggesties zijn vrijblijvend en
Z staan duidelijk los van de conclusie van het welstandsadvies zelf.
Het welstandsadvies mag nooit zodanig zijn geformuleerd dat één der
W betrokkenen zich daardoor beledigd of in goede naam of eer aangetast
kan voelen.
Het welstandsadvies is geadresseerd aan het gemeentebestuur i.c. de
portefeuillehouder in het college van burgemeester en wethouders.
Schriftelijke motivering
De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. .
Elk welstandsadvies bestaat uit:
­­een beknopte karakteristiek van het bouwplan en zijn omgeving,
­­indien van toepassing: kort chronologisch overzicht van eerdere plan-
beoordelingen,
­­indien van toepassing: een beknopt verslag van een plantoelichting
88
door de planindieners en/of de ontwerper,

­­een verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste welstandscriteria,
­­de bevindingen van de commissie,
­­het welstandsadvies en bij een negatief advies de motivering daarvan,
­­indien van toepassing: aanbevelingen of suggesties van de welstands-
commissie.
Akkoord
Als een plan akkoord wordt bevonden wil dat zeggen dat het plan naar
Agenda
de mening van de welstandscommissie volgens de van toepassing zijnde
welstandscriteria aan redelijke eisen van welstand voldoet.
Nieuwe elstandsadviezen elstandsadvies
De W W
Dit `positieve advies' behoeft in beginsel niet uitgebreid te worden gemo-
H
tiveerd. Volstaan kan worden met een stempeladvies of een zogenaamd
summier gemotiveerd advies, inhoudende dat het bouwwerk voldoet aan
N
redelijke eisen van welstand. Als burgemeester en wethouders daarom
verzoeken (bijvoorbeeld wanneer (derden) belanghebbenden bezwaar
Z
maken tegen het positieve advies) zal het advies alsnog van een (nadere)
motivering moeten worden voorzien. In veel gevallen zal daarbij moeten
W
worden ingegaan op een door (derden) belanghebbenden overgelegd
deskundig tegenadvies.
Een positief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd als er sprake is
van een bijzondere situatie waarbij wordt geadviseerd om een plan, in afwij-
king van de van toepassing zijnde gebiedsgerichte c.q. objectgerichte
welstandscriteria, op basis van de algemene welstandscriteria goed te
keuren.
Een positief advies kan worden gecombineerd met suggesties om het
plan op een (nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend
en staan duidelijk los van de conclusie van het welstandsadvies zelf.
89

Akkoord op hoofdlijnen
Dit advies wordt gebruikt bij principeplannen of pre-adviezen. Het houdt
in dat de commissie positief staat tegenover de ontwikkeling en de geko-
zen ontwerprichting. Het plan komt in een latere fase nog terug bij de
commissie.
Dit advies geeft de planindieners de (rechts)zekerheid dat hij in een later
stadium niet helemaal opnieuw wordt beoordeeld maar dat wordt door-
gepraat over de uitwerking van de nu voorgelegde principes.
Agenda
Niet akkoord
Nieuwe elstandsadviezen elstandsadvies
Als er naar de mening van de welstandscommissie volgens de van toe-
De W W
passing zijnde welstandscriteria ingrijpende wijzigingen in het planconcept
H of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn, concludeert de com-
missie dat het plan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand en volgt
N een gemotiveerd schriftelijk advies aan burgemeester en wethouders. Bij
ingrijpende wijzigingen denkt men aan ingrepen in de ligging, volume en
Z bouwmassa en de constructie. Het ligt voor de hand dat een eventueel
gewijzigd bouwplan opnieuw door de welstandscommissie wordt beoordeeld.
W Negatieve welstandsadviezen moeten altijd worden gemotiveerd op basis
van de welstandsnota.
Niet akkoord tenzij wordt voldaan aan de opmerkingen
Als de commissie het bouwplan zoals het is ingediend in strijd acht met
redelijke eisen van welstand, maar het plan door het aanbrengen van
ondergeschikte wijzigingen (bijvoorbeeld in materiaal, detaillering of gevel-
indeling) alsnog akkoord kan worden bevonden, dan lijkt het opnieuw
beoordelen van het bouwplan door de welstandscommissie niet noodzakelijk.
In dat geval kan de welstandscommissie in het welstandsadvies tot uitdruk-
king laten komen dat de commissie akkoord gaat indien het bouwplan
wordt gewijzigd conform de opmerkingen van de commissie. Daartoe zijn
twee formuleringen denkbaar, die juridisch echter verschillen: `akkoord
90
mits...' of `niet akkoord tenzij...'.

Vanuit juridisch oogpunt verdient de laatstgenoemde variant de voorkeur.
Met deze variant wordt namelijk ondubbelzinnig tot uitdrukking gebracht
dat ­ indien de aanvrager de door de commissie aangegeven wijzigingen
niet aanbrengt ­ het bouwplan juridisch geen positief welstandsoordeel
heeft gekregen. De bouwer handelt in dat geval zonder meer in strijd met
art. 44 lid a sub d Ww.
Zou gekozen worden voor de variant `akkoord mits...' dan kunnen pro-
blemen rijzen op het moment dat de aanvrager afziet van het aanbrengen
Agenda
van de wijzigingen en het aanbrengen van de wijzigingen evenmin door
burgemeester en wethouders middels een daartoe strekkende voorwaar-
Nieuwe
de aan de bouwvergunning is gekoppeld. Niet uit te sluiten valt dat het
elstandsadviezen elstandsadvies
De W W
afzien van het aanbrengen van de wijzigingen in dat geval niet kan leiden
H
tot de conclusie dat de bouwer handelt in strijd met art. 44 lid 1 sub d Ww.
Een juridische mogelijkheid om het aanbrengen van de wijzigingen alsnog
N
juridisch af te dwingen, ontbreekt in dat geval.

Z
Bij een `niet akkoord tenzij' advies krijgt het ingediende plan het stempel
`niet akkoord tenzij aan de opmerkingen van de welstandscommissie wordt
W
voldaan'. Dit stempel wordt ondertekend door of namens de commissie.
De opmerkingen worden nauwkeurig genotuleerd en de notulen worden
getekend door of namens de commissie. Hiermee is de beoordeling door
de welstandscommissie in principe afgerond.
De gemeente kan vervolgens de bouwvergunning verlenen onder voorwaar-
de dat de wijziging wordt doorgevoerd, ofwel de planindiener verzoeken
om een gewijzigde tekening in te dienen. Deze tekening wordt ambtelijk
getoetst aan de opmerkingen en hoeft bij positief resultaat niet terug naar
de welstandscommissie. Op verzoek van de gemeente kan een conform
de opmerkingen gewijzigde tekening natuurlijk wel opnieuw aan de wel-
standscommissie worden voorgelegd en van een getekend akkoordstempel
worden voorzien.
91

Aanhouden
De welstandscommissie kan een plan aanhouden als het naar het oor-
deel van de commissie niet beoordeeld kan worden omdat er te weinig
gegevens zijn. De planindiener wordt hierover via de gemeentelijke plan-
toelichter geïnformeerd.
Samengevat
AKKOORD: Plan heeft een definitief positief advies en komt niet terug in
Agenda
de commissie
AKKOORD OP HOOFDLIJNEN: Gebruikt bij principevoorstellen of
Nieuwe elstandsadviezen elstandsadvies
pre-adviezen. Commissie staat positief tegenover de ingeslagen weg.
De W W
Plan komt terug bij commissie.
H NIET AKKOORD: Plan heeft negatief advies en moet aangepast
terugkomen in commissie.
N NIET AKKOORD TENZIJ: Commissie gaat niet akkoord tenzij een
aantal noembare kleine aanpassingen worden gedaan. Plantoelichter
Z handelt dit zelf af. Plan komt niet meer terug in de commissie.
AANHOUDEN: Plan kan niet beoordeeld worden door een gebrek aan
W duidelijk materiaal of omdat de commissie een toelichting wenst van
de architect.
92

4.3 Status uitspraak welstandscommissie
Welstandsoordeel van burgemeester en wethouders
De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van de bouwvergunning
welstandscommissie
ligt bij burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoorde-
Agenda
lijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van
de in de welstandsnota opgenomen welstandscriteria.
uitspraak
Nieuwe
Burgemeester en wethouders vragen bij elke reguliere bouwvergunning-
elstandsadviezen
De W Status
aanvraag, met uitzondering van de plannen die op grond van de wel-
H
standsnota als welstandsvrij zijn aan te merken, advies aan de welstands-
commissie, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de bouwvergunning reeds op
N
een andere grond moet worden geweigerd.
Burgemeester en wethouders vergewissen zich er van dat het welstands-
Z
advies waarop zij hun welstandsoordeel baseren, naar inhoud en wijze
van totstandkoming deugdelijk is.
W
Afwijken op inhoudelijke grond
Burgemeester en wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van
het welstandsadvies indien zij tot het oordeel komen dat de welstands-
commissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd,
of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast.
Indien burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond tot een ander
oordeel komen dan de welstandscommissie, dan kunnen zij, voordat
het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen maar binnen de
daarvoor geldige afhandelingstermijn, een second opinion vragen aan de
speciaal daarvoor bestaande second-opinion-commissie van de Stichting
Welstandszorg Noord-Holland (zie paragraaf 5.4).
93

