< plat
plat
1
0
V
O
O
R
D
E
T
O
E
K
O
M
S
T
W
E
R
K
W
I
J
Z
E
E
N
B
E
O
O
R
D
E
L
I
N
G
S
VOOR
P
R
I
N
C
I
P
E
S
V
A
N
D
DE
E
W
Z
Uitgave: Stichting Welstandszorg Noord-Holand
N
H
Alkmaar, november 2005
-
M
O
N
Onder redactie van drs. M. Steenhuis en dr.ir. N. de Vreeze
U
M
Met tekstbijdragen van drs. G. van Altena, M. van Haaren, drs.M. Beek
E
TOEKOMST
N
T
WERKWIJZE EN BEOORDELINGSPRINCIPES VAN DE
Grafisch Ontwerp
E
DESIGNARBEID AMSTERDAM
N
Drukwerk CALLENBACH
A
D
WZNH-MONUMENTENADVIESCOMMISSIE
Bindwerk JANSENBINDERS B.V.
V
I
E
S
C
Nadere informatie over de
O
WZNH - Monumentenadviescommissie is te krijgen bij:
M
M
STICHTING WELSTANDSZORG NOORD-HOLLAND
I
S
S
EMMASTRAAT 111, 1814 DP ALKMAAR
I
E
TELEFOON 072-5204459
Uitgave: Stichting Welstandszorg Noord-Holand
Aan de tekst van deze brochure kunnen geen rechten worden ontleend.
Alkmaar, november 2005
^ plat

Uitgave: Stichting Welstandszorg Noord-Holand
Alkmaar, september 2005





























2
3
INHOUD
pagina 5
VOORWOORD
8
1
MONUMENTENZORG IS EEN
MAATSCHAPPELIJK BELANG
11
2
MONUMENTEN MOETEN LEVEN EN
KUNNEN VERANDEREN
13
3
DE SCHAALNIVEAUS: OMGEVING,
GEBOUW, CONSTRUCTIE EN
DETAILLERING
14
4
KARAKTER EN STRUCTUUR VAN
DE OMGEVING
16
5
DE EIGEN LOGICA VAN HET GEBOUW
8
6
BEHOUD GAAT VOOR VERNIEUWING
9
7
DE BOUWGESCHIEDENIS MOET
ZICHTBAAR BLIJVEN
20
8
RECONSTRUCTIE: LIEVER NIET
22
9
HET BOUWMATERIAAL IS ESSENTIEEL
24
10
BOUWCONSTRUCTIE EN DETAILS
26
BIJLAGE 1
Onder redactie van drs. M. Steenhuis en dr.ir. N. de Vreeze
29
BIJLAGE 2
Met tekstbijdragen van drs.M. Beek, M. van Haaren en drs. G. van Altena,
4
5
VOORWOORD
Bijna alle gemeenten in Nederland hebben de afgelopen jaren
een welstandsbeleid vastgesteld, waarin het beoordelings-
kader van welstandsadviescommissies voor nieuwbouw en
verbouw zo gedetailleerd mogelijk is beschreven. De manier
waarop die commissies een bouwaanvraag beoordelen is
daardoor transparant en controleerbaar gemaakt.
Voor monumentenadviescommissies, die de bouwaanvragen
voor ingrepen in monumenten beoordelen, bestaat zo'n be-
oordelingskader niet.
In onze tijd vinden vaak grote ingrepen in monumenten plaats
omdat gebouwen hun oorspronkelijke functie verliezen. Bij
herbestemming en functiewijziging van dergelijke monumen-
ten worden vaak de grenzen opgezocht tussen gewenst
behoud en noodzakelijke ontwikkeling. In dat spanningsveld
vindt de beoordeling van bouwplannen en de advisering door
de monumentenadviescommissie plaats.
De leden van de WZNH-Monumentenadviescommissie doen
in deze brochure een poging om hun beoordelingskader en
beoordelingscriteria te beschrijven. Hoe wordt naar monu-
menten en hun omgeving gekeken? Wat kan een indiener van
een bouwaanvraag voor een monument verwachten, waar
zouden de initiatiefnemer en de ontwerper van ingrepen in
de vergunningverlenende instanties voortdurend een open-
6
monumenten rekening mee moeten houden? Deze informatie
hartig en genuanceerd gesprek moeten kunnen plaatsvinden.
