Stichting

W e l s t a n d s z o r g N o o r d - H o l l a n d
Advisering welstand
en monumentenzorg



Themacommissie







Objectgerichte welstandscriteria voor:



Bijzondere Stalvormen



















Themacommissie Stichting Welstandszorg Noord Holland

Auteurs:

Marc Reniers
Marlies van Diest
Robbert Jan Wijntjes
Marijke Beek'
JEF Muhren

Juni 2007









Bijzondere stalvormen en gemeentelijk welstandsbeleid

Algemeen
De serre-. boog- en zaagtandstallen zijn een relatief nieuw fenomeen in Noord-Holland. Deze relatief
omvangrijke nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen hebben een eigentijdse verschijningsvorm en
detaillering. Over het algemeen bieden gebiedsgerichte criteria voor het buitengebied of de
objectcriteria voor agrarische bedrijfsgebouwen en/of (stolp)boerderijen weinig houvast bij de
welstandsbeoordeling van deze bouwwerken.

Objectbeschrijving

Serrestal
De Serrestal is een sinds enkele jaren incidenteel voorkomend stalconcept in de veehouderij. Het
wordt gekenmerkt door een eenvoudig uit te breiden systeem van tunnelframes die reeksen
boogvormige daken vormen. het systeem is eenvoudig uit te breiden door de bestaande tunnels te
verlengen, of door een nieuwe tunnel er naast toe te voegen. In principe kan de Serrestal worden
geplaatst op zowel een dichte vloer als op een kelder. De stal is bruikbaar voor allerlei vormen van
veeteelt maar kan ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld machineopslag.
De basis voor de bovenbouw van de Serrestal is een thermisch verzinkt stalen frame. De dakbedekking
bestaat uit één of twee lagen kunststof folie met daaroverheen een schaduwdoek. De stal is zowel met
een dichte nok als met een (beweegbare) open nok leverbaar. De gevels van de stal worden
opgetrokken uit een lage keerwand met daarboven een windbreekgaas of een ventilatiegordijn.
Desgewenst zijn de gevels eveneens in andere materialen uitvoerbaar.










Boogstal
De Boogstal is een nieuw stalconcept in de veehouderij. Het wordt gekenmerkt door een
kolomloze boogvormige overspanning van 25 tot maximaal 50 meter breed en een hoogte van
6 tot maximaal 12 meter. De Boogstal is opgebouwd uit een onderbouw en een bovenbouw.
Deze zijn onafhankelijk van elkaar te bouwen. De dakconstructie is ook toe te passen op een
conventionele onderbouw. De bovenbouw is opgebouwd uit stalen vakwerkliggers, bekleed
met windbreekgaas en waterdicht foliemateriaal. Er is veel keuze in kleur en materiaal van
kap en kopgevels. De kopgevels kunnen eventueel ook naar binnen geplaatst worden om een
overkapte buitenruimte te maken.












Zaagtandstal
De Zaagtandstal heeft een detaillering en materiaalgebruik dat overeenkomt met traditionele
veestallen. Alleen de dakvorm is afwijkend. De vorm van het Zaagtand- of sheddak roept associaties
op met industriële gebouwen. De stal is een eenvoudig uit te breiden systeem van een staalconstructies
met traditionele (golfplaat) materialen als muur- en dakbedekking. De verticale kant van de zaagtand
is voorzien van windbreekgaas en moet op het noorden georiënteerd zijn. De nokhoogte op de lage
kant is ongeveer 4,5 meter en de nok/goothoogte aan de hoge kant is ongeveer 7 meter, ongeacht de
omvang van de stal. Daarmee is de totale hoogte van de stal soms lager dan traditionele veestallen. De
diffuse lichttoetreding vanaf het noorden en de ventilatie zijn bevorderlijk voor de welzijn van de
dieren.


Beleid
Boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke
beeld van het buitengebied. De intrede van de serre-, boog- en zaagtandstal maakt deel uit van de
ontwikkeling van schaalvergroting en uitbreiding van boerenbedrijven. De gewenste c.q. ongewenste
functies in het buitengebied worden hoofdzakelijk in het bestemmingsplan geregeld. De hierna
volgende welstandscriteria die onderdeel kunnen uitmaken van de gemeentelijke welstandsnota zijn
met name gericht op een evenwichtige afstemming van de nieuwe gebouwen op de bestaande
bebouwing en een goede inpassing op het erf. In de meeste gemeenten is het beleid erop gericht
uitbreidingen en nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen in te passen in het landschap. Terughoudende
vormgeving en kleurstelling zijn gewenst gezien de openheid van het landschap en de daaruit
volgende grote zichtbaarheid van de gebouwen vanaf de linten en wegen. Criteria kunnen worden
ontwikkeld over de clustering van gebouwen, de ingetogen uitdrukking, de heldere ordening op het
erf, de situering en de hoofdrichting. Een compacte opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat
het open gebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en
bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het
boerenbedrijf.