Indien burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van
het welstandsadvies wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de
bouwvergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op
de hoogte gesteld.
Afwijken van de welstandscriteria
Burgemeester en wethouders kunnen, op basis van artikel 4:48 van de
welstandscommissie
Algemene wet bestuursrecht en op advies van de welstandscommissie
Agenda
afwijken van de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen gebieds-
uitspraak
gerichte of objectgerichte welstandscriteria. Dit kan gebeuren bij plannen
Nieuwe elstandsadviezen
die niet voldoen aan deze welstandscriteria maar wél aan redelijke eisen
De W Status
van welstand, dit te beoordelen aan de hand van de algemene wel-
H standscriteria. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag
van de bouwvergunning gemotiveerd.
N Afwijken om andere redenen
Z Burgemeester en wethouders kunnen, op basis van artikel 44, lid 1d van
de Woningwet, de bouwvergunning verlenen ondanks strijdigheid van dat
W plan met redelijke eisen van welstand, indien zij van oordeel zijn dat daarvoor
andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard.
Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouw-
vergunning gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de
hoogte gesteld.
94

4.4 De verhouding tussen
bestemmingsplan en welstandstoezicht
Juridische status
welstandstoezicht
Belangrijk juridisch verschil tussen bestemmingsplan en welstandsnota is
en
dat het bestemmingsplan een algemeen verbindend voorschrift is terwijl
tussen
Agenda
de welstandsnota de status heeft van beleidsregels.
Nieuwe
verhouding
Bestemmingsplan:
elstandsadviezen
De W De bestemmingsplan
­­vaststelling door gemeenteraad, goedkeuring nodig van
H
Gedeputeerde Staten
­­inspraak verplicht, bezwaar en beroep tegen het plan mogelijk
N
­­bindend voor overheid en burgers
­­afwijken van het plan kan al een via met waarborgen omklede vrijstel ings-
Z
en wijzigingsprocedures
W
Welstandsnota:
­­vaststelling door gemeenteraad
­­inspraak verplicht, géén bezwaar en beroep tegen de nota mogelijk
­­bindend voor welstandscommissie
­­burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het beleid via
inherente afwijkingsbevoegdheid
­­burgemeester en wethouders kunnen afwijken van welstandsadvies
wegens andere belangen
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan is met veel meer
rechtswaarborgen omkleed dan die van de welstandsnota. Het maakt
daarom juridisch nogal wat uit of een bepaald aspect van een bouwwerk
in het bestemmingsplan of in de welstandsnota is geregeld. Verwacht
95
wordt dat er bij jurisprudentie n.a.v. de nieuwe Woningwet scherp zal

worden gekeken of gemeenten via de welstandsnota geen zaken regelen
die eigenlijk in het bestemmingsplan thuis horen (en zo dus de zwaardere
bestemmingsplanprocedures omzeilen). De welstandsnota is geen substi-
tuut voor een ontoereikende planologische regeling.
welstandstoezicht
Primaat van het bestemmingsplan
en
De bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt mogen niet via de
tussen
welstandstoets worden belemmerd.
Agenda
Naarmate het bestemmingsplan méér mogelijkheden biedt om een bouwwerk
te realiseren, zijn burgemeester en wethouders vrijer in hun welstands-
Nieuwe
verhouding
elstandsadviezen
beoordeling omdat deze minder snel zal leiden tot een belemmering van
De W De bestemmingsplan
de bouwmogelijkheden. Hoe gedetailleerder de bouwmogelijkheden zijn
H aangegeven, hoe dwingender ze zijn voor de welstandsbeoordeling.
N Onderscheid kan worden gemaakt tussen expliciete en impliciete bouw-
mogelijkheden. Expliciete bouwmogelijkheden worden met zoveel woorden
Z door het bestemmingsplan toegelaten en genormeerd en zijn voor de
welstandsbeoordeling een gegeven (bijvoorbeeld een maximale goot-
W hoogte). Impliciete bouwmogelijkheden worden niet genoemd of niet
genormeerd en daarbij kan de welstandsbeoordeling aanvullend werken
(tenzij bewust van die normering is afgezien). Ook dit weer met de kant-
tekening dat het welstandstoezicht niet als substituut voor een
(ontoereikende) planologische regeling kan worden ingezet.
Steeds geldt: als er overlapping optreedt tussen bestemmingsplan en
welstandsnota dan heeft de normering in het bestemmingsplan voorrang.
De aspecten en normeringen die reeds een rol hebben gespeeld bij de
planologische beoordeling, mogen niet nogmaals aan de orde komen
bij de welstandsbeoordeling. De welstandscommissie kan dan ook een
bouwplan niet beoordelen op grond van een stedenbouwkundig plan dat
96
is/wordt gebruikt bij een bestemmingsplanwijziging of -vrijstelling, omdat

een bouwwerk daaraan reeds getoetst is door burgemeester en wethouders
in het kader van artikel 44 sub c Ww. Ook een beeldkwaliteitplan dat reeds
gebruikt is bij de planologische toets, kan niet nogmaals worden gebruikt
bij de welstandsbeoordeling. Wel kunnen er, bijvoorbeeld als bijlage bij zo'n
plan, expliciete welstandscriteria worden vastgesteld door de gemeenteraad.
welstandstoezicht
Wat wordt geregeld in het bestemmingsplan en
en
wat hoort thuis in de welstandsnota?
tussen
Agenda
Vraag is welke aspecten van een bouwwerk thuis horen in het bestem-
mingsplan en welke in de welstandsnota. Een scherp onderscheid is van
Nieuwe
verhouding
belang omdat alleen zo duidelijk wordt wat de toegevoegde waarde van
elstandsadviezen
De W De bestemmingsplan
welstandstoezicht in relatie tot het bestemmingsplan is.
H
Bestemmingsplan:
N
­­regelt de planologische aspecten (functie en gebruik) via de bebouwings-
voorschriften
Z
­­normeert het ruimtebeslag van het bouwwerk
­­normeert de ligging, en wel de primaire plaatsing: de realisatie van een
W
bouwwerk op een bepaalde locatie
­­normeert de optimalisering of fixatie van expliciet gemaakte bijzondere
waarden (inclusief welstandsaspecten!)
Voorbeelden uit jurisprudentie:
­­aanvaardbaarheid van een bouwwerk in verband met zijn omgeving
­­goothoogte, dakhelling
­­handhaven van de kenmerken van een karakteristieke boerderij
­­het behoud van het karakter van een gebied
Welstandsnota:
­­regelt de welstandsaspecten via de bouwvoorschriften
­­normeert het uiterlijk van een bouwwerk, voorzover het ruimtebeslag
97
daardoor niet wordt beïnvloed. Daarbij mag wel een relatie worden

gelegd met de planologische aspecten (de `gekozen combinatie van
planologische aspecten' mag een rol spelen, zo ook eventuele
`wezensvreemde elementen' bij een gegeven functie en gebruik)
­­normeert de secundaire plaatsing: de exacte plaats van een bouwwerk
binnen een daartoe in het bestemmingsplan of de bouwverordening
welstandstoezicht
aangewezen gebied (de realisatie van het bouwwerk op zich staat dus
en
niet meer ter discussie).
tussen

Agenda
Voorbeelden uit jurisprudentie:
­­profiel en gevelindeling
Nieuwe
verhouding
elstandsadviezen
­­nokrichting
De W De bestemmingsplan
­­materiaal-en kleurgebruik
H Bijzondere waarden
N Een bestemmingsplan mag in principe geen welstandsaspecten regelen.
Hierop is echter een uitzondering: als zich binnen het plangebied bijzon-
Z dere, te beschermen waarden voordoen kunnen de welstandsaspecten
van een bouwwerk wél in het bestemmingsplan worden genormeerd.
W Die waarden moeten wel aannemelijk en kenbaar worden gemaakt in de
planvoorschriften, de plantoelichting of via een verwijzing naar andere
documenten.
Waarom deze uitzondering? De jurisprudentie gaat er van uit dat het
handhaven van bijzondere waarden van de in het plangebied aanwezige
bebouwing slechts via het bestemmingsplan (en de Monumentenwet)
geregeld kan worden omdat het welstandstoezicht niet is gericht op een
optimalisering of fixatie van het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken
op een wijze welke het gemeentebestuur voorstaat.
Het handhaven van de kenmerken van een karakteristieke boerderij hoort
dus thuis in het bestemmingsplan of in een monumentenverordening. Bij
welstandstoezicht ligt het initiatief voor de vormgeving van het bouwwerk
98
steeds bij de bouwheer. Burgemeester en wethouders beoordelen slechts

of de esthetische kwaliteit redelijk is, op grond van de criteria in de wel-
standsnota. Welstandstoezicht is dus passief, volgend. Als het gemeen-
tebestuur sturend op wil treden moeten andere instrumenten, zoals het
bestemmingsplan en de Monumentenwet worden ingezet.
Overigens is het opvallend dat er voor de beoordeling van welstandsas-
welstandstoezicht
pecten die in het bestemmingsplan zijn genormeerd, géén advies van de
en
welstandscommissie verplicht is. Kennelijk worden burgemeester en wet-
tussen
Agenda
houders in dat geval capabel geacht zelf te oordelen.
Nieuwe
verhouding
elstandsadviezen
De W De bestemmingsplan HNZW
99