7
is van belang voor gemeentebesturen, opdrachtgevers, archi-
Daarvoor zijn heldere en professioneel geformuleerde aan-
tecten, aannemers en historische verenigingen, kortom voor
dachtspunten en voorbeelden nodig. Deze brochure beoogt
iedereen die op enigerlei wijze betrokken is bij monumenten
daaraan een bijdrage te leveren en wij zullen het gesprek
en het restaureren en verbouwen daarvan.
erover niet uit de weg gaan.
De hierna volgende aandachtspunten en beoordelingsaspec-
Stichting Welstandszorg Noord-Holland
ten zijn ook voor de commissieleden van de WZNH-Monu-
dr. Ir. N. de Vreeze, directeur
mentenadviescommissie van belang. Na een jaar ervaring met
drs. M. Steenhuis, voorzitter WZNH-Monumentenadviescommissie
planbeoordelingen en samenwerking met Noord-Hollandse
gemeenten is het moment gekomen om een aantal aspecten
van de vaak delicate overwegingen bij de beoordeling van
bouwplannen voor monumenten in breder verband bekend te
maken en zo ook ter discussie te stellen. De commissieleden
realiseren zich dat, hoewel een zeker publiek toezicht op de
omgang met monumentaal cultuurhistorisch erfgoed nage-
noeg onbetwist is, er altijd wel discussiepunten en accentver-
schuivingen denkbaar zijn.
De uitkomst van een planbeoordeling is vooraf nooit exact te
voorspellen, criteria zijn niet voor eens en voor altijd spijker-
hard en objectief vast te stellen, er zal altijd een zekere marge
zijn voor interpretaties en nuanceringen, in de loop van de tijd
kunnen opvattingen over de gewenste principes bij ingrepen
in monumenten van kleur verschieten, technische inzichten en
mogelijkheden zijn aan verandering onderhevig. Juist omdat
dit alles zo is, en juist omdat `monumentenzorg' tegelijkertijd
een belangwekkende maatschappelijke opgave is waaraan
hoge eisen mogen worden gesteld, zou over de principes en
de doelstellingen van de beoordeling van bouwplannen door
zijn wereldberoemd: zo geniet de Beemster als Hollandse
8
droogmakerij internationaal aanzien met een plaats op de lijst
9
van het Unesco Werelderfgoed.
1 MONUMENTEN-
In de Monumentenwet van 1988, de provinciale en de diverse
gemeentelijke monumentenverordeningen zijn de spelregels
ZORG IS EEN
vastgelegd die gelden ten aanzien van de omgang met be-
schermde monumenten. Voor de eigenaar van een monument
MAATSCHAPPELIJK
betekent dit alles dat hij niets aan het betreffende monument
mag veranderen zonder de daarvoor vereiste monumenten-
BELANG
vergunning, naast de gewone bouwvergunning. De reden
hiervoor moge duidelijk zijn: het maatschappelijk belang van
Er zijn in ons land gebouwen en gebieden die vanwege hun
het behoud van een beschermd monument voor toekomstige
karakter en uiterlijke verschijningsvorm een bijzondere culturele
generaties reikt verder dan alleen het persoonlijke belang van
betekenis hebben voor de hele Nederlandse samenleving en
de huidige tijdelijke eigenaar. Uiteindelijk is iedere eigenaar
waaraan de overheid dan ook een speciale status toekent:
maar tijdelijk eigenaar!
die van beschermd rijksmonument. Het gaat dan om objecten
In een beschermd stads- of dorpsgezicht mag geen enkel
en structuren die van belang zijn wegens hun schoonheid,
bouwwerk, zonder de daarvoor vereiste vergunning, geheel
hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische
of gedeeltelijk afgebroken of gewijzigd worden. Tegenover de
waarde.
extra plichten van monumenteneigenaren staan echter ook
Ook provinciale en gemeentelijke overheden kunnen pan-
rechten, bijvoorbeeld in de vorm van subsidiebijdragen, goed-
den, weg- en waterwerken of landschapsstructuren, die een
kope financieringen en belastingaftrekmogelijkheden. Daarbij
uitdrukking zijn van een specifiek regionale of plaatselijke
is wonen en werken in een monument vaak ook verrassend
identiteit, aanwijzen als beschermd monument. Nederland
en bijzonder.
kent een grote hoeveelheid verschillende soorten monumen-
ten. De provincie Noord-Holland alleen al telt zo'n 13.000
De beoordeling van bouwaanvragen voor veranderingen aan
beschermde rijksmonumenten, 48 beschermde stads- en
beschermde monumenten is een zaak voor deskundigen.