Overwegingen voor beoordeling
Alvorens een aanvraag te kunnen toetsen aan welstandscriteria zal informatie beschikbaar moeten zijn
over de volgende aspecten:

Omgeving/gebied
Wat is het welstandsniveau; regulier of bijzonder?
In een gebied met een reguliere welstandsniveau zijn bijzondere stalvormen soms
mogelijk. Dit is zelden het geval in een gebied met een bijzonder welstandsniveau.
Wat is de schaal van het omringende landschap?
In een grootschalig landschap met veel maat zijn deze stallen wellicht mogelijk.
Is er sprake van een dynamische omgeving of juist niet?
In een omgeving met weinig dynamiek zijn deze nieuwe ontwikkelingen
waarschijnlijk storende incidenten.

Ligging/situering/positionering
Sluit de nieuwe stal aan bij het bestaande bebouwingspatroon?
Deze stallen moeten ten minste op een `logische' plek komen te staan. Vaak achter een
boerderij of bedrijfswoning.
Is de stal zichtbaar vanaf openbare weg en/of openbaar gebied? Staat de nieuwe stal
`opgesloten' tussen andere agrarische bedrijfsgebouwen of verborgen door groenstructuren?
Deze stallen introduceren (juist ook op grote afstand) een nieuwe gebouwvorm. Met
name de Serrestal met zijn grote goothoogte en boogkappen zorgt voor een massiever
silhouet en heeft daardoor een grote impact op het landschap. De Boogstal is minder
hoog en voegt zich daardoor op grote afstand beter in het landschap. De Zaagtandstal
heeft één hoge zijgevel dat een massief silhouet geeft terwijl de zaagtanden, die lijken
op een serie lessenaardaken, een industriële uitstraling heeft.

Omringende bebouwing
Wat voor soort gebouwen staan er in de directe omgeving? Is er sprake van een ensemble of
familie van gebouwen waar de nieuwe stal zich in moet voegen?
Met name de Serrestal heeft een nogal afwijkende vormgeving en vertoont daardoor
nauwelijks samenhang met bestaande agrarische gebouwen.
Wat is de (architectonische) kwaliteit van de gebouwen in de directe omgeving?
Betreft het een aanvraag voor een stal nabij een monumentale (stolp-)boerderij dan
zijn deze stallen zelden mogelijk. Bij een rijks-, provinciaal- of gemeentelijk
monument zijn boog-, serre- en zaagtandstallen niet toegestaan.


Gebouw op zichzelf
Wat zijn de afmetingen van de stal? Is het oppervlak van de stal van een zelfde orde als andere
stallen, loodsen en schuren in de omgeving?
Met name de Serrestal leent zich voor complexmatige uitbreidingen (vergelijk met
kassen) die zelden gewenst zijn.
Wat is de hoogte van de stal?
De grotere goothoogte van de Serrestal kan een te grote afwijking vormen ten opzichte
van de overige bebouwing. Ook de hogere nok van de Boogstal (serie van bogen in het
geval van de Serrestal) zorgt voor een ander beeld/silhouet. De Zaagtandstal heeft
soms een geringere nokhoogte dan traditionele stallen en blijft beperkt tot ongeveer 7
meter.

Materialisering, detaillering en kleurgebruik
Wat zijn de materialen en kleuren van de dichte vlakken? Passen deze in een agrarische
omgeving?
Deze stallen hebben het `risico' van een `goedkope' en armoedige uitstraling.
Daarnaast is sprake, met name in het geval van de Serrestal en de Zaagtandstal van
een meer `bedrijfsmatige' of `industriële' uitstraling. In het geval van de Serrestal
speelt ook nog de verlichting een rol. Door zijn transparante dak is de stal, met name
in de winter en 's avonds, zeer goed zichtbaar. Juist ook op grote afstand!
Wat is de gebruiksduur van de stal? Is het een permanent of tijdelijk gebouw?
De Boogstal lijkt flexibel en verplaatsbaar. Wellicht wordt deze als tijdelijke oplossing
aangevraagd. In de praktijk blijkt wel vaak dat dit soort `tijdelijke' gebouwen toch
heel lang staan. Is dus wellicht een secundaire overweging.