4.5 Toelichting op de algemene
welstandscriteria

Bijzondere situaties
algemene
De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het
de
vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op
Agenda
op
universele kwaliteitsprincipes.
De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag
Nieuwe elstandsadviezen
aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de
De W Toelichting welstandscriteria
uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In
H praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor
de planbeoordeling.
N In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte
welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te
Z grijpen op de algemene welstandscriteria.
W Omdat het toepassen van deze criteria altijd betekent dat er sprake is
van een bijzondere situatie, moet de welstandscommissie hierbij een zeer
nauwgezette argumentatie geven.
Gebruik
De algemene welstandscriteria kunnen worden gebruikt wanneer een
bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte of objectgerichte
welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het
op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden.
Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige
omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van
welstand voldoet, kan worden teruggegrepen op de algemene wel-
100 standscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders

in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren om af te wijken van
de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk
betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene
welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van

het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond.
Het niveau van `redelijke eisen van welstand' ligt dan uiteraard hoog, het
is immers redelijk dat hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht
algemene
en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker
de
Agenda
op
van zijn omgeving onderscheidt.
Nieuwe
De algemene welstandscriteria in de welstandsnota's waaraan WZNH
elstandsadviezen
De W Toelichting welstandscriteria
heeft meegewerkt zijn opgesteld in samenwerking met prof. ir Tj. Dijkstra
H
en gebaseerd op de notitie `Architectonische kwaliteit, een notitie over
architectuurbeleid' die hij schreef als Rijksbouwmeester in 1985 en die
N
in 2001 werd uitgegeven door 010 Uitgevers.
Z
Algemene welstandscriteria
­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
W
worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het
gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving
daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft.
­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit
van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden
hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouw
werk of van de omgeving groter is.
­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden
gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die
101
bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.

­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder
dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.

­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhou-
algemene
dingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en
de
vlakverdelingen.
Agenda
op
­­Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag
Nieuwe elstandsadviezen
worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van
De W Toelichting welstandscriteria
het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de
H omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.
N
Z
W
102

5. Overige
werkzaamheden van
de commissie
5.1 Contact met de opdrachtgever
5.2 Jaarverslag van de welstandscommissie
5.3 Overige adviezen
5.4 Second opinions
5.5 Excursie


commissie
de

van
Agenda
werkzaamheden
Nieuwe
De Overige

H
N
Z
W
104

5.1 Contacten met de opdrachtgever
commissie
de

van
Bouwvergunningen
Communicatie over concrete bouwvergunningaanvragen verloopt via de
opdrachtgever
vergadernotulen van de welstandscommissie en via de schriftelijk uitge-
de
Agenda
brachte adviezen.
werkzaamheden met
Over grote bouwplannen en over conflicten tussen de welstandscommissie
Nieuwe
en de aanvrager van een bouwvergunning is altijd bijzondere aandacht
De Overige Contact
gewenst voor goede en gedetailleerde informatie aan de opdrachtgever.
H
Gemeentebestuur is opdrachtgever
N
Er zijn verschil ende momenten waarop de commissie contact kan hebben
met het lokale bestuur c.q. met de portefeuillehouder. Voorkomen moet
Z
worden dat lokale bestuurders alleen over de welstandscommissie horen
als zich een incident voordoet over een betwist bouwplan.
W
De voorzitter is er verantwoordelijk voor dat regelmatig contact wordt
onderhouden met de portefeuil ehouders van de deelnemende gemeenten.
Er dient altijd een kennismaking tussen voorzitter en portefeuillehouders,
en een kennismaking met nieuw benoemde commissieleden en porte-
feuillehouders plaats te vinden.
Communicatie- en evaluatiemogelijkheden
Er is een jaarlijkse excursie, waarbij de portefeuil ehouder wordt uitgenodigd.
Daarnaast is er een jaarlijkse bespreking van het jaarverslag in het najaar.
Met de portefeuil ehouder kan ad hoc overleg plaatsvinden over bijzondere,
controversiële bouwplannen of betwiste ontwikkelingen.
Het is van belang zo nu en dan met de gemeentelijke plantoelichter(s)
te bespreken welke ervaringen worden opgedaan met de uitgebrachte
105
adviezen. Zo nu en dan moet geëvalueerd worden of de teksten voor

de klanten van Bouw- en Woningtoezicht duidelijk genoeg zijn en of
ze juridisch houdbaar zijn. Tot slot is het aan te bevelen een periodieke
bespreking/vaststelling van de welstandsbeleidsnota in de gemeenteraad
commissie
te organiseren.
de
van
opdrachtgever
de

Agenda
werkzaamheden met
Nieuwe
De Overige Contact
HNZW
106

5.2 Jaarverslag van de welstandscommissie
commissie
de

van
Wettelijke taak
De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaam-
welstandscommissie
de

heden voor de gemeenteraad. Dit is een wettelijke taak. De welstands-
Agenda
van
commissie stelt ter uitvoering van artikel 12b lid 3 Ww jaarlijks voor de gemeente-
werkzaamheden
raad een verslag op van haar werkzaamheden, genoemd het `jaarverslag'.
Nieuwe
In dit jaarverslag komt ten minste aan de orde op welke wijze de wel-
De Overige Jaarverslag
standscommissie toepassing heeft gegeven aan de in de gemeentelijke
H
welstandsnota opgenomen welstandscriteria. Het jaarverslag signaleert
waar de welstandsnota als beleidskader voldoende dan wel onvoldoende
N
houvast heeft kunnen bieden bij de welstandsbeoordeling en geeft aan
waarom in specifieke gevallen is afgeweken van het vastgestelde beleid.
Z
Inhoud
W
De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten
aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en
de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Ook
kan het jaarverslag het platform zijn waarop het effect van het welstands-
toezicht aan de orde wordt gesteld.
In het jaarverslag komt tenminste aan de orde:
­­op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de
welstandsnota;
­­de werkwijze van de welstandscommissie;
­­op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van
vergaderen;
­­de aard van de beoordeelde plannen;
­­de bijzondere projecten.
107

Totstandkoming en vervolg
Per gemeente wordt in januari, februari, uiterlijk maart, door een van de
commissieleden in samenwerking met de commissiecoördinator het
commissie
jaarverslag opgesteld. Bij voorkeur worden foto's en overig bijzonder
de
materiaal door de gemeentelijke plantoelichter aangereikt. Uiteindelijk
van
stelt de plenaire commissievergadering het jaarverslag vast, na toetsing
welstandscommissie
door de directeur van de stichting WZNH. Het jaarverslag is gebaseerd
de
op het format dat wordt opgesteld en aangeleverd door het bureau van
Agenda
van
de stichting WZNH.
werkzaamheden
Over dit jaarverslag (c.q. deze jaarverslagen) dient in het najaar overleg
Nieuwe
plaats te vinden tussen de commissie en de portefeuillehouder(s) in aan-
De Overige Jaarverslag
wezigheid van de directeur van de stichting WZNH.
H
N
Z
W
108