dorpsgezichten, 550 provinciale monumenten en ruim 3500
De WZNH-Monumentenadviescommissie adviseert een
gemeentelijke monumenten. Sommige van die monumenten
aantal grote en kleine gemeenten in Noord-Holland over de
bouwaanvragen voor eventuele wijziging van gemeentelijke
monumenten en rijksmonumenten. Bovendien adviseert deze
0
1
1
monumentenadviescommissie over alle bouwaanvragen voor
1
de provinciale monumenten in Noord-Holland. De commissie
is als adviesorgaan aangewezen door gemeenteraden en door
de Provincie Noord-Holland, en functioneert binnen de kaders
van de Monumentenwet en de provinciale en gemeentelijke
monumentenverordeningen. Daarin is de legitimatie van pu-
2 MONUMENTEN
blieke interventies in de omgang met monumenten vastgelegd.
MOETEN LEVEN EN
KUNNEN
VERANDEREN
Een gebouw moet kunnen worden gebruikt, niet alleen om
in goede conditie te blijven, maar ook om een vitale rol in de
samenleving te spelen. Voor een monument dat zijn functie
heeft verloren kan vaak een passende nieuwe functie worden
gevonden. Zo kan een pakhuis veranderen in een apparte-
mentencomplex, een stolpschuur in een woonhuis en een
kerkgebouw in een muziekcentrum.
Sinds de opkomst van de monumentenzorg als overheidstaak
aan het eind van de negentiende eeuw zijn de inzichten over
de omgang met monumenten telkens een beetje verschoven.
In de begintijd van de monumentenzorg stond het restaureren
van voornamelijk grote gebouwen, zoals kerken, kastelen en
raadhuizen centraal. Bij die restauraties werd meestal terug-
gegrepen op één bepaalde bouwstijl en op het veronderstelde
oorspronkelijke ontwerp. Deze aanpak leidde tot ingrijpende
transformaties van overgeleverde bouwwerken, en feitelijk
2
3
1
vaak tot gloednieuwe `historische' objecten.
1
Vroeg in de twintigste eeuw groeide de kritiek op deze behan-
deling van monumenten. De belangstelling voor de verschil-
lende opeenvolgende stijlperioden die soms in een gebouw
zichtbaar zijn, en voor de specifieke bouw- en gebruikersge-
3 DE SCHAALNIVEAUS:
schiedenis, die het monument soms laat zien, nam toe. Ook
ontstond steeds meer aandacht voor het authentieke bouw-
OMGEVING, GEBOUW,
materiaal en de constructieve specificaties van monumenten.
CONSTRUCTIE EN
Het uitgangspunt van de nieuwe restauratiefilosofie is samen
te vatten onder de woorden `behouden gaat voor vernieu-
DETAILLERING
wen'. Dit is nog steeds een richtinggevend principe bij de
beoordeling van voorgenomen wijzigingen in monumenten. In
Bij de beoordeling van aanvragen voor een vergunning voor in-
de toekomst zal bij de subsidieverlening door de rijksoverheid
grepen in monumenten let de commissie op de zorgvuldigheid
ook steeds meer het accent op het planmatig onderhoud van
van de ingreep op drie niveaus: de inpassing van een object of
monumenten liggen.
structuur in de landschappelijke of stedenbouwkundige omge-
ving, het ontwerp, de structuur en de historische karakteristieken
van het bestaande gebouw en tenslotte de toepassingen van
materialen en constructies en de uitwerking in details. De experti-
se van de commissieleden is op deze niveaus afgestemd: het zijn
gekwalificeerde historici op het gebied van stedenbouw, land-
schap en architectuur en praktiserende restauratiearchitecten.
Wat heeft de commissie nodig voor een goede beoordeling
van de kwaliteiten van een bouwplan? De aanvrager van de
monumentenvergunning en de gemeentelijke plantoelichter
dienen goed gedetailleerde en volledige informatie aan te leve-
ren over de plek, het gebouw en de detaillering. In het hierna
volgende wordt dit verder uitgewerkt.
Voor de beoordeling van een bouwaanvraag let de commissie
4
5
1
op de wijze waarop rekening is gehouden met de `logica' van
1
de omgeving. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het open-
houden van doorzichten naar de achtergelegen weilanden, de
plaats van nieuwe bijgebouwen op de kavel of de materiaal-
en kleurkeuze van een nieuw hekwerk.