Conclusie
De Serrestal lijkt in gevoelige situaties niet mogelijk. Bij een regulier welstandsniveau, in een
grootschalige omgeving met relatief veel dynamiek is het wellicht mogelijk. Aandacht blijft nodig
voor de uitstraling (materiaal & kleurgebruik, verlichting). Groot nadeel is de nieuwe bouwvorm en
silhouet dat in het landschap wordt geïntroduceerd. Grote complexmatige uitbreidingen zijn niet
toegestaan.
De Boogstal is door zijn lage goot en enkelvoudige vorm, mits zorgvuldig gepositioneerd / goed
ingepast, vaker mogelijk. Zeker in gebieden met een regulier welstandsniveau. In meer `gevoelige'
gebieden moet een specifieke afweging worden gemaakt.
De Zaagtandstal sluit beter aan bij de traditionele veestallen door de goothoogte aan de zuidkant en
door het gebruik van traditionele materialen. Mits zorgvuldig ingepast in de omgeving is deze vorm
vaker mogelijk dan de Serrestal. Hierbij speelt een rol dat de vertikale kant van de zaagtand op het
noorden georiënteerd moet zijn om effectief te zijn voor de dierenwelzijn, terwijl vanuit
welstandsoogpunt de schuine vlakken op de weg georiënteerd moeten zijn. Dit werkt dus alleen als de
weg ten zuiden van de stal is. Een andere oriëntatie op de weg is niet wenselijk vanwege de industriële
uitstraling van de dakvorm, maar kan in weinig gevoelige gebieden overwogen worden.

Uit contact met de producenten is gebleken dat er met name via kleurstelling en belijning op de gevels
wellicht mogelijkheden zijn om deze stallen beter in te passen in de familie van traditionele gebouwen,
ook al blijven ze verre neven.






Welstandscriteria Bijzondere stalvormen



Algemeen: wanneer niet toegestaan
· Niet in bijzonder welstandsgebied
· Niet in beschermd gezicht
· Niet bij Rijks-, provinciale- en gemeentelijke monumenten
· Niet in kwetsbare kleinschalige gebieden met lage dynamiek

Ligging
· nieuwbouw binnen het bestaande bebouwingspatroon en met een goede
Stolp omgeven door erfbeplanting
landschappelijke inpassing
· nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen achter het bestaande hoofdgebouw en
zo compact mogelijk opgesteld
· Richting afgestemd op onderliggende kavelrichting en/of bestaande
erfbebouwing
· Niet aangebouwd tegen in vorm afwijkende gebouwen

Massa
· Voorkeur voor overwegend enkelvoudige bebouwingsmassa's i.v.m. minder
massief silhouet. (Voorkeur voor boogstal en zaagstandstal en niet voor
serrestal)
Bijgebouwen achter de voorgevelrooilijn en
· Keuze voor type systeembouw dat het meest aansluit bij reeds bestaande
zo compact mogelijk
agrarische bebouwing. Het ensemble van gebouwen moet samen een familie
vormen, dus zonder grote onderlinge verschillen
· de bouwrichting van gebouwen is haaks op de straat, waardoor de bogen c.q.
schuinevlakken van de zaagtanden parallel aan de straat staan. In uitzonderingsgevallen, met een goede argumentatie
gebaseerd op de specifieke erfinrichting, kan hiervan afgeweken worden.

Detaillering van de gevels
· hoofdgebouwen hebben een naar de straat gekeerde representatieve zijde
· in kopgevels is de gevelindeling afgestemd op de reeds bestaande bebouwing
· bij detaillering aansluiting zoeken bij de gebruikte middelen van bestaande
bebouwing en de regionale ambachtelijke context
· nieuwe invullingen kunnen modern zijn, mits ze respect tonen voor de
bestaande en omliggende kwaliteiten

Boogstal bij nieuwe bedrijfsvestigingen in
dynamische gebieden goed denkbaar
Materiaal en kleur
· topgevels in traditionele materialen in detail en kleur afgestemd op de reeds
bestaande bebouwing; baksteen en/of hout (top; zijgevels)
· daken voorzien van donkere gedekte kleur

· traditioneel, donker en gedekt kleurgebruik

Bijzondere aspecten
· streven naar erfinrichting waarbij het zicht op de staluitbreidingen vanaf de
openbare weg én omringende landschap wordt gemaskeerd, aansluitend bij de
traditionele erfinrichting en aansluitend bij bestaande windsingels en
boomgaarden