5.3 Overige adviezen
commissie
de

van
De culturele agenda
Met de vaststelling van de nieuwe Woningwet heeft het welstandstoezicht
een precies gedefinieerd juridisch fundament van wettelijke bepalingen en
Agenda
beleidsregels gekregen.
werkzaamheden adviezen
Deze wettelijke bepalingen zijn bedoeld om transparantie in procedures
Nieuwe
en rechtszekerheid te scheppen bij de beoordeling van bouwvergunning-
De Overige Overige
aanvragen, maar die procedures en rechtszekerheid moeten er niet toe
H
leiden dat de adviestaak van welstandscommissies wordt beperkt tot een
bloedeloze toepassing van vooraf vastgestelde regels.
N
Ten eerste zal het altijd moeten gaan om een creatieve interpretatie van
Z
beleidsprincipes, waarin vooral het doel van die regels, een hoogwaardige
bouwproductie in steden en dorpen, centraal moet staan. Ten tweede
W
kan de welstandscommissie het gemeentebestuur altijd adviseren over
bouwbeleid en stads- en dorpsontwikkelingen, ook buiten procedures
voor concrete bouwvergunningen om.
In dit perspectief heeft de welstandscommissie van ouds een brede
culturele missie gehad, die, als er een goede verstandhouding is tussen
gemeentebestuur en welstandscommissie, ook altijd hoog gewaardeerd
werd. De welstandscommissie is vaak de enige instantie die alle bouw-
plannen te beoordeling krijgt voorgelegd, en op grond daarvan beschikt
deze commissie over een unieke expertise om het gemeentebestuur te
adviseren over allerlei aspecten van beleid, zoals de kwaliteit van steden-
bouwkundige coördinatie in een gemeente, de kwaliteit van het opdracht-
geverschap en de architectenselectie bij grote bouwwerken, de kwaliteit
109
van de openbare ruimte, ontwikkelingen in woonbuurten, bedrijventer-

reinen en ontwikkelingen in het landschap en op agrarische erven. Dit
alles maakt deel uit van wat genoemd zou kunnen worden: de culturele
agenda van de welstandscommissie.
commissie
de

van
Advisering over plannen betreffende een beschermd monument
Indien voor een bouwactiviteit zowel een monumentenvergunning als een
bouwvergunning benodigd is, vindt advisering op grond van artikel 11
van de Monumentenwet plaats. Dit kan gescheiden van, gecombineerd
Agenda
met of geïntegreerd met de advisering op grond van artikel 12 van de
werkzaamheden adviezen
Woningwet. Gebruikelijk is dat dit monumentenadvies wordt opgesteld
Nieuwe
voorafgaand aan het welstandsadvies. Het monumentenadvies is dan
De Overige Overige
uitgangspunt voor het welstandsadvies.
H WZNH heeft sinds kort de beschikking over een eigen provinciale monu-
mentencommissie die voor een aantal aangesloten gemeenten de
N monumentenadviezen verzorgt.
Z Supervisie zonder toets door de welstandscommissie.
Gemeenten kunnen beslissen om voor bepaalde gebieden een architec-
W tonisch en stedenbouwkundig supervisor aan te stellen, die de ontwikke-
ling van bouwplannen begeleidt en beoordeelt, en die daarbij uiteindelijk
ook de welstandsbeoordeling `overneemt' van de welstandscommissie.
De gemeente benoemt de supervisor in zo'n geval als `stadsbouwmees-
ter' voor het betreffende gebied. Ook voor een dergelijke welstandsbe-
oordeling geldt dat die alleen gebaseerd kan zijn op door de gemeente-
raad vastgestelde welstandscriteria.
Het voordeel van deze manier van werken is dat begeleiding en beoordeling
in één hand zijn en er geen tegenstrijdige adviezen naar de planindiener
of naar burgemeester en wethouders worden gegeven. Een groot nadeel
is de subjectiviteit in het proces omdat de gezamenlijke oordeelsvorming
in een commissie ontbreekt.

110

Supervisie met een toets door de welstandscommissie
Gemeenten kunnen beslissen om voor bepaalde gebieden een architec-
tonisch en stedenbouwkundig supervisor aan te stel en, die de ontwikkeling
commissie
van bouwplannen begeleidt, en de plannen uiteindelijk voorlegt aan de
de
welstandscommissie.
van
Bij het aanstel en van een supervisor zal de gemeente zorg moeten dragen
voor een heldere taakomschrijving en een goede afstemming tussen
supervisie en welstandsbeoordeling. Daarbij gelden meestal de volgende
Agenda
uitgangspunten: de supervisor formuleert de welstandscriteria voor het
werkzaamheden adviezen
gebied; de welstandscriteria gelden na vaststelling door de gemeenteraad
Nieuwe
als leidraad voor de planbegeleiding door de supervisor én als kader voor
De Overige Overige
de welstandsbeoordeling; tijdens het planvormingsproces is de supervisor
H
verantwoordelijk voor tijdige rapportage aan de welstandscommissie.
Controversiële kwesties kunnen leiden tot vooroverleg van de welstands-
N
commissie met de ontwerper, de planindiener en/of de supervisor. Bij de
bouwvergunningaanvraag vindt de definitieve welstandsbeoordeling door
Z
de welstandscommissie plaats waarbij de commissie rekening houdt met
wat er tijdens het begeleidingsproces is besproken en besloten.
W
Het voordeel van deze combinatie van supervisie en welstandscommissie
is dat de welstandscommissie als een soort collegiaal klankbord voor de
supervisor werkt.
Previsie vanuit de welstandscommissie
De gemeente kan een lid van de welstandscommissie vragen om namens
de welstandscommissie, dus als gemandateerd lid, mee te denken in de
planontwikkeling van een bepaald gebied of voor een bepaald bouwwerk.
Deze zogenaamde previsor functioneert als het ware als een vooruitge-
schoven post vanuit de welstandscommissie, die uiteindelijk de plannen
ter beoordeling voorgelegd krijgt. Er is een goede inhoudelijke afstem-
ming nodig tussen de beoordelingsprincipes van de previsor en de wel-
standscommissie; meningsverschillen over de uiteindelijke beoordeling
111
van de bouwplannen moeten ten behoeve van de rechtszekerheid van

de architect en de opdrachtgever worden voorkomen.
(Een variant van deze rol is de deelname van een welstandscommissielid
aan een zogenaamd Quality-team, waarin de uiteindelijke toets door de
commissie
welstandscommissie wel of niet gehandhaafd blijft, afhankelijk van een
de
besluit van het gemeentebestuur daarover).
van
Zowel bij previsie als bij supervisie zal altijd duidelijk vastgelegd moeten
worden wat de procedure is en welke bevoegdheden in het geding zijn.
Agenda
Advisering bij plannen na een ontwerpwedstrijd
werkzaamheden adviezen
Bij ontwerpwedstrijden ligt het voor de hand dat de welstandscommissie
Nieuwe
de gemeente adviseert over de toe te passen welstandscriteria. In een
De Overige Overige
wedstrijd kunnen in samenhang met de stedenbouwkundige randvoor-
H waarden ook expliciete welstandscriteria worden opgenomen, meestal als
uitwerking van de welstandscriteria uit de welstandsnota.
N Bij een ontwerpwedstrijd of een ontwikkelingscompetitie worden de
inzendingen beoordeeld door een speciaal aangewezen jury of beoorde-
Z lingscommissie. Dit kan nooit de welstandscommissie als zodanig zijn.
Een lid van de welstandscommissie kan wel op persoonlijke titel worden
W aangewezen als lid van een jury of beoordelingscommissie.
De inzendingen van een ontwerpwedstrijd of een ontwikkelingscompetitie
kunnen als principeaanvraag voor advies worden voorgelegd aan de wel-
standscommissie.
Advisering over ruimtelijke plannen en beleidsnota's
De welstandscommissie brengt op verzoek van burgemeester en wet-
houders advies uit over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde
bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante
beleidsstukken. Voor bestemmingsplannen gebeurt dit meestal in het
kader van het overleg ex.artikel 10 BRO.
De welstandscommissie brengt binnen drie maanden schriftelijk advies uit
aan burgemeester en wethouders over de aan haar voorgelegde ruimte-
112 lijke plannen en beleidsnota's.

In haar advies beperkt de welstandscommissie zich tot de raakvlakken
van het betreffende plan of de nota met het welstandstoezicht. De wel-
standscommissie onderzoekt de consequenties van het plan of de nota
commissie
voor het welstandstoezicht, signaleert eventuele tegenstrijdigheden of
de
hiaten in relatie tot het welstandsbeleid.
van
Na de vaststelling van het plan of de nota ontvangt de welstandscommis-
sie een definitief exemplaar en een reactie op haar eerder uitgebrachte
advies.
Agenda

werkzaamheden adviezen
Nieuwe
De Overige Overige
HNZW
113

5.4 Second Opinions
commissie
de

van
Commissie voor Second Opinions
Zowel bij WZNH aangesloten gemeenten als niet aangesloten gemeenten
hebben de mogelijkheid om een uitgebracht welstandsadvies voor nadere
Agenda
overweging voor te leggen aan een zogenaamde Commissie voor
werkzaamheden Opinions
Second Opinions. In de meeste gevallen zal dat gebeuren als er een pat-
Nieuwe
stelling is ontstaan door een oordeel van de reguliere welstandscommis-
De Overige Second
sie dat betwist wordt door de betrokken architect of de opdrachtgever
H van een bouwplan, of bij twijfels over de juistheid van het welstandsoor-
deel bij het betrokken gemeentebestuur.
N WZNH heeft voor deze procedure een vaste voorzitter aangesteld voor
Z een ad hoc samen te stelen Commissie voor Second Opinions bestaande
uit tenminste drie leden: tenminste twee leden van andere commissies dan
W de welstandscommissie waarvoor een second-opinion wordt gevraagd,
en de vaste second-opinion voorzitter. Leden van de ad hoc Commissie
voor Second Opinions zijn op geen enkele wijze betrokken bij het plan of
bij eerdere adviezen daarover.
Procedure en voorwaarden
Verzoeken tot second opinions komen altijd schriftelijk binnen bij het
bureau van de stichting WZNH, voorzien van een beredeneerd schriftelijk
verzoek van het betrokken college van burgemeester en wethouders en
voorzien van een volledige documentatie:
­­bouwvergunningaanvraag (of, bij een second-opinion over een
schetsontwerp: informatie over bouwplanopgave),
­­bouwplantekeningen,
114 ­­locatietekeningen en -foto's,