4 KARAKTER EN
De commissie heeft voor de beoordeling van een aanvraag
voor een monumentenvergunning tenminste een uitsnede uit
STRUCTUUR VAN DE
de topografische atlas; een kadastrale kaart, luchtfoto's en foto's
van belendingen nodig, indien mogelijk historische en actuele.
OMGEVING
Waar staat het monument? In de vlakke polder, op de hoger
gelegen strandwal, in een historische binnenstad of aan de plas?
De situering van een gebouw, de grondsoort van de ondergrond,
de opbouw van het landschap eromheen: het zijn al emaal facto-
ren die het gebouw inbedden in zijn specifieke context.
De landschapsstructuur heeft invloed op de manier waarop
gebouwen van oudsher zijn gesitueerd. In de Beemster liggen
de boerderijen ver uit elkaar, op de strandwal van Sint Pancras
staan de huizen in lange smalle linten, de bebouwing binnen
de oude vestingwerken van Muiden is een hecht netwerk van
straatwanden terwijl de huizen langs de Loosdrechtse Plassen
met hun voorgevels op het water gericht zijn. De buitenplaat-
sen van 's-Graveland konden alleen ontstaan dankzij het
kapitaal van de 17e eeuwse Amsterdamse kooplieden, die
het gebied eerst gebruikten om massa's zand af te graven
voor de ophoging van de moerassige grond langs de nieuwe
grachtengordel. Ieder gebouw ligt in een (stedelijk) landschap
met een specifieke ontwikkelingsgeschiedenis.
6
7
1
Een dergelijke `begrijpelijkheid' in de hiërarchie van gevels is
1
van belang, omdat de logica van het gebouwtype er in tot ui-
ting komt. Wanneer die logica bij bouwingrepen geweld wordt
aangedaan, kan een verwarrend gebouw het resultaat zijn. Als
een stolpschuur een woonhuis wordt, zullen er meer ramen
5 DE EIGEN LOGICA
nodig zijn en gaat dat ten koste van het gesloten dakvlak.
De vraag is dan hoeveel ramen? De commissie zal in zo'n
VAN HET GEBOUW
geval zoeken naar de minst ingrijpende oplossing, waarbij het
dakvlak bijvoorbeeld niet aan vier maar slechts aan twee zij-
Monumenten hebben vaak een eigen specifieke logica.
den geperforeerd wordt.
Meestal is de structuur van een gebouw te herleiden tot de
oorspronkelijke functie. Zo heeft een traditioneel stadswoon-
Bij sommige bijzondere gebouwen die hun oorspronkelijke
huis de voorgevel aan de straatzijde, met een voordeur en
functie hebben verloren is behoud van de verschijningsvorm,
vaak grote ramen. De voorgevel is de belangrijkste gevel en
het `beeld', het enig haalbare. Het gaat hier bijvoorbeeld om
daar werd dan ook vanouds veel aandacht en geld aan be-
vuur- of watertorens, silo's of andere in het oog springende be-
steed. De zijgevels en de achtergevel zijn vaak ondergeschikt.
drijfsgebouwen. Vaak wordt de buitenkant van dergelijke monu-
Achtergevels zijn ook minder formeel. Soms zijn daar in de
menten gerestaureerd, terwijl de binnenkant wordt leeggehaald
loop van de tijd allerlei aan- en uitbouwen verschenen.
om die geschikt te maken voor een nieuwe bestemming.
Bij pakhuizen en andere gebouwen met een opslagfunctie zijn
alle gevels juist gesloten.
Paviljoens, muziektenten, brugwachtershuisjes zijn voorbeel-
den van gebouwen die vrij in de openbare ruimte staan en die
dan ook alzijdig georiënteerd zijn: daar zijn alle gevels even-
zeer van belang.
Ook bij boerderijen ligt de hoofdgevel, waarachter gewoond
wordt, met grote ramen en met de voordeur naar de straat
gekeerd. De zijgevels hebben voorin woonhuisramen, terwijl
meer naar achter in het bedrijfsgedeelte de ramen oorspron-
kelijk altijd beduidend kleiner zijn.
Nieuwe ingrepen moeten zich voegen naar het bestaande ge-
8
9
1
bouw, ze moeten het monument zo min mogelijk geweld aan-
1
doen. Wijzigingen en toevoegingen behoren vanzelfsprekend
monumentwaardig te zijn: ze moeten in de toekomst een even
grote historische waarde kunnen gaan vertegenwoordigen.
6 BEHOUD GAAT
VOOR VERNIEUWING
Het behoud van een monument wordt natuurlijk het beste
gewaarborgd door goed onderhoud. Behoud van een ge-
bouw en van de onderdelen van dat gebouw heeft altijd de
voorkeur boven vernieuwing. Bij het beoordelen van bouw-
plannen voor een monument is het bestaande gebouw - de
vorm, de indeling, de constructie, het materiaal en de detail-
lering - het uitgangspunt. Dat is immers het gebouw dat om
diverse weloverwogen redenen op de monumentenlijst is ge-
plaatst. Bij vernieuwing van (onderdelen van) een monument
gaat er onherroepelijk historisch materiaal verloren en dat
komt nooit meer terug.
Uiteraard leveren wensen in verband met een nieuwe functie
een spanningsveld op met de bestaande situatie. Want een
monument moet wel gebruikt kunnen worden. Tegelijkertijd
heeft ieder gebouw een `maximaal adaptatievermogen': er is
een grens aan wat het aan wijzigingen kan hebben, voordat
de essentie verloren gaat.
0
1
2
8 RECONSTRUCTIE:
2
LIEVER NIET
Reconstructie verenigt zich niet met het principe van `behouden
7 DE
gaat voor vernieuwen'.
Het bijzondere van een historisch gebouw wordt immers in hoge
BOUWGESCHIEDENIS
mate bepaald door de ouderdom van het monument, niet al een
tot uitdrukking komend in de authentieke constructiewijze en bouw-
MOET ZICHTBAAR
stijl, maar ook in de manier waarop bouwmaterialen zijn verwerkt
en verouderd. Reconstructie, het kopiëren naar oorspronkelijk ont-
BLIJVEN
werp van een deel van een gebouw of zelfs een heel bouwwerk,
is een onderwerp dat per geval bekeken moet worden. Soms kan
Slechts weinig monumenten zijn sinds de bouw geheel onver-
het van belang zijn een geschonden monument of een straatbeeld
anderd gebleven. De meeste gebouwen zijn in de loop der tijd
te completeren volgens het oorspronkelijke ontwerp. Als bijvoor-
wel eens aangepast. Deze aanpassingen horen bij de geschie-
beeld bekend is hoe een verdwenen onderdeel, zoals een balkon
denis van het monument. Ze weerspiegelen vaak maatschap-
of een topgevel, er uit gezien heeft, kan reconstructie van dat ont-
pelijke en functionele ontwikkelingen.
brekende onderdeel voorstelbaar zijn. Die informatie kan verkregen
Sommige veranderingen detoneren dan ook en zijn niet logisch.
worden uit historische bouwtekeningen, archief oto's of belenden-
Zo is het vreemd om een eenvoudig (woonhuis) monument
de panden die volgens hetzelfde ontwerp zijn gebouwd.
`monumentaler' te wil en maken dan het eigenlijk is, bijvoor-
In uitzonderlijke gevallen blijkt integrale herbouw van een
beeld door 18de eeuwse roeden in de ramen aan te brengen
belangwekkend monument wenselijk omdat het object in z'n
die in het 19e eeuwse gebouw nooit gezeten hebben; of door
huidige bouwkundige staat niet meer is te handhaven. Dat
sierlijsten, balusters of andere oneigenlijke decoraties aan het
gebeurde bijvoorbeeld bij de woningen aan het havenfront in
gebouw toe te voegen; of door roetjes op ramen achter stal-
Hoorn, de Patrimoniumbuurt in Enkhuizen en de Noordwand
deuren te plakken; of door ramen die in de 19e eeuw in een
van het Mercatorplein in Amsterdam.
ouder pand zijn gezet (en die zelf inmiddels monumentwaardig
Wat heeft de commissie nodig? Bouwtekeningen van de
zijn en authentiek zijn voor hun eigen tijd) te verwijderen en te
bestaande en de nieuwe situatie; archieftekeningen van het
vervangen door namaakramen in een oudere bouwstijl.
pand; historische en actuele foto's.
Het opnieuw voegen moet gebeuren met mortel die is afge-
2
3
2
stemd op de oorspronkelijke mortel waarmee gemetseld is.
2
Wordt hiervan afgeweken, dan zal er onherroepelijk schade
ontstaan aan het metselwerk. Het beste is om de bestaande
9 HET BOUW-
mortels vooraf te analyseren, waardoor precies de juiste mor-
tel ten behoeve van herstel kan worden bepaald.