­­welstandsadvies c.q. welstandsadviezen,
­­relevante correspondentie en besprekingsverslagen,
­­relevante bestemmingsplanbepalingen en eventuele beeldkwaliteitplannen
commissie
en van toepassing zijnde stedenbouwkundige programma's van eisen,
de
­­de door de raad vastgestelde van toepassing zijnde welstandscriteria.
van
De second opinion wordt pas in behandeling genomen als het dossier
volledig is.
Agenda
Er worden alleen verzoeken tot second opinions in behandeling genomen
werkzaamheden Opinions
op verzoek van betrokken colleges van burgemeester en wethouders.
Nieuwe
De Overige Second
HNZW
115

5.5 Excursie
commissie
de

van
Doel
De commissiecoördinator organiseert in overleg met de voorzitter en de
plantoelichter eenmaal per jaar, in het najaar, een excursie voor commis-
Agenda
sieleden, plantoelichters en portefeuillehouders. Het is de bedoeling dat
werkzaamheden
dit een `werkexcursie' is, om te bezien wat in de praktijk de effecten zijn
Nieuwe
van het werk van de welstandscommissie. Hiertoe is het van belang de
De Overige Excursie
te bezoeken projecten te selecteren op de bijzondere rol van welstand
H (in positieve en negatieve zin) en deze projecten ook waar mogelijk te
documenteren met behulp van het bouwdossier. Op deze manier kan
N het effect van welstand in de praktijk worden getoetst. Dit kan waarde-
volle informatie opleveren voor het jaarverslag.
Z De jaarlijkse excursie in het werkgebied is ook een moment van geza-
menlijke reflectie en evaluatie.
W
Aanpak
De plantoelichter in (een van) de gemeente(n) zal het programma samen-
stellen en de ontvangsten regelen.
Voorafgaand aan of tijdens de excursie vindt een gesprek plaats met de
portefeuillehouder(s). Het is goed om deze excursie in de commissiever-
gadering voor te bespreken omdat er wellicht bepaalde wensen zijn ten
aanzien van de te bezoeken plannen of gebieden. De excursie kan worden
afgesloten met een diner.
De commissiecoördinator dient van de excursie een verslag te maken,
dat kan worden opgenomen in het jaarverslag.
De directeur van het bureau wordt uitgenodigd bij de jaarlijkse excursie
en zal steeds proberen daarbij aanwezig te zijn.
116

Bijlagen
1. Wetteksten
2. Model contract met commissieleden
3. Model contract met deelnemende
gemeenten
4. Format welstandsadviezen

1. Wetteksten
Woningwet Artikel 12
1. Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel
op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwik-
Agenda
keling daarvan, mogen niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand,
beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.
Nieuwe
etteksten
De Bijlagen W
2. Het eerste lid is niet van toepassing:
H a. indien bij besluit van de gemeenteraad is bepaald dat voor het gebied
waarin het bouwwerk of de standplaats is of wordt gebouwd geen rede-
N lijke eisen van welstand gelden;
b. indien bij besluit van de gemeenteraad is bepaald dat voor de cate-
Z gorie bouwwerken of standplaatsen waartoe het bouwwerk of de stand-
plaats behoort geen redelijke eisen van welstand gelden;
W c. op bouwwerken en standplaatsen waarop artikel 43, eerste lid, van
toepassing is, of
d. op bouwwerken als bedoeld in artikel 45, eerste lid.
3. Voor zover de toepassing van de criteria, bedoeld in artikel 12a, eer-
ste lid, onderdeel a, leidt tot strijd met het bestemmingsplan of met in
de bouwverordening opgenomen voorschriften van stedenbouwkundige
aard, blijven die criteria buiten toepassing.
4. De gemeenteraad betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de
gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de
voorbereiding van besluiten tot vaststelling of wijziging van besluiten als
bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, op de wijze voorzien in de
118 krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.

Woningwet Artikel 12a
1. De gemeenteraad stelt een welstandsnota vast, inhoudende beleidsre-
gels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die burgemeester en
wethouders toepassen bij hun beoordeling:
a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waar-
op de aanvraag om bouwvergunning betrekking heeft, in strijd zijn met
redelijke eisen van welstand;
b. of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als
Agenda
in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan,
in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Nieuwe
etteksten
De Bijlagen W
2. Artikel 12, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de vast-
H
stelling of wijziging van de welstandsnota.
N
3. De criteria, bedoeld in het eerste lid, zijn zoveel mogelijk toegesneden
op de onderscheidene categorieën bouwwerken en standplaatsen. De
Z
criteria kunnen verschillen naargelang de plaats waar een bouwwerk of
standplaats is gelegen.
W
4. Ter bevordering van de eenheid in welstandsnota's kunnen bij alge-
mene maatregel van bestuur voorschriften worden gegeven omtrent cate-
gorieën van bouwwerken en standplaatsen als bedoeld in het derde lid
en de daarop toe te passen criteria.
5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid
treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onver-
wijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
119

Woningwet Artikel 12b
1. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester baseert haar
onderscheidenlijk zijn advies slechts op de criteria, bedoeld in artikel 12a,
eerste lid, onderdeel a, doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het
bepaalde in artikel 12, derde lid. De adviezen van de welstandscom-
missie dan wel de stadsbouwmeester zijn openbaar. Een advies van de
welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester inhoudende dat een
bouwplan in strijd is met redelijke eisen van welstand, wordt schriftelijk
Agenda
uitgebracht en deugdelijk gemotiveerd.
2. Vergaderingen van de welstandscommissie zijn openbaar. Een verga-
Nieuwe
etteksten
dering of gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als bedoeld in
De Bijlagen W
artikel 10, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur en in gevallen
H waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10,
tweede lid, van die wet genoemde belangen.
N 3. De welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester legt de
gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar
Z onderscheidenlijk hem verrichte werkzaamheden. In het verslag wordt
ten minste uiteengezet op welke wijze zij onderscheidenlijk hij toepassing
W heeft gegeven aan de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a.
4. Een voorzitter of ander lid van een welstandscommissie kan voor een
termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd in een welstandscom-
missie die in de betreffende gemeente werkzaam is. Zij kunnen eenmaal
voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden herbenoemd in dezelf-
de commissie. De eerste en tweede volzin zijn van overeenkomstige toe-
passing op de stadsbouwmeester.
120

Woningwet Artikel 12c
Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad eenmaal per jaar
een verslag voor waarin zij ten minste uiteenzetten:
a. op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de welstands-
commissie dan wel de stadsbouwmeester;
b. in welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte
bouwvergunning niet aan de welstandscommissie dan wel de stads-
bouwmeester hebben voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf
Agenda
toepassing hebben gegeven aan de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste
lid, onderdeel a;
Nieuwe
c. in welke categorieën van gevallen:
etteksten
De Bijlagen W
1. zij tot aanschrijving op grond van artikel 19 zijn overgegaan en daarbij
H
de keuze hebben gelaten tussen ofwel het uitvoeren van de aanschrijving,
ofwel het slopen van het bouwwerk of de standplaats binnen de door
N
hen te bepalen termijn, en
2. zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 19 zijn overgegaan
Z
tot toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 26.
W
Woningwet Artikel 44
1. De reguliere bouwvergunning mag slechts en moet worden geweigerd,
indien:
a. het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de
voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in de artikelen 2 en 120;
b. het bouwen niet voldoet aan de bouwverordening, of zolang de bouw-
verordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, aan de
voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als
bedoeld in artikel 8, achtste lid, of bij of krachtens een algemene maatre-
gel van bestuur als bedoeld in artikel 120;
c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die
krachtens zodanig plan zijn gesteld;
121