MATERIAAL IS
Ook voor het houtwerk geldt dat plaatselijk herstel en aanpas-
ESSENTIEEL
singen van kozijnen, ramen, deuren, luiken, betimmeringen en
dergelijke de voorkeur heeft. Maar houten onderdelen zullen
Ook wat het bouwmateriaal betreft geldt de stelregel `behou-
door de aard van het materiaal vaker aan vervanging toe zijn.
den gaat voor vernieuwen'. Het materiaal - vaak baksteen
en dakpannen, maar ook voegwerk en houtwerk - maakt de
leeftijd en het gebruik van het gebouw ervaarbaar. Het patina
is soms essentieel. Wordt dit materiaal vervangen, dan gaat
authentieke en dus waardevolle bouwsubstantie van het mo-
nument verloren.
De structuur van nieuw materiaal wijkt altijd af, doordat de
fabricage anders is dan vroeger.
Hergebruik van historisch en tweedehands bouwmateriaal
geniet daarom absoluut de voorkeur. Is bijvoorbeeld een deel
van de dakpannen bruikbaar en een deel niet, dan is het
raadzaam de bruikbare pannen op het dakvlak dat het meest
in het zicht ligt te verzamelen en op een ander dakvlak alleen
nieuwe pannen aan te brengen. Als het niet anders kan, zal
gezocht moeten worden tot een bijpassend product gevon-
den wordt. Vanzelfsprekend zijn hedendaagse materialen bij
een restauratie zelden op z'n plaats.
Kortom: weinig en klein en in samenhang met het bestaande
4
5
2
en met elkaar.
2
Details zijn cruciaal. Een monument staat of valt met de uit-
voering daarvan. Details zijn soms heel rijk uitgewerkt, soms
heel simpel, altijd per gebouw verschillend. De behandeling
10 BOUW-
van details dient te gebeuren volgens de oorspronkelijke af-
metingen en detaillering. Profileringen zorgen voor verfijning
CONSTRUCTIE EN
van bijvoorbeeld kozijnen, ramen of betimmeringen en laten
schaduwwerking en contrasten tussen licht en donker ont-
DETAILS
staan. Als de detaillering niet op een oorspronkelijke wijze
gebeurt, dan zal dat leiden tot een vergroving en verarming
De bouwconstructie en het dak vormen de basisstructuur
van het architectonische beeld. Dat wil niet zeggen dat er
van een monumentaal gebouw. Ingrijpende wijzigingen in
geen veranderingen en vernieuwingen mogelijk zijn in verband
die structuur zijn ongewenst. Een eigenaar dient zich ervan
met het gewenste comfort en de bouwtechnische eisen. Maar
bewust te zijn dat niet alles mogelijk is in een monument. Ver-
altijd zal de commissie het bovenstaande bij haar adviezen in
trekken zijn niet eenvoudigweg samen te voegen als daarmee
acht nemen.
de structuur van het gebouw verloren gaat. Er is niet zomaar
een moderne bungalow te maken van een historisch gebouw.
Bij het toevoegen van onderdelen zijn er twee mogelijkheden:
óf er wordt gekozen voor het aanpassen aan de bestaande
Nieuwe dakdoorbrekingen zouden zo gering en klein moge-
(oorspronkelijke) situatie, òf voor het toevoegen van een ge-
lijk moeten blijven en bovendien aan de minst zichtbare kant
heel nieuw element. In alle gevallen dient de toevoeging een
van het monument worden toegepast. Daarin zit dan ook de
monumentwaardige toevoeging te zijn.
uitdaging voor de architect: ramen en openingen zo te maken
dat het dakvlak toch `gesloten' lijkt. Dakisolatie aan de buiten-
Ook het kleurgebruik is essentieel. Elk gebouw en iedere
kant heeft tot gevolg dat de pannen meer naar buiten komen:
streek heeft zijn eigen kleurgeschiedenis. Denk bijvoorbeeld
aan de binnenzijde isoleren heeft dus de voorkeur. Dakven-
aan Zaans groen. Er kan soms met goede argumenten wor-
sters en dakkapellen moeten worden aangebracht tussen de
den gekozen voor een nieuwe kleur, eventueel op basis van
spanten en sporen van de kapconstructie, teneinde zo min
het oorspronkelijke kleurenschema. De Monumentenadvies-
mogelijk schade aan te brengen aan de bouwconstructie.
commissie pleit er dan wel voor de historische afwerklagen te
behouden, zowel van de eerste laag als die van de latere pe-
6
7
2
rioden. Daarmee blijft de geschiedenis van het pand traceer-
BIJLAGE 1
2
baar; bovendien past een strakke, enkele verflaag meestal niet
goed bij het karakter van een monument.
Waarom een centrale WZNH-monumentenadviescommissie?
Wat heeft de commissie bij de beoordeling nodig: detailteke-
ningen van kozijnen, ramen, deuren, betimmeringen en derge-
1 De stichting WZNH stelt voor gemeenten en voor het Pro-
lijke; archieftekeningen; historische en actuele foto's; monsters
vinciale Bestuur in Noord-Holland adviezen op over bouwver-
van materialen en kleuren.
gunningsaanvragen die betrekking hebben op monumenten.
Wettelijk is daarvoor een voorwaarde dat de gemeente be-
schikt over een goedgekeurde monumentenverordening en
een raadsbesluit waarin de stichting WZNH is aangewezen
als gemeentelijke monumentenadviescommissie. Als voldaan
is aan die voorwaarden dan heeft de gemeente de bevoegd-
heid om te besluiten over monumentenvergunningen, con-
form de procedure die is beschreven in achtereenvolgens de
monumentenwet 1988 voor Rijksmonumenten, de provinciale
monumentenverordening voor provinciale monumenten en de
gemeentelijke monumentenverordening voor gemeentelijke
monumenten.
Deze vergunning maakt dan op grond van de Woningwet art. 44
deel uit van de beoordelingscriteria voor de bouwvergunnings-
aanvraag.
2 Er wordt in veel gemeenten in Nederland gewerkt met
zogenaamde geïntegreerde welstand- en monumentenad-
viescommissies. Ook in het verleden van de stichting WZNH
was dat de gebruikelijke gang van zaken. Er werd dan bij de
bespreking en beoordeling van bouwvergunningsaanvragen
voor monumenten een monumentendeskundige aan de
welstandscommissie toegevoegd. De commissie bracht een
geïntegreerd advies uit, waarin de welstandsbeoordeling was
dus kostbaar is, omdat voor ieder afzonderlijk bouwplan voor
8
9
2
toegevoegd aan een oordeel op grond van de monumenten-
een monument in iedere afzonderlijke gemeente een monu-
2
status van het betrokken object.
mentendeskundige moet worden opgeroepen, en vaak gaat
het maar om één bouwplan. En het betrokken bouwplan
3 Uit diverse recente juridische literatuur over vergunnings-
wordt dan eigenlijk maar door één monumentendeskundige
verlening blijkt dat er bij sommige deskundigen een voorkeur
op z'n monumentale merites beoordeeld. Dat is in strijd met
bestaat voor separate welstand- en monumentenadviezen,
de intentie van de wetgeving, die voorziet in een adviescom-
in afwijking van de in het verleden gegroeide praktijk van
missie bij de beoordeling van de bouwhistorisch relevante as-
geïntegreerde adviezen. Immers, er is bij deze twee advies-
pecten van een bouwplan voor een geregistreerd monument.
procedures sprake van twee totaal verschillende maatschap-
Om al deze redenen heeft het Bestuur van de stichting WZNH
pelijke ambities en vakinhoudelijke maatstaven en redene-
besloten om vanaf het najaar van 2004 te werken met een
ringen. In de praktijk van geïntegreerde monumenten- en
centrale monumentenadviescommissie voor alle bij WZNH
welstandsadviezen is het voor de aanvrager en ook voor het
aangesloten gemeenten van de provincie Noord-Holland.
gemeentebestuur veelal niet duidelijk dat er eigenlijk sprake
is van twee adviezen met geheel eigen beoordelingaspecten,
beoordelingsredeneringen en beoordelingsmaatstaven. Het
verdient dan ook de voorkeur ze los van elkaar tot stand te
laten komen en naast elkaar te rapporteren als advies aan
de vergunningverlenende instantie. Als er onverhoeds tegen-
strijdigheden blijken te zijn, dan kan, op uitdrukkelijk verzoek
van de vergunningverlenende instantie, zijnde het gemeente-
bestuur, tot nadere afstemming worden besloten. Bovendien
kunnen bij een heldere afbakening van welstandsadvies en
monumentenadvies de adviserende deskundigen ook duidelij-
ker aangesproken worden op de professionaliteit en juridische
houdbaarheid van hun eigen advies.