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats,
waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van
welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid,
onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
bouwvergunning niettemin moet worden verleend, of
e. voor het bouwen een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988
of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en
deze niet is verleend.
Agenda
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald voor welke cate-
Nieuwe
etteksten
gorieën van gevallen geen reguliere bouwvergunning is vereist, doch kan
De Bijlagen W
worden volstaan met een lichte bouwvergunning. De voordracht voor
H een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan
N de beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.
3. Op de lichte bouwvergunning is het eerste lid van overeenkomstige
Z toepassing, met dien verstande dat:
a. onderdeel a van dat lid slechts van toepassing is voor zover de voor-
W schriften die in dat onderdeel zijn bedoeld, betrekking hebben op con-
structieve veiligheid, en
b. onderdeel b van dat lid slechts van toepassing is voor zover de voorschrif-
ten die in dat onderdeel zijn bedoeld, van stedenbouwkundige aard zijn.
122

2. Reglement van orde op
de welstandscommissie.
Op grond van art.8 lid 6 van de Woningwet moet de gemeentelijke
op
bouwverordening voorschriften bevatten over samenstelling, inrichting en
de
or

werkwijze van de welstandscommissie. De Vereniging van Nederlandse
Agenda
van
Gemeenten heeft daarvoor een model opgesteld, en de stichting WZNH
heeft dat model tot uitgangspunt genomen voor een document dat de bij
Nieuwe
welstandscommissie.
de stichting WZNH aangesloten gemeenten gebruiken, om het reglement
De Bijlagen Reglement de
van orde zo op te stellen dat daarin de specifieke procedures en werkwij-
H
zen van de stichting WZNH tot uitdrukking komen.
N
In het model van de stichting WZNH zijn veel zaken opgenomen waar-
over ieder gemeentebestuur zelf keuzen moet maken. Volgens de
Z
Modelbouwverordening gaat het om de uitwerking van hoofdstuk 9.
Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde:
W
­­ de samenstel ing van de welstandscommissie en de gewenste profielen;
­­ de procedure bij vervanging van afwezige leden;
­­ de benoemingsprocedure en de zittingstermijnen;
­­ de jaarlijkse verantwoording in een jaarverslag
­­ de termijnen bij het uitbrengen van adviezen;
­­ de openbaarheid;
­­ de mandaatregeling;
­­ de vorm waarin adviezen worden uitgebracht;
­­ vergaderorde en notulen;
­­ een procedure voor beroep en bezwaar;
­­ procedures bij bijzondere adviezen.
­­ de honorariumregeling;
123


Het is denkbaar dat sommige van deze onderwerpen en nadere uitwer-
kingen, die gewenst blijken te zijn, worden opgenomen in een huishoude-
lijk reglement van de welstandscommissie; in de gemeentelijke bouwver-
ordening kan men zich dan beperken tot hoofdzaken.
op
de

(Basisstramien voor een Reglement van orde op de Welstandscommissie,
or
WZNH, Alkmaar september 2002, Nota van Aanvullingen, WZNH,
Agenda
van
Alkmaar, november 2002.)
Nieuwe
welstandscommissie.
De Bijlagen Reglement de HNZW
124

3. Model contract met commissieleden
OVEREENKOMST tussen STICHTING WZNH en LEDEN VAN DE
ONDER HAAR RESSORTERENDE WELSTANDSCOMMISSIES
commissieleden
met
De ondergetekenden:
Agenda
1. Stichting WELSTANDSZORG NOORD-HOLLAND, gevestigd te
Alkmaar, aan de Emmastraat nr. 111 (1814 DP), in deze rechtsgeldig ver-
contract
Nieuwe
tegenwoordigd door de heer N. de Vreeze, verder te noemen: WZNH; en
De Bijlagen Model
2. de persoonsgegevens van het welstandscommissielid, verder te
H
noemen: `het commissielid';
N
in aanmerking nemende dat:
1. WZNH organiseert in de bij WZNH aangesloten gemeenten de wel-
Z
standscommissie als bedoeld in artikel 1 eerste lid, onderdeel r. van de
Woningwet. In deze hoedanigheid draagt zij uit haar midden aan burge-
W
meester en wethouders van de aangesloten gemeenten personen voor
als lid van de welstandscommissie;

2. Het commissielid door de gemeenteraad van één of meerdere van
de bij WZNH aangesloten gemeenten, verder te noemen de betreffende
gemeente(n), wordt benoemd als lid van de welstandscommissie in de
functie van (voorzitter of architectlid). In dit kader kan WZNH opdracht
geven aan het commissielid tot het verrichten van werkzaamheden, buiten
dienstbetrekking, zoals hieronder omschreven en zoals kan worden
afgeleid uit de Bouwverordening en het daarbij behorende Reglement van
orde op de welstandscommissie van de betreffende gemeente(n);
verklaren te zijn overeengekomen dat het commissielid opdracht tot het ver-
125
richten van werkzaamheden voor WZNH heeft aanvaard als volgt:

Artikel 1
Deze overeenkomst komt tot stand onder de voorwaarde dat het com-
missielid door de gemeenteraad van één of meerdere bij WZNH aange-
sloten gemeenten wordt benoemd als lid van de welstandscommissie als
bedoeld in artikel 1 eerste lid, onderdeel r. van de Woningwet.
commissieleden
Artikel 2
met
2.1 Het commissielid zal werkzaamheden vervullen als (voorzitter of
Agenda
architectlid) van de welstandscommissie van de betreffende gemeente(n).
contract
Nieuwe
2.2 De inhoud, aard en omvang van deze werkzaamheden bestaan uit
De Bijlagen Model
de adviestaken zoals omschreven in de Bouwverordening en het daarbij
H behorende `Reglement van Orde op de welstandscommissie' van de
betreffende gemeente(n). Het commissielid is beleidsmatig gebonden aan
N de welstandsnota van de betreffende gemeente(n).
Z 2.3 Het commissielid is jegens WZHN verplicht de werkzaamheden te
verrichten in overeenstemming met de toepasselijke wetten en beleid, in
W het bijzonder de Woningwet, de gemeentelijke Bouwverordening en de
gemeentelijke welstandsnota.
2.4 Het commissielid wordt geacht de vergaderingen van de welstands-
commissie bij te wonen. De vergaderdata worden vastgesteld in een
jaarrooster aan het begin van ieder kalenderjaar, waarbij als uitgangspunt
geldt dat er één dag in de twee weken zal worden vergaderd.
2.5 Het commissielid wordt geacht bijeenkomsten georganiseerd door
de gemeente of door WZNH bij te wonen die betrekking hebben op het
welstandstoezicht in het algemeen dan wel in de betreffende gemeente(n)
in het bijzonder.
126

Artikel 3
3.1 Het commissielid heeft jegens WZNH en de betreffende gemeente(n)
een inspanningsverplichting met betrekking tot de deugdelijkheid en de
inhoud van de door hem/haar, al dan niet in samenwerking met anderen,
gegeven welstandsadviezen, conform de daarvoor gangbare normen van
de professie en de jurisprudentie.
commissieleden
met
3.2 WZNH draagt eindverantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid en
Agenda
de inhoud van de adviezen die worden uitgebracht door de onder haar
ressorterende welstandscommissies en is in die zin ook aansprakelijk
contract
Nieuwe
voor de adviezen. Het commissielid kan door WZNH of de betreffende
De Bijlagen Model
gemeente(n) niet aansprakelijk worden gesteld.
H
3.3 Het commissielid wordt geacht zijn/haar adviezen onafhankelijk en
N
onpartijdig te geven. Het commissielid mag zijn/haar taak niet met voor-
ingenomenheid vervullen en mag geen persoonlijk belang hebben bij de
Z
door burgemeester en wethouders te nemen beslissing naar aanleiding
van het advies.
W
3.4 Indien het commissielid op enige wijze professioneel betrokken is bij een,
door de betreffende gemeente(n) aan de welstandscommissie voorgelegd
plan of beleidsdocument, maakt het commissielid dit tijdig kenbaar.
3.5 Het commissielid heeft een geheimhoudingsplicht inzake de aan
hem/haar voorgelegde plannen en beleidsdocumenten.
3.6 Het commissielid betracht uiterste zorgvuldigheid in omgang met
vertegenwoordigers van de gemeente, planindieners, ontwerpers, belang-
stellenden en de pers. Bij een gesprek met de pers is altijd een bij het
welstandstoezicht betrokken derde aanwezig. Een gesprek met de pers
wordt door het commissielid vooraf gemeld bij de wethouder(s) van de
127
betreffende gemeente(n) en bij de directeur van WZNH.