4 Bij deze inhoudelijke overweging komt nog, dat de procedure
van ad hoc toegevoegde monumentendeskundigen in een geïn-
tegreerde monumenten- en welstandscommissie inefficiënt en
4 De WZNH-Monumentenadviescommissie kan zich laten advise-
0
1
3
ren of zich bij haar analyse en bij de beoordeling van bouwplannen
BIJLAGE 2
3
laten bijstaan door lokale verenigingen en instel ingen van belang-
Hoe werkt de WZNH-Monumentenadviescommissie?
hebbenden, door deze ter vergadering uit te nodigen en hen bij de
beraadslagingen te betrekken. Zulks zal altijd uitsluitend gebeuren
1 Alle door de stichting WZNH te beoordelen bouwplannen
na goedkeuring van betrokken gemeentebesturen.
voor monumenten worden behandeld door de provinciale
WZNH-Monumentenadviescommissie, die op een vast moment,
5 De WZNH-Monumentenadviescommissie werkt op verzoek
eens per twee, drie of vier weken, op een vaste plek met een
van gemeentebesturen en rapporteert aan het betrokken
vaste samenstelling vergadert en adviezen uitbrengt. Voor
gemeentebestuur en aan de welstandscommissie waarin het
spoedeisende geval en kan een bijzondere zitting plaatsvinden.
bouwplan ook zal worden beoordeeld. De stichting WZNH zal
ernaar streven om altijd eerst het monumentenadvies te laten
2 De commissie heeft een vaste samenstelling met een ge-
opstellen en dat beschikbaar te hebben bij de welstandsad-
zaghebbende onafhankelijke en deskundige voorzitter, twee
visering. Na het opstellen van de adviezen kan in geval van
deskundige leden en een commissiecoördinator. De leden
eventuele strijdigheid nader overleg plaatsvinden over de aard
vertegenwoordigen kennisgebieden die voor het beleid op het
van de tegenstrijdigheid en over de manier waarin die tegen-
gebied van monumentenzorg en cultuurhistorie van belang
strijdigheid in het bouwplan is op te lossen.
zijn: architectuurhistorische kennis, bouwkundige kennis, en
kennis van lokaal bouw- en stadsontwikkelingsbeleid. Ken-
6 De WZNH-Monumentenadviescommissie kan, in overleg
nis van Noord-Hollandse steden en dorpen en ervaring met
met de directeur van de stichting WZNH ook andere ad-
cultuurhistorische en bouwhistorische vraagstukken zijn door-
viezen uitbrengen of op verzoek van gemeentebesturen
slaggevend voor benoeming tot commissielid.
werkzaamheden verrichten in het kader van gemeentelijk
monumentenbeleid, als bedoeld in de gemeentelijke monu-
3 De coördinator van de WZNH-Monumentenadviescommis-
mentenverordening. Het gaat dan bijvoorbeeld om het opstel-
sie en de voorzitter van de commissie onderhouden contacten
len en actualiseren van monumentenregisters, aanpak van
met het Steunpunt Cultureel Erfgoed NH, met betrokkenen bij
bijzondere objecten, beschermde stads- en dorpsgezichten,
de Provincie Noord-Holland en met de RdMz.
public relations etc. Deze verzoeken om adviezen en andere
werkzaamheden kunnen aan derden worden uitbesteed, maar
de werkzaamheden zullen onder supervisie en inhoudelijke
verantwoordelijkheid van de commissie plaatsvinden.
7 Jaarlijks zal de WZNH-Monumentenadviescommissie rap-
2
3
porteren over haar werkzaamheden aan alle deelnemende
gemeenten.
8 Deelname aan de WZNH-Monumentenadviescommissie zal
op kostprijsbasis verrekend worden op basis van het uurtarief
van de aanwezige commissieleden, een aandeel in hun reis-
kosten en een opzetpercentage ter dekking van algemene
kosten van de stichting WZNH.
9 De commissieleden zul en benoemd worden door de stichting
WZNH volgens de voor andere commissieleden gebruikelijke
contractuele en financiële regelingen. De deelnemende ge-
meenten moeten de aanwijzing van de stichting WZNH tot
monumentenadviescommissie ex art.15 van de Monumenten-
wet opnemen in hun gemeentelijke monumentenverordening
of vastleggen in een raadsbesluit.
10 Om de inhoudelijke en procedurele verantwoordelijkheid
van de stichting WZNH voor het uitbrengen van onafhankelijke
en deskundige monumentenadviezen aan gemeentebesturen
te accentueren wordt als vergaderlocatie voor de WZNH-Mo-
numenten