Artikel 4
4.1 Het commissielid heeft recht op een dagdeelvergoeding welke jaarlijks
door WZNH wordt vastgesteld. De voorzitter heeft tevens recht op een
vaste algemene onkostenvergoeding per jaar alsmede op een reiskosten-
vergoeding. Alle tarieven en vergoedingen worden jaarlijks voor het begin
van het nieuwe kalenderjaar door WZNH bekend gemaakt.
commissieleden
met
4.2 Het over het overeengekomen honorarium verschuldigde bedrag
Agenda
aan inkomstenbelasting en premies sociale verzekering is voor rekening
contract
van het commissielid. Het commissielid vrijwaart WZNH voor eventuele
Nieuwe
aanspraken van de fiscus en/of de uitvoeringsinstel ing voor niet betaalde
De Bijlagen Model
belastingen en/of premies sociale verzekeringen met betrekking tot het
H overeengekomen honorarium.
N Artikel 5
5.1 Benoeming van het commissielid in een welstandscommissie geldt
Z in principe voor drie jaar met de mogelijkheid van herbenoeming voor
nog eens drie jaar.
W Bij (her)benoemingen wordt rekening gehouden met de continuïteit in de
commissiebezetting, het streven is niet meer dan één commissielid per
commissie per kalenderjaar te vervangen. Voor (her)benoemingen geldt
een leeftijdsgrens van 65 jaar. Het bureau van WZNH houdt het
benoemingenschema bij.
5.2 Bij benoeming van het commissielid in een welstandscommissie
geldt een proeftijd van één jaar.
5.3 De maximale verbintenis tussen een commissielid en WZNH is acht
jaar. De verbintenis tussen U en WZNH is ingegaan in ...........................
128

5.4 Jaarlijks vindt een functioneringsgesprek plaats tussen het commis-
sielid en de directeur van WZNH, waarbij de directeur van WZNH vooraf
de betreffende gemeente(n) raadpleegt.
5.5 Beide partijen zijn bevoegd deze overeenkomst te al en tijde schriftelijk
te beëindigen met in achtneming van een opzegtermijn van drie maanden,
commissieleden
om die partij moverende redenen.
met
Agenda
5.6 Deze overeenkomst zal van rechtswege eindigen indien de benoeming
van het commissielid als bedoeld in artikel 1 wordt ingetrokken, dan wel
contract
Nieuwe
beëindigd. Na beëindiging van deze overeenkomst kan het commissielid
De Bijlagen Model
geen aanspraak maken op enige schadeloosstelling.
H
Artikel 6
N
Partijen verklaren op deze overeenkomst Nederlands recht van toepas-
sing. Alle geschillen betreffende deze overeenkomst zijn in eerste instantie
Z
onderworpen aan de uitspraak van de bevoegde rechter te Alkmaar.
W
Slotbepaling:
Deze overeenkomst wordt van kracht per ...............................................
Met dit contract komen alle vorige afspraken en bepalingen in benoemin-
gen of anderszins te vervallen.
Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt.
Alkmaar, dd. ............................... .....................,dd. .....................
St. Welstandszorg Noord-Holland het commissielid
................................................... ..................................................
129

4. Model contract met deelnemende
gemeenten
OVEREENKOMST TER ZAKE WELSTANDSADVISERING tussen
deelnemende
STICHTING WZNH EN DE GEMEENTE ......................................
met
Agenda
Partijen:
contract
1. Stichting WELSTANDSZORG NOORD-HOLLAND, gevestigd te Alkmaar,
Nieuwe
aan de Emmastraat nr. 111 (1814 DP), in deze rechtsgeldig vertegenwoor-
De Bijlagen Model gemeenten
digd door de heer, N. de Vreeze, verder te noemen: WZNH; &
H 2. De gemeente ..............., gevestigd te ............... te dezer zake rechts-
geldig vertegenwoordigd door het College van B & W, verder te noemen
N de Gemeente;
Z in aanmerking nemende dat:
1. Burgemeester en wethouders van de Gemeente bij een beslissing op
W de aanvraag van een bouwvergunning ingevolge de Woningwet advies
kunnen dan wel moeten vragen aan een door de gemeenteraad benoem-
de onafhankelijke commissie (de welstandscommissie) die beoordeelt
of het betreffende bouwwerk dan wel de standplaats niet in strijd is met
redelijke eisen van welstand als bedoeld in de Woningwet;
2. De advisering over redelijke eisen van welstand door de Gemeente is
opgedragen aan WZNH, die uit haar midden personen voordraagt als
lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen de wel-
standscommissie en dat deze personen door de gemeenteraad van de
Gemeente zijn benoemd;
3. Dat partijen tot nadere afspraken wensen te komen ten aanzien van de
130 door WZNH te leveren diensten.

komen als volgt overeen:
Artikel 1
1.1 WZNH draagt de beoogde voorzitter en de architect-leden van de
welstandscommissie en, indien aan de orde, hun plaatsvervangers bij
structurele verhindering, voor aan burgemeester en wethouders van de
Gemeente. Bij gebleken geschiktheid worden deze personen op voorstel
deelnemende
van burgemeester en wethouders benoemd door de gemeenteraad. Bij
met
de voordracht van commissieleden neemt WZNH de voorschriften van de
Agenda
Gemeente omtrent de samenstelling en inrichting van de welstandscom-
missie als omschreven in de gemeentelijke bouwverordening en het daar-
contract
Nieuwe
bij behorende reglement van orde op de welstandscommissie in acht.
De Bijlagen Model gemeentenH
1.2 De Gemeente kan tot drie maanden voor het verstrijken van een
benoemingstermijn zijn voornemens voor de nieuwe benoemingstermijn
N
kenbaar maken aan het desbetreffende lid van de welstandscommissie,
aan de welstandscommissie en aan WZNH.
Z
1.3 De gemeenteraad kan na een voorstel van burgemeester en wet-
W
houders die daarover overleggen met WZNH, maximaal twee aanvullende
commissieleden benoemen. Indien WZNH aan de Gemeente schriftelijk
en gemotiveerd kenbaar maakt dat zij geen vertrouwen heeft in een
goede samenwerking met een aanvullend commissielid, zal de Gemeente
dit commissielid niet benoemen c.q. uit zijn/haar functie ontheffen.
1.4 De gemeenteraad kan in voorkomende gevallen benoeming van de
leden van de welstandscommissie dan wel een plaatsvervanger beëin-
digen wanneer de commissie c.q. een commissielid of plaatsvervanger
naar zijn oordeel, het oordeel van burgemeester en wethouders of het
oordeel van WZNH niet naar behoren functioneert. De betreffende com-
missieleden of plaatsvervanger kunnen in dergelijke gevallen geen aan-
spraak maken op enige schadeloosstelling.
131


1.5 WZNH honoreert de voorzitter, de architect-leden en de plaatsver-
vanger volgens een door WZNH nader te bepalen uurtarief en een vergoe-
ding van de reiskosten. De Gemeente honoreert de aanvullende leden
volgens een door de gemeenteraad nader te bepalen regeling.
1.6 WZNH zal bij incidentele afwezigheid van de voorzitter of één van de
deelnemende
architect-leden voorzien in vervanging door een gekwalificeerd commis-
met
sielid van één van de onder WZNH ressorterende welstandscommissies.
Agenda
Onder incidentele afwezigheid wordt verstaan:
contract
a) afwezigheid wegens andere verplichtingen of vakanties (maximaal drie
Nieuwe
keer per jaar), en
De Bijlagen Model gemeenten
b) onvoorziene afwezigheid wegens overmacht.
H Artikel 2
N 2.1 Indien de Gemeente hiertoe opdracht geeft zal de welstandscom-
missie de Gemeente adviseren ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of
Z de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarvoor een aanvraag
om bouwvergunning is ingediend, niet in strijd is met de redelijke eisen
W van welstand als bedoeld in de Woningwet.
2.2 Ten aanzien van overige adviezen over bouwplannen, ruimtelijke
plannen of beleidsnota's die door de Gemeente aan de welstandscom-
missie worden voorgelegd, zullen partijen nadere afspraken maken, voor
zover een en ander niet reeds is vastgelegd in de gemeentelijke bouwver-
ordening en het daarbij behorende reglement van orde op de welstands-
commissie.
132

2.3 De Gemeente wijst een ambtenaar aan als plantoelichter, die tot taak
heeft de welstandscommissie op zodanige wijze te ondersteunen dat deze
optimaal kan functioneren bij uitoefening van haar taken als onafhankelijk
adviesorgaan van het gemeentebestuur. De plantoelichter is echter op
geen enkele wijze betrokken bij of verantwoordelijk voor de inhoud van de
beraadslagingen en de advisering door de welstandscommissie.
deelnemende
met
Artikel 3
Agenda
3.1 De welstandscommissie adviseert in overeenstemming met de toe-
passelijke wetten en beleid, in het bijzonder de Woningwet, de gemeen-
contract
Nieuwe
telijke bouwverordening en de gemeentelijke welstandsnota.
De Bijlagen Model gemeentenH
3.2 WZNH draagt eindverantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid en
de inhoud van de adviezen die worden uitgebracht door de onder haar
N
ressorterende welstandscommissie. WZNH verplicht zich adviezen uit te
brengen in overeenstemming met gangbare normen van de professie en
Z
de jurisprudentie.
W
3.3 WZNH is op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk voor
de inbreng, de werkwijze of de planbeoordeling van de door de gemeen-
teraad benoemde aanvullende leden.
Artikel 4
4.1 Besluitvorming naar aanleiding van het advies van de welstandscom-
missie komt geheel voor rekening en risico van de Gemeente. WZNH
kan door belanghebbenden niet aansprakelijk worden gesteld voor enige
schade ten gevolge van de besluitvorming door burgemeester en wet-
houders.
4.2 Op de advisering door en de regeling van aansprakelijkheid en scha-
de van WZNH jegens de Gemeente zijn de algemene regels van de RVOI
133
1998 van toepassing.

Artikel 5
5.1 Jaarlijks voor eind april zal de welstandscommissie in een jaarverslag
aan de Gemeente verslag uitbrengen over haar werkzaamheden en de
wijze waarop de welstandscommissie toepassing heeft gegeven aan de
in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen welstandscriteria.
deelnemende
5.2 Het jaarverslag zal jaarlijks in het najaar worden besproken door
met
de welstandscommissie en vertegenwoordigers van het bestuur van de
Agenda
Gemeente.
contract

Nieuwe
Artikel 6
De Bijlagen Model gemeenten
6.1 De tarieven waarvoor de welstandsadvisering door WZNH plaats-
H vindt worden jaarlijks door het Bestuur van WZNH vastgesteld en voorge-
legd aan de Vereniging Noord-Hollandse Gemeenten.
N 6.2 Tariefswijziging treedt in per de eerste januari nadat de gewijzigde
Z tarieven zijn vastgesteld en schriftelijk voor 1 september zijn medege-
deeld aan de Gemeente. Indien de Gemeente niet akkoord gaat met de
W eventuele tariefswijziging, kan zij de overeenkomst per ingang van het
nieuwe tarief beëindigen door middel van een schriftelijke mededeling
hiertoe twee maanden voor de inwerkingtreding van de tariefswijziging.
Artikel 7
7.1 Deze overeenkomst geldt voor één jaar en wordt jaarlijks stilzwijgend
verlengd.
7.2 Beide partijen zijn gerechtigd deze overeenkomst op te zeggen met
in achtneming van een opzegtermijn van drie maanden.
134

Artikel 8
Deze overeenkomst en alle daaruit voortvloeiende overeenkomsten wor-
den beheerst door het Nederlands recht. Alle geschillen zullen worden
voorgelegd aan de bevoegde rechter in Alkmaar.
Slotbepaling
deelnemende
Deze overeenkomst treedt, na ondertekening door beide partijen, in
met
werking op ......................... Met deze overeenkomst komen alle eerdere
Agenda
overeenkomsten te vervallen.
contract
Nieuwe
Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend:
De Bijlagen Model gemeentenH
Alkmaar, dd. ............................... .....................,dd. .....................
N
St. Welstandszorg Noord-Holland het commissielid
Z
................................................... ..................................................
W
135

5. WZNH-Format welstandsadviezen
WZNH- format voor schriftelijke adviezen.
welstandsadviezen
A.
Agenda
Welstandsadvies over
1. aanvraag bouwvergunning nr.
Nieuwe
2. principeaanvraag nr.
De Bijlagen WZNH-Format
3. aanvraag reclamevergunning nr.
H Geacht college,
N B
Z 4. Bovengenoemde adviesaanvraag
5. Bovengenoemde herhaalde adviesaanvraag
W
werd op ............................................................................................
6. aan de welstandscommissie voorgelegd.
7. ter openbare vergadering aan de welstandscommissie voorgelegd.
Uitleg: nr. 7 is standaard bij bouwvergunningaanvragen
8.
De commissie heeft u reeds eerder advies uitgebracht over deze
aanvraag op ...............................................................................
9. Voorafgaand aan de behandeling heeft de commissie een bezoek ter
plaatse gebracht.
10. De indiener/ontwerper van het bouwplan was bij de behandeling
aanwezig en heeft een toelichting op het plan gegeven.
136

11. Bij de behandeling werd gebruik gemaakt van het spreekrecht zoals
mogelijk gemaakt in het gemeentelijk reglement van orde op de wel-
standscommissie, door ...............................................................
Uitleg: invullen namen en/of hoedanigheid waarin werd gesproken.
C
De aanvraag betreft het .............................................................
Uitleg: geef hier het type ingreep en adres eventueel met verdere gege-
welstandsadviezen
Agenda
vens en een blik op de omgeving. Van belang is dat uit de beschrijving
duidelijk wordt dat de commissie met aandacht naar het plan en de

Nieuwe
omgeving gekeken heeft.
De Bijlagen WZNH-Format

H
De commissie heeft bij de beoordeling van het plan kennis geno-
men van .............................................................................................
N
Uitleg: hier alle relevante beleidsstukken en adviezen noemen die niet tot
het juridische beoordelingskader (namelijk de welstandsnota) behoren.

Z
Bijvoorbeeld : advies van de monumentencommissie, advies van de
supervisor of kwaliteitsteam, stedenbouwkundig plan.

W
D
Beoordelingskader
De welstandscommissie heeft de aanvraag beoordeeld op grond van de:
12. sneltoetscriteria voor .......
13. gebiedsgerichte welstandscriteria voor het gebied .........
14. objectgerichte welstandscriteria voor ..............
15. algemene welstandscriteria in hoofdstuk ...... van de gemeentelijke
welstandsnota.
Opmerking: gebruik van de algemene welstandscriteria vergt een duide-
lijke motivering waaruit duidelijk moet worden waarom niet de gebiedsge-
richte of de objectgerichte criteria zijn gebruikt.

137

E
Bevindingen
16. De commissie is van mening dat dit plan een positieve bijdrage zal
leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente.
17. De commissie heeft bezwaar/bezwaren tegen het ingediende bouw
plan vanwege:
Uitleg: neem de kopjes uit de welstandsnota, dit kan dus per gemeente
welstandsadviezen
verschillen, meestal:
Agenda
1. de ligging in de omgeving
2. de massa en de hoofdvorm
Nieuwe
3. de detaillering
De Bijlagen WZNH-Format
4. het kleur- en materiaalgebruik
H of 5. hetgeen in het eerdere advies d.d. ........................... werd aangegeven
N 6. ......................................................................................................
Z FMotivering
W .........................................................................................................
Uitleg: hier dient bondig aangegeven te worden waarom de onder `bevin-
dingen' aangeduide aspecten van het bouwwerk niet voldoen aan de
onder `beoordelingskader' genoemde criteria.
Ga hier ook even in op de toelichting door de ontwerper of indiener en
eventueel de reacties in het kader van het spreekrecht.

Indien onder `beoordelingskader' is aangegeven dat op grond van alge-
mene criteria is getoetst en daarbij van sneltoets- gebiedsgerichte of
objectgerichte criteria is afgeweken, dient expliciet aangegeven te worden
in welk opzicht het bouwplan een bijzonder geval vormt dat afwijking van
deze specifieke criteria rechtvaardigt.

138

En, voor zover dit nog aan de orde is ................................................
Indien het advies een gecombineerd welstands- en monumentenadvies
betreft, dient in de motivering van het advies een zo duidelijk en kenbaar
mogelijk onderscheid te worden gemaakt tussen de argumenten die bij
de welstandstoets zijn gebruikt en de argumenten die in het kader van de
monumententoets zijn gehanteerd. Hier graag werken met `tussenkop-
jes'(deze werkwijze behoeft niet te leiden tot het maken van twee afzon-
derlijke adviezen!).

welstandsadviezen
Agenda
G
Nieuwe
Conclusie
De Bijlagen WZNH-Format
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het bouwplan
H
18. op hoofdlijnen voldoet aan redelijke eisen van welstand en verder
uitgewerkt kan worden waarna de definitieve welstandsbeoordeling
N
kan plaatsvinden.
19. voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Z
20. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand tenzij wordt voldaan
aan de opmerkingen.
W
21. niet voldoet aan redelijke eisen.
Opmerking: in het zeldzame geval van een gecombineerd welstands- en
monumentenadvies het onder hierboven genoemde combineren met
20. en niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de
monumentale waarden
21. en leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de monumentale
waarden
139

H
Overwegingen ten overvloede
...........................................................................................................
Uitleg: Hier kunnen alle opmerkingen worden opgenomen die niet het
welstandsadvies (beperkt tot uiterlijk en plaatsing van het bouwwerk)
betreffen, maar wel van betekenis zijn voor de ruimtelijke kwaliteit bijv.
over openbare ruimte of erfbeplanting.

welstandsadviezen
Agenda
Voor de commissie,
Nieuwe
De Bijlagen WZNH-Format

...........................................,
H voorzitter (p.o. commissie-coördinator)
N
Z
W